Voorpagina Geschiedenis

25-9-658 A.H. – Deel 4

"From the King of Kings of the East and West, the Great Khan. To Qutuz the Mamluk, who fled to escape our swords.. We will shatter your mosques and reveal the weakness of your God and then we will kill your children and your old men together. At present you are the only enemy against whom we have to march.” (Hulagu)

Lees ook deel 1, deel 2 en deel 3

Qutuz of al-Malik al-Muzafar Saif ad-Din Qutuz, zoals hij voluit werd genoemd, was de derde Mamelukken Sultan die de troon van Egypte besteeg en net toen hij van zijn nieuwe macht wilde gaan genieten kwamen de Mongolen roet in het eten gooien. Als heer, na jaren slaaf te zijn geweest, had hij geen enkele behoefte om nu voor nieuwe meesters te buigen. Dan maar vechten, wie weet zou hij winnen. Daarom liet hij de gezanten van Hulagu onthoofden, liet hun hoofden aan één van de poorten van Cairo ophangen en bereidde zich voor op een Mongoolse invasie. Het lot greep in, de invasie kwam niet en Qutuz dacht "waarom afwachten tot de Mongolen naar mij komen’, laat ik maar naar de Mongolen gaan". Echter er diende eerst een klein probleempje opgelost te worden: die vermaledijde Kruisvaarders zaten in de weg.

Diezelfde vermaledijde Kruisvaarders, die nog niet helemaal bekomen waren van de ramp bij al-Mansurah, voelden zich niet heel erg op hun gemak als buffer tussen de twee vechtersbazen: de Mongool Kitbuqa en de Turk Qutuz. Waar twee olifanten gaan vechten, wordt vaak alles vermorzeld. Dus toen Qutuz een bestand voorstelde, werd dat zonder probleem aanvaard. De Kruisvaarders hadden net zoals Antiochië een bondgenootschap kunnen sluiten met de Mongolen. Alleen verstonden de Mongolen onder bondgenootschap meer iets van een vrijwillige overgave van de andere partij aan hen dan een bondgenootschap onder gelijken, en daar hadden de Kruisvaarders geen zin in.

Hoewel Hulagu zeer positief stond tegenover christenen en zijn beste vriend en generaal een christen was, waren de Mongolen in meerderheid sjamanisten (heidenen dus) en een ware christen sloot geen bondgenootschap met heidenen! Verder waren die Mongoolse christenen van een ketterse soort die in Europa uitgemoord zouden zijn, net als men kort daarvoor met de Albigenzen had gedaan in Zuid-Frankrijk.

Maar een Mongoolse en Christelijke alliantie tegen beider aartsvijand bleef decennia lang van beide zeiden een gekoesterde wens, maar bij een wens bleef het. Echter, in dat jaar (1260) kozen de Kruisvaarders wijselijk om neutraal te blijven en geen partij te kiezen. Qutuz kreeg wat hij wilde horen van de Kruisvaarders: Neutraliteit gegarandeerd!

Qutuz liet zich dat geen twee keer zeggen en in no time trok het Mamelukkse leger Palestina binnen in de maand Ramadan van het jaar 1260. Langzaam trok het leger Palestina door tot Qutuz en besloot dat bij de bron van Goliath, ten noorden van de Westelijke Jordaan oever, de geschikte plaats was om slag te leveren tegen de Mongolen. Kitbuqa die door zijn spionnen al geïnformeerd was van de op de hand zijnde aanval, maakte zich klaar om Qutuz te onderscheppen en vertrok met zijn leger uit Damascus toen hij halverwege, halsoverkop naar Damascus moest terugkeren om daar een opstand neer te slaan, die was uitgebroken in de stad tegen het bewind van de Mongolen.

Voor de tweede keer vertrok hij uit Damascus en deze keer gehaast zonder zich goed te informeren over het wel en wee van zijn tegenstander. De Mongolen, verwend geraakt door alle overwinningen, onderschatten de tegenstander en overschatten zichzelf. Een gevaarlijke state of mind wanneer men ten oorlog trekt. Qutuz en zijn Mamelukken waren opgeleid voor één ding: Oorlogsvoering. Daarvoor werden ze gekocht, geselecteerd, opgeleid, gedrild… kortom, daarvoor leefden ze.

Qutuz besloot een val op te zetten voor Kitbuqa. Hij verborg een deel van zijn leger in de omringende valleien, maar deed alsof zijn hele leger in slagorde stond opgesteld om slag te leveren met de Mongolen. Kitbuqa beval zijn cavalerie frontaal het Mamelukkse leger aan te vallen en de kracht van de Mongoolse aanval was zo groot dat de Mamelukken bijna bezweken en er paniek ontstond in de gelederen.

Fortes fortuna iuvat. Vrouwe Fortuna beloont de moedigen echter en Qutuz greep in, voorkwam paniek en leidde persoonlijk de tegenaanval. De Mongolen die al dachten de overwinning behaald te hebben, vochten tegen een taaiere tegenstander dan ze verwacht hadden. De genadeklap voor de Mongolen kwam toen de verborgen eenheden plots tevoorschijn kwamen en deelnamen aan de slag. Dit brak hun moreel en ze sloegen op de vlucht. Op de hielen gezeten door de Mamelukkse cavalerie ontkwam geen van hen aan de slachting die volgde. Kitbuqa werd gevangen genomen en voor Qurtuz gebracht, die hem liet executeren. Egypte (Qutuz) liet niet met zich sollen was het signaal naar Hulagu. Deze slag was het begin. De oorlog was begonnen met 1-0 voor Qutuz.

Qutuz zelf zou het vervolg van de oorlog niet meer meemaken. Zijn beste generaal vermoordde hem en nam de macht over. Hij heette Baibars en werd ook al-Malik al-Zahir Rukn al-Din Baibars al-Bunduqdari genoemd. Deze Kipchak Turk was niet alleen meedogenloos en wreed, maar ook een briljante strateeg. Een voor één rolde hij de Kruisvaarderstaatjes op en versloeg de Mongolen bij de tweede veldslag tussen hen en de Mamelukken. Zijn opvolger Qalawun al-Alfi (of voluit geheten: al-Malik al-Mansour Saif al-Din Qalawun al-Alfi al-Salihi al-Najmi al-Ala’i) beslechtte de oorlog definitief in het voordeel van de Mamelukken door de Mongolen voor de derde keer te verslaan. Hiermee werd de Levant voorgoed ontworsteld aan de Mongoolse overheersing. Tevens maakte hij voorgoed een einde aan de laatst overgebleven Kruisvaardersstaatjes en werd dat hoofdstuk ook afgesloten.

In de tijd dat deze oorlogen woedden en het lot van de Islamitische wereld aan een zijden draadje hing (althans zo leek het voor velen), in die tijd leefde een man genaamd Ibn Taymiyya (1263 – 1328) de nummer één mufti voor Bin Laden & Co. Eén van zijn beroemde uitspraken luidt:

“What can my enemies possibly do to me? My paradise is in my heart; wherever I go it goes with me, inseparable from me. For me, prison is a place of (religious) retreat; execution is my opportunity for martyrdom; and exile from my town is but a chance to travel.”

Klinkt dit bekend in de oren? Bestudeer de levensgeschiedenis van Ibn Taymiyya en zijn tijd. Dan zal duidelijk worden waarom hij zo wordt geëerd door Bin Laden & Co. Want voor hen zijn de Mongolen weer terug in het hart van de Islam en deze keer komen ze niet uit het oosten maar uit het westen.

avatar

Mohammed is: Een Man (althans als men dat woord slechts als geslacht opvat), een Moslim (in hart en nieren totaal, echter in daad maar mondjes maat), een Maliki (maar tot zijn schande moet hij bekennen al-Muwatta nog nooit gelezen te hebben), een Afrikaan, een Noord-Afrikaan, een Maghrebijn, een Berber/Amazigh, een Riffijn, een Ayzenay, een Aqarou3, een Arabier (in culturele zin), een Westerling, een Europeaan, een Nederlander, een Hollander, een Zuid-Hollander, een Leidenaar, een Voorschotenaar, een Vlietwijker.

Lees andere stukken van