Voorpagina Geschiedenis

25-9-658 A.H. – Deel 3

"There is no certainty in war, even when the equipment and the numerical strength that cause victory under normal circumstances, exist. Victory and superiority in war come from luck and chance." – Ibn Khaldun (1332 – 1406)

Lees deel 1 en deel 2

In het jaar 1250 was de zevende kruistocht in volle gang. Lodewijk de negende, bijgenaamd de Heilige, was twee jaar daarvoor vertrokken met zijn kruisleger uit Frankrijk en viel het jaar daarna Egypte binnen om zo Jeruzalem te veroveren. Op het eerste gezicht lijkt het vreemd eerst Egypte binnen te vallen en niet direct naar Jeruzalem op te marcheren. Maar Egypte en de Levant, waar Palestina een onderdeel van is, maakten deel uit van het Ayyubidische rijk gesticht door Salahadin enkele decennia daarvoor. Egypte was het rijkste en machtigste land in het Midden-Oosten. Dat was dan ook de reden waarom Nur a-din, heerser van Syrië in 1169, zijn generaal Shirkuk en diens neefje Salahadin de opdracht gaf om Egypte te veroveren.

Egypte en Syrië samen zouden het einde betekenen van de Kruisvaarders staten.

Lodewijk dacht er ook zo over, maar dan vanuit het standpunt van de Kruisvaarders: Verover Egypte een schakel daarmee Egypte’s militaire en economische macht uit als factor in de oorlog en de rest van de Levant en daarmee is Jeruzalem overgeleverd aan de nieuwe heerser in Cairo: Lodewijk de Heilige.

In eerste instantie verliep de invasie succesvol, de Kruisvaarders veroverden met gemak de belangrijke havenstad Damietta. De enige tegenslag die ze ondervonden, was de jaarlijkse overstroming van de Nijl waar ze geen rekening mee hadden gehouden. Nadat die voorbij was trok men zuidwaarts op naar Cairo. In Cairo was de paniek totaal. Sultan al-Malik al-Salih leed aan tuberculose, zijn opvolger zat in Noord-Syrië en niemand die in staat leek een tegenaanval te leiden. De sultan besloot te onderhandelen en bood Jeruzalem aan voor Damietta in de hoop de Kruisvaarders daarmee te verleiden hun invasie te stoppen. ‘Beter Jeruzalem kwijt dan Cairo verliezen’, moet hij gedacht hebben.

Lodewijk de Heilige wilde daarvan niets weten en marcheerde op naar Cairo. De eerste keer dat de Kruisvaarders en het Egyptische leger elkaar troffen, vond plaats bij de stad al-Mansurah. De ironie – en de geschiedenis zit daar vol mee – wilde dat iets meer dan dertig jaar daarvoor bij diezelfde plaats de vijfde Kruistocht roemloos tot een einde kwam. Dit keer scheen het geluk echter met de Kruisvaarders te zijn.

Het Egyptische leger werd verslagen en sloeg in paniek op de vlucht, Al-Mansurah werd veroverd door de kruisvaarders, de Sultan overleed aan zijn ziekte en de chaos was compleet aan Egyptische zijde. Cairo was binnen handbereik van de Kruisvaarders gekomen en Lodewijks strategie leek te werken. Echter een overwinning binnen handbereik is nog geen daadwerkelijke overwinning, want het lot is zeer wispelturig. Wat het de ene dag geeft, neemt het de andere dag weer af. De Kruisvaarders overmoedig door hun relatief gemakkelijke overwinning vergaten dat niets in een oorlog zeker is en begonnen te plunderen en verspreidden zich zo over de stad in kleine groepjes.

Terwijl het hele Egyptische leger in wanorde op de vlucht was geslagen toog een regiment Mamelukken in allerijl vanuit Cairo richting al-Mansurah om de opmars van de Kruisvaarders tegen te gaan. Onder hen bevond zich Qutuz. Het woord Mamelukken, enkelvoud Mameluk, is afgeleid van het Arabische woord mamluk wat ‘eigendom van’ betekent of simpel gezegd: slaaf. De Mamelukken waren soldatenslaven als jongetjes gekocht bij de heidense Kipchak Turken, die het gebied tussen Bulgarije en het Baikalmeer bewoonden. Vanuit de Krim werden zij naar Egypte gebracht waar zij dan in speciale militaire academies opgeleid werden om soldaat te worden in de lijfwacht van de Sultan of de eliteregimenten van het leger. Qutuz was één van die Turkse jongetjes dat in één van die militaire academies terecht kwam, bekeerd werd tot de Islam en jarenlang gedrild en getraind in elk aspect van het krijgsbedrijf, totdat hij als volwaardig Mameluk dienst kon nemen in het leger.

Toen de Mamelukken bij al-Mansurah aankwamen en zagen hoe de Kruisvaarders bezig waren met plunderen, de stad verder onverdedigd lieten staan en ze zich opmaakten voor een opmars naar Cairo, begrepen de Mamelukken dat het lot zich tegen de Kruisvaarders had gekeerd en ze haastten zich gebruik te maken van deze strategische blunder van hun vijanden. Eenheden Mamelukken trokken de stad in isoleerden groepjes Kruisvaarders en slachtten hen af, wat ze systematisch straat na straat, wijk na wijk deden. Toen het doordrong tot Lodewijk de Heilige en de rest van de Kruisvaarders in wat voor gevaar ze verkeerden, was het al te laat.

Halsoverkop verlieten ze de stad die ze kort daarvoor hadden veroverd. Ze werden achtervolgd door de Mamelukken die niet van plan waren zich deze kans op een overwinning te laten ontglippen. Dit keer waren de rollen omgedraaid in wanorde vluchtten de Kruisvaarders naar het noorden naar Damietta voor een veilig heenkomen. De Mamelukken deden intussen waar ze goed in waren: het decimeren van de vijand.

Lodewijk de Heilige die zag dat zijn leger werd uitgemoord, herinnerde zich het aanbod van de overleden Sultan, dat hij een jaar eerder had gedaan. Hij zond een boodschapper naar diens opvolger, de net uit Syrië aangekomen Turansah. Deze Sultan verkeerde echter niet in de penibele situatie waarin zijn vader zat en had geen boodschap meer aan ruilhandel. Hij wilde niets meer of minder dan totale overgave van Lodewijk de Heilige en diens leger. Maar zelfs tot een overgave kwam het niet meer, want kort daarop werden Lodewijk de Heilige, zijn broer en alle belangrijke edellieden gevangengenomen door de Mamelukken, terwijl de rest van het Kruisvaarderleger werd uitgemoord. Exit Kruisvaarders als militaire en politieke macht van betekenis in de Levant.

De Mamelukken die ervoor gezorgd hadden dat een nederlaag omsloeg in een overwinning waren niet blij met de erkenning die hen daarvoor werd gegeven door de Sultan, die de overwinning liever voor zichzelf opeiste. Waarom een meester dienen als we zelf meester kunnen zijn?! En ze vermoordden de Sultan, zetten een vrouw van de overleden Sultan op de troon als façade voor hun coup. Voor het eerst na Koningin Cleopatra regeerde er weer een vrouw over Egypte. Maar waarom een façade als er toch niemand meer is die de macht kan betwisten? Kort daarop regeerden de soldaatslaven zelf.

De Mamelukken dynastie was geboren en zou Egypte en de Levant voor de komende 250 jaar regeren. Slaven die Sultans werden die weer slaven importeerden die weer op hun beurt de macht grepen. Zo ging het door tot de Ottomanen er in 1517 een einde aan maakten.

Wordt vervolgd…

avatar

Mohammed is: Een Man (althans als men dat woord slechts als geslacht opvat), een Moslim (in hart en nieren totaal, echter in daad maar mondjes maat), een Maliki (maar tot zijn schande moet hij bekennen al-Muwatta nog nooit gelezen te hebben), een Afrikaan, een Noord-Afrikaan, een Maghrebijn, een Berber/Amazigh, een Riffijn, een Ayzenay, een Aqarou3, een Arabier (in culturele zin), een Westerling, een Europeaan, een Nederlander, een Hollander, een Zuid-Hollander, een Leidenaar, een Voorschotenaar, een Vlietwijker.

Lees andere stukken van