Voorpagina Ervaringen

Mijn eerste keer… de niqaab

Toen ik voor het eerst de winkel-in-ruste Bazar Islamiyya op de De Clerqstraat in Amsterdam binnenliep, vielen mij twee dingen op: allereerst rook het er ontzettend lekker en moest ik denken aan de moskee die ik een paar uur eerder had bezocht. Daarnaast stond er in het hoekje achter de toonbank een vrouw gekleed in niqaab. Ik schrok me de pleuris. Daar kwam echter nog een ander gevoel bij, iets wat ik nog niet zo goed voor mezelf kan verklaren. Ik voelde me alsof ik me vies zou moeten voelen, alsof ik een vies mannetje was dat van de geiligheid naar vrouwen zou kijken. Ik zat ook een beetje in de rats, want ik kwam daar om wat basisboekjes over de islam te kopen en wat cd’s met Qur’anrecitatie. En hoe praat je met iemand die zo gekleed is? Nou ja, laten we maar beginnen bij het begin.

Ik groette haar met "slaamuh laik’m". Licht polderhollands accent en intonatie nog intact. En kreeg een polderhollands "walaik’m slaam wa ragmetoellaahie wa barakaatoe" terug. Waar ik vervolgens weer om moest gniffelen, omdat ik dat (vooroordeel der vooroordelen) niet helemaal had verwacht. Met het (hetzij specifiek, dan wel algemeen) boerqaverbod om de hoek moest ik hier weer aan terugdenken, omdat ik soms wel eens wegdraaf in mijn verdediging van islam ten koste van andere principes die mij dierbaar zijn. Soms sluit die verdediging van de islam juist naadloos aan op die principes.

Even wat zaken op een rijtje: in mijn huidige woonplaats zijn (volgens de plaatselijke krant) zo’n honderd boerqadragers (waarbij overigens niet duidelijk is of ze hier ook de niqaab bij tellen); in heel Nederland schijnen het er tweehonderd te zijn, die trouwens volgens de vervoersbedrijven niet of nauwelijks met het openbaar vervoer reizen of er überhaupt problemen veroorzaken.

Ik heb hier in ieder geval nog nooit een boerqadrager ontmoet of gezien. Wel niqaabdragers, die stuk voor stuk vrouwen met een sterke mening lijken te zijn. En dat moet ook wel: ook onder moslims zelf is de draagkracht voor het dragen van gezichtsbedekking ver te zoeken, waardoor ook je directe omgeving het je niet makkelijk zal maken. Persoonlijk acht ik het dragen van gezichtsbedekking als boerqa en niqaab een overdrijving die gestoeld is op een voor mij vreemde Qur’aninterpretatie die specifiek over de vrouwen van de Profeet (vzmh) ging en wel na een bepaalde tijd.

Hiernaast geldt echter ook dat ik de continue verbale onfatsoenlijke aanvallen op mijn religie als kwetsend ervaar en dat ik niqaab- en boerqadragers absoluut tot mijn religieuze zusters reken. Dus de continue politieke en maatschappelijke aanvallen op deze vrouwen, mijn zusters, ervaar ik ook als een poging tot beperking van mijn eigen vrijheid van religie.

Als laatste acht ik mij momenteel juist rijk met de vrijheid die ik geniet in Nederland om mijn religie te belijden, ook wanneer dit anderen de vrijheid geeft om zaken te doen die ik vervelend of zelfs verwerpelijk acht. Bovendien heb ik begrip voor de angst die een niqaab of boerqa bij anderen oproept, zeker gezien de maatschappelijke onrust en politieke nationale en internationale krachten die deze angst levend houden, terecht of onterecht. Deze tegenstrijdige gevoelens verscheuren mijn innerlijk nog wel eens, resulterend in een gevoel van wanhoop, teleurstelling of juist strijdbaarheid.

Dit stukje rammelt misschien een beetje qua structuur, maar ik heb vrij losjes dat wat in mijn hoofd zat eruit proberen te gooien. Ik hoop dat jullie hier rekening mee houden in jullie reacties. Daarnaast wil ik mijn geniqaabte/beboerqade zusters uitnodigen om vooral ook te reageren. Spreek uit ervaring. Laat van jullie horen met gepaste emotie en kracht, want anders zijn er wel een stel blanke mannen die namens je gaan praten…

Met vriendelijkvredige groet, en insha’Allah in betere tijden,

Noureddine, uw broeder in de mensheid

avatar

In het jaar dat Elvis stierf, werd Noureddine geboren. Op zijn negende kreeg hij een skateboard. Op zijn 20ste werd hij in Schotland verliefd op boeken. Op zijn 27ste werd hij moslim en vond hij zijn draai. Hij werkt in de gehandicaptenzorg en denkt soms dat hij bijna Arabisch kan lezen maar vraagt dan toch om een klinker. Hij jat de beste grappen van de missus, steun en toeverlaat sinds 2006. Af en toe vertaalt hij wat poëzie omdat het leven dan gewoon beter is.

Lees andere stukken van