Voorpagina Ingezonden

Verboden toegang tot Israël

Abir Sarras is journaliste bij de Wereldomroep. Maandag 21 april werd haar de toegang tot Israël ontzegd, waar zij reportages wilde maken over het 60-jarige bestaan van de staat Israël. Hieronder haar verhaal.

Het voelde alsof ik thuiskwam. Ik slaakte een zucht. Het was drie uur in de ochtend toen het vliegtuig landde op luchthaven Ben Gurion met zijn witte stenen gebouwen, waar palmbomen als wachters omheen staan. Bij de paspoortcontrole liet ik mijn Nederlandse paspoort zien. De jonge vrouw achter de balie vroeg waarom ik in Jeruzalem was geboren. "Gaat u maar even daar opzij staan."

Minuten later begeleidde ze me naar de wachtruimte. Ze sprak kort met een andere veiligheidsagent en daarna kreeg ik te horen dat ik Israël niet via de luchthaven binnenmocht: "Volgens de Oslo-akkoorden mogen Palestijnen alleen maar via de Allenby-brug het land in. Ik protesteerde: "Meneer, ik ben Nederlandse, en ik ben voor reportages naar Israël gekomen, niet naar de Palestijnse gebieden." Ik liet hem mijn accreditatie en perskaart zien. Hij keek er nauwelijks naar, maar zei me te wachten. Het werd me al snel duidelijk dat ik teruggestuurd zou worden. Ondanks mijn teleurstelling maakte ik me geen al te grote zorgen, omdat ik wist dat ik een uur later kon inchecken op een retourvlucht.

Drie vrouwelijke veiligheidsagenten escorteerden me naar een aparte kamer waar ik uitvoerig werd gecontroleerd. Al mijn bezittingen werden stuk voor stuk bekeken. Toen kreeg ik te horen dat ik de vlucht terug gemist had, en dat ik moest wachten op de volgende vlucht, een dag later.

Ik belde de Israëlische consul in Nederland om te protesteren. Ik wekte hem met mijn telefoontje. "Ik heb je toch gezegd dat je teruggestuurd zou worden," was zijn vlotte antwoord. "Maar ze houden me hier vast, ik word gearresteerd," zei ik. Ik gaf mijn mobiele telefoon aan de veiligheidsagenten in de hoop dat de consul tegen hen zou zeggen dat ze me op het eerstvolgende KLM-vliegtuig moesten zetten. Maar zij weigerden met de consul te spreken.

Omdat ik protesteerde tegen het feit dat ik een dag lang vastgehouden zou worden, dreigde de vrouwelijke agent mij met geweld te verwijderen. Ze nam me mee naar een ander streng bewaakt gebouw vlak buiten de luchthaven. Er hing een bord: ‘IMMIGRATIE’.
Toen ik naar het gevangenisgebouw werd overgebracht kreeg ik te horen dat ik mijn bagage niet mocht meenemen. De grenswachten, die onderling Russisch spraken, hadden moeite om in het Engels iets duidelijk te maken. Ik mocht mijn mobiele telefoon houden, enkel dankzij het feit dat er geen camera op zat.

In de gang hing een poster met de gevangenisregels in zeven talen. De bewaker opende een cel en beval mij naar binnen te gaan. Ik mocht niet meer lezen.

Toen ik de cel binnenging werd me duidelijk waarom camera’s verboden waren. Er stonden twee stapelbedden met matrassen in plastic, in een kamertje ernaast een smerig toilet en douche. Op de vloer lagen gebruikte handdoeken en resten zeep. Ook op de tafel overblijfselen van eerdere gasten: een geopend colablikje, matzes, enkele vieze, maar kleurige plastic bekers. Bij de deur twee plastic zakken met afval en een paar slippers, wachtend om te worden opgehaald. Op de muren graffiti in diverse talen: Arabisch, Engels, Frans en Russisch. Maar geen Hebreeuws. Een van de opgekrabbelde teksten luidt: ‘Dit heilige land is niet langer heilig’.

In de loop van de nacht arriveerden er meer gasten. Afrikanen, Oost-Europeanen, Arabieren en drie Chinezen. In de buurcel, no. 104, zat een moeder; haar kinderen mochten spelen op de gang.

Uren later werd het ontbijt geserveerd: nog meer matzes, een half blikje tonijn op een plastic bord met witte kaas. "Waar is je beker?" De bewaker reikte naar het gootsteentje, greep een van de smerige bekers en schonk mijn ontbijtthee in. Ik vroeg de bewaker welke procedure ik moest volgen om eerder terug te vliegen. "Je moet er zelf voor betalen," antwoordde hij. Het hoofd van de bewaking vertelde mij dat mijn werkgever een e-ticket naar zijn kantoor moest faxen. Terwijl ik het faxnummer op de achterkant van mijn notitieboekje schreef, griste hij mijn pen weg. "Je bent hier niet om je memoires te schrijven. Hij pakt mijn notitieboekje: "Ik wil weten wat je schrijft."

Na diverse telefoontjes met Nicolien den Boer (een collega-journalist van de Wereldomroep die in de Palestijnse gebieden rondreist, red.) en met mijn familie in Hilversum, kreeg ik het verzoek om mijn mobiele telefoon in te leveren. Ik protesteerde. Dit is mijn enige middel om met de buitenwereld te communiceren, zei ik. De agent antwoordde dreigend: "Ik zal erop toezien dat je nog wat langer hier blijft."

Na het inleveren van mijn mobiele telefoon bood de dienstdoende bewaker aan dat ik zijn telefoon wel mocht gebruiken. Maar ik merkte dat ik daarmee niet naar het buitenland kon bellen. Snel belde ik de Nederlandse ambassade in Tel Aviv. Op het consulaat kreeg ik te horen dat de ambassade mij niet kon helpen, omdat Israëlische regels over binnenkomende Palestijnen op alle Palestijnen van toepassing zijn, onafhankelijk van hun staatsburgerschap.

De ambassade bood aan contact op te nemen met mijn werkgever opdat die voor een retourticket kon zorgen. Ook werd gesproken met met het hoofd van de bewaking, Yakov, die ons allebei liet weten dat mijn vertrek afhing van mijn ‘goede gedrag’. Een uur later belde het consulaat met het nieuws dat ik meemocht met de vlucht van Alitalia van 13.15 uur. Een half uur voor vertrek kwamen de bewakers mij halen en gaven mij mijn bagage terug. Ze brachten me helemaal tot aan het vliegtuig, dat gevuld was met vrolijke, gebruinde Italianen. Toen ik aan boord ging fluisterde ik mijzelf toe: ‘Buongiorno’.

Abir Sarras
Journaliste Wereldomroep

Eerder verschenen op Wereldomroep.nl

avatar

Wij Blijven Hier werd in 2005 opgericht, omdat ze vonden dat ze er nog niet waren. Inmiddels zijn ze 3000 bijdragen rijker, die vrijwillig door beginnende én gearriveerde verhalenvertellers worden geschreven. Verschillend van columns, persoonlijke ervaringen tot verborgen nieuwsfeitjes. Ze kijken op hun eigen manier tegen de wereld aan, en vertellen zélf het verhaal. Wie zijn ze? Kijk om u heen. Want ze zijn hier. Zij Blijven Hier!

Lees andere stukken van Wij Blijven Hier!