Voorpagina Ervaringen

Een ongeluk in een klein hoekje

“Met een snelheid van 120 km/uur rijden we de vangrails in om vervolgens de vangrail aan de overzijde te doorboren…”

Het is ongeveer 17.15 u plaatselijke tijd. We hebben nog een kleine 15 km te gaan om bestemming Marrakech te bereiken als het voorbestemde gebeurd. Met een snelheid van 120 km/uur rijden we de vangrails in om vervolgens de vangrail aan de overzijde te doorboren en met weliswaar de neus in de verkeerde richting toch nog te eindigen langs onze oorspronkelijke weghelft.

Na het doorboren van de eerste vangrail belanden we, met de enorme draaibeweging die de auto moet hebben gemaakt, in een surrealistische‘zandstorm’, die pas ging liggen toen de auto tegen een zanderige helling langs de snelweg tot stoppen werd gedwongen.

Met lijkbleke gezichten strompelen we fysiek ongeschonden de gehavende voertuig uit. Allah zij geprezen! We hebben het overleefd en ook anderen zijn ongedeerd gebleven! Een bezorgde stoet automobilisten is uitgestapt om de schade op te nemen en omringt ons. Een omstander, die het ongeluk voor zijn ogen zag gebeuren, draait de contactsleutel om. Mijn moeder stelt zich pas in staat om in te storten zodra ze in het gedrang ons heelhuids terugziet.

Mijn zus omklemt geëmotioneerd haar 1-jarige dochter in een houdgreep en ik ga op zoek naar tassen met medicijnen (voor mijn moeder) en zoekgeraakte schoenen en sandalen. Mijn vader kijkt ons zichtbaar aangedaan aan en voelt zich onterecht schuldig. Hij heeft alles gedaan wat hij kon doen. De banden waren op luchtdruk gecontroleerd en hij had zijn rust genomen en zich aan de maximumsnelheid gehouden. Ook waren we een paar keer gestopt om te lunchen, koffie te drinken en de benen te strekken. Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

Mijn moeder hervindt zich snel na het ruiken aan parfum en het innemen van medicijnen. De man die de contactsleutel omdraaide, vraagt mijn vader naar zijn auto- en verzekeringspapieren. Hij vertelt ons wat hij zag en noemt het een wonder dat er geen gewonden zijn gevallen en tegenliggers op het moment van het ongeluk uitbleven.  “Een goede daad heeft jullie bijgestaan!”, zei hij. Een andere man verwonderde zich over de kwaliteit van de carrosserie. “Als het een andere auto was geweest dan …. .” Ik wil er niet eens aan denken!

Een jongeman uit Ouarzazate die vaart mindere toen hij in de verte een lokale ‘zandstorm’ zag opdoemen, loopt op mijn vader af en zegt gedecideerd dat hij de dames gaat thuisbrengen. “Die horen niet langs de kant van de snelweg!” Hij moest ook in Marrakech zijn. Hij helpt ons met het verzamelen van onze bagage en brengt deze naar zijn auto.

Ik voel er weinig voor mijn vader achter te laten maar de heren (omstanders) verzekeren me dat hij in goede handen is en er voor hem zal worden gezorgd. Voor we vertrekken geef ik hem bij wijze van geruststelling een stevige zoen. Wij dames worden netjes thuis afgezet en de koffers boven gebracht. Mijn vader wordt bijgestaan door een omstander die de gendarmerie en de sleepwagenbedrijf belt en criminele ramptoeristen op afstand houdt. De man verlaat mijn vader pas als alles is geregeld.

Als de adrenaline aan werking inboet, beginnen onze lijven pijn te doen. We ontdekken wat schrammetjes en blauwe plekken aan armen en benen. Maar ook emotioneel is het een behoorlijke knauw. Echter, het gevoel van dankbaarheid overheerst.

Een week later stappen mijn moeder en ik alweer in een oude touringcar naar het kustplaatsje Safi, zo’n 150 km ten Noord- Westen van Marrakech. Tussen Marrakech en Safi is nog geen autosnelweg in gebruik, dus noodgedwongen gingen we de gammele nationale weg op. Dat de schrik van het ongeluk er nog inzit merkten we aan onze alertheid. De bus maakte hier en daar schommelbewegingen zoals een schip op zee.

Twee dagen voor ons eigen ongeluk, hoorden we het nieuws van een touringcar die in een ravijn is gestort met 43 doden als gevolg. Ook dat maakte ons gevoelig voor de kwetsbaarheid van de mens, ook al weten we dat we in elk geval op onze route geen ravijnen zouden tegenkomen.

avatar

Maria (uit te spreken als “Merriya”) heeft haar roots liggen in de befaamde sprookjes– en wereldstad Marrakech. Echter, ze is geboren en getogen in een andere befaamde sprookjesstad, waar trollen welig tieren op de doeken van Jheronimus Bosch en waarin de klokkenluider van de Sint Jan zo nu en dan haar lieflijk wakker schudt.

Lees andere stukken van