Voorpagina Algemeen, Ervaringen

De beruchte Intertoys catalogus

Deze column werd afgelopen zondag voorgedragen in het KRO radioprogramma Hemelbestormers op Radio 2. Hier te beluisteren vanaf 41:50.

Het mooiste aan het Sinterklaas feest vond ik de beruchte catalogus van Intertoys. Die viel weken voor het feest op ieders deurmat, geen kind werd gespaard. Samen met mijn broers en zussen fantaseerden we over de verschillende speelgoedartikelen. En soms kregen we zelfs ruzie, over wie de rechtmatige eigenaar van de fictieve He-Man zou worden.

Ik wilde ze allemaal hebben, van bestuurbare auto’s tot poppen van actiehelden. Ook al wist ik op 5 december dat de guldens van mijn ouders aan andere zaken werden besteed. Aan boodschappen bijvoorbeeld, maar ook aan behang, zonnebloemolie en aan het steunen van opa en oma in Marokko. Maar die realiteit weerhield me er niet van om het verlangen aan te houden, mijn beste vriendjes kregen ook niks. En ook zij deden jaar in, jaar uit, mee aan dit ritueel: het windowshoppen van de jaren negentig.

“Ze loopt al jaren met een pleister op haar gezicht. Ze droomt van een glazen oog”

Na verloop van tijd kende ik de pagina’s als mijn broekzak, de plaatjes uit het tijdschrift dwaalden rond in mijn hoofd. De wereld van Intertoys was mijn tweede huis. Overdag zette ik in de kamer die ik met twee broers deelde, het speelgoed naar mijn hand. En ook in mijn gedachten kreeg geen enkele personage rust. Ze werden geen seconde gespaard. Om de wens in leven te houden dat ik ooit al die speelgoedartikelen kon kopen. En ermee kon spelen. Tot die tijd moest ik het doen met mijn dromen.

Nu vele jaren later worden we meer dan ooit geconfronteerd door verlangens, opgesteld door marketeers, verpakt als dromen. De catalogus van Intertoys bestaat weliswaar nog steeds, maar de advertenties zijn werkelijk overal. Via smartphones, commercials en billboards worden we – om Jean Baudrillard te citeren – gebombardeerd door tekens. Niemand ontkomt eraan. Ook ik niet. Alles lijkt binnen handbereik.

“Ze zaten buiten op een trap, via gesprekken elkaars pijn te verzachten”

Onlangs nog haastte ik me tijdens de BTW-dagen naar een bekende elektronica winkel, op zoek naar de He-Man van deze tijd: een MacBook. Ze hadden ‘m niet meer, maar een ander filiaal in Middelburg wél. Ik moest snel zijn. Volgens de verkoper Patrick werden er drie per kwartier verkocht, ze hadden er nog precies 24. Een snelle rekensom leerde me dat ik nog twee uur had om in het bezit te zijn van een nieuwe computer. Ik stapte in de trein. Ik haastte me. Ik rende. Een uur en drie kwartier later was ik de bezitter van een nieuwe computer.

Thuis vroegen ze of ik er blij mee was. Wel vier keer. Maar om eerlijk te zijn deed het me niet zoveel. Ik had ‘m slechts nodig om het werkbezoek aan drie opvangtehuizen in Marokko vast te kunnen leggen.

Eenmaal aangekomen in Marokko trof ik honderden weeskinderen aan. Sommigen verlaten, anderen weggegeven door hun ouders. Toen ik ze vroeg wat ze later wilden worden, antwoordden ze onder begeleiding van een glimlach met ambitieuze beroepen als piloot, arts en docent.

In het opvangtehuis voor kankerpatiënten ontmoette ik een klein meisje dat na een operatie een oog mist. Ze loopt al jaren met een pleister op haar gezicht. Ze droomt van een glazen oog, dat ver buiten haar financiële bereik ligt: en voor haar ouders niet te betalen is.

Buiten zaten wat oudere vrouwen, die qua verschijning erg veel op mijn moeder lijken. Ze zaten buiten op een trap, via gesprekken elkaars pijn te verzachten. En ook in hun ogen zag ik naast het enorme leed, enorm veel hoop die ze via grappen en gebeden de ether in hielpen.

Zowel de kinderen als die vrouwen doen me denken aan mijn eigen kinderjaren, toen ik door de catalogus van Intertoys bladerde, in gedachten verzonken, mijmerend, en er ernstig rekening mee hield dat het bij dromen zou blijven. En ik besef me nu nog meer dat niét die weeskinderen bezitloos zijn. Het is niet dat eenogige meisje met kanker of die vrouwen op de trap die behoeftig zijn. Nee.

Het zijn vooral de mensen die zich neerleggen bij het moment die verloren zijn. Het zijn de mensen die niet meer durven te dromen die arm zijn. Straatarm zelfs. Geteisterd door een leeg gevoel.

Verlaten door hun dromen.

 

avatar

Abdelkarim. Voormalig hoofdredacteur van Wijblijvenhier.nl. Documentairemaker. Is geboren in de Zeeuwse contreien en wist al op vroege leeftijd dat het boerenleven niet voor hem was weggelegd. Hij besloot om zijn hooivork aan de wilgen te hangen, de koeien vaarwel te zeggen en zijn geluk te beproeven in Rotterdam. Hij studeerde Nieuwe Media aan de Universiteit van Amsterdam, was als journalist werkzaam bij de VARA, columnist voor KRO Hemelbestormers en Joop.nl, praat graag tegen vreemden, schaamt zich slechts voor zijn tenen en hoopt dat zijn levensmotto ooit de geschiedenisboeken ingaat: "Als je een geit een jurk cadeau geeft, weet je nooit wat er gebeurt"

Lees andere stukken van Abdelkarim