Voorpagina Cultuur, Geschiedenis, Opmerkelijk, Recensies

Mensen van het Boek

Geraldine Brooks is een journalist uit Australië die ooit de Pulitzer Prize won. Ik las haar werk voor het eerst toen ze het boek Nine Parts of Desire uitbracht. Ze had een behoorlijk lange tijd doorgebracht als correspondent in het Midden-Oosten, Somalië en voormalig Joegoslavië. Daar heeft ze verschillende moslima’s geïnterviewd. Recentelijk heeft ze echter een nieuw boek geschreven, een fictie gebaseerd op een waar verhaal: People of the Book.

Ik kwam dit boek tegen op een verscholen plankje ‘fictie’ achterin de AKO op het Station. Mijn oog viel op de islamitische terminologie van de titel. De term ‘mensen van het boek’ (in de Qurán: Ahl-ul-Kitab) slaat op de volgers van de monotheïstische religies die een openbaring in de vorm van een boek neergezonden hebben gekregen van God.

Specifiek slaat het op de Christenen (hun boek heet in de Qur’an de Indjiel ofwel Evangeliën) en de Joden (hun boek heet in de Qur’an de Tawrat, ofwel Torah). Moslims hebben door de eeuwen heen deze collega-Mensen van het Boek zowel met eerbied en rescekt, als met minachting en dédain behandeld.

Zo bood de 12de eeuwse Salaheddine zowel de Armeense christenen als de kruisvaarders bescherming aan, na zijn overname van Jeruzalem. Ook gaf hij de Joden weer hun stadsrechten terug. Na de extreem bloedige strijd van de Ottomanen tegen de Europese christenen in de Balkan, bood de Ottomaanse kalief de Joden echter een veilig heenkomen. En dat nadat de Inquisitie hen zowel in Italië als in Spanje (Sefardad of al-Andalus) eruit had gegooid. Verder gold ook Marokko als veilig heenkomen voor de sefardische Joden en enkele mozarabische Christenen, totdat enkele islamitische geleerden besloten dat de zgn djizja (belasting die een nietmoslim betaald in een islamitisch land i.p.v. ‘zakat’ en ter compensatie van het niet hoeven dienen in het leger) op de vernederendste manier geïnd zou moeten worden.

Enfin, compassie of haat: niets menselijks is ons vreemd zullen we maar zeggen.

Brooks heeft echter een ander beginpunt van haar roman genomen – en eentje waar ik als boekenliefhebber ontzettend vrolijk van word. Ze beschrijft een waargebeurd verhaal dat ik zelf ooit ben tegengekomen in het wekelijkse tijdschrift The New Yorker. Hierin werd een magnifiek stukje geschiedenis weergegeven: een 14de eeuws geïllumineerd Joods gebedsboek, een zgn. ‘haggadah’, was verdwenen in de Joegoslavische burgeroorlog in de jaren ’90. Op het moment dat mensen dachten dat het voor altijd verloren was, bleek dat een bibliothecaris het ter bescherming in een bankkluis had gestopt, toen de bombardementen ontelbare manuscripten vernietigden van het museum. Tot verbazing van velen bleek de bibliothecaris uit Sarajevo een moslim te zijn.

Enver Imamovic, de bibliothecaris van het Instituut van de Oriënt, bleek niet de eerste redder van dit wonderbaarlijke manuscript. Ook in de Tweede Wereldoorlog werd deze ‘Sarajevo Haggadah’ gered door de toenmalige beheerder, een islamitische geleerde, genaamd Dervish Korkut -en nog wel onder de neus van een Nazigeneraal vandaan. Het werd verborgen in een kleine moskee in de heuvels buiten Sarajevo, waar het tussen de Qur’ans, ahadithverzamelingen en gebedsboeken een veilige plek vond. Maar ook dit was niet de eerste keer dat dit manuscript op wonderbaarlijke wijze was gered. Reeds in de 17de eeuw werd het op onbekende wijze door de censuur van de Italiaanse inquisitie geloodst door de katholieke priester Vistorini. Daarvoor was het waarschijnlijk in Andalusië gemaakt en na 1492 met de laatste joodse en islamitische vluchtelingen door de Inquisitie het land uitgezet.

Dit achtergrondverhaal heeft Brooks met haar fantasie proberen in te vullen. Langzamerhand werkt ze in steeds kleiner wordende hoofdstukken van de ene naar de andere crisis terug in de tijd. Via de slavische burgeroorlog in de midjaren ’90, naar de partizanenstrijd in de tweede wereldoorlog van de jaren ’40, het einde van het Habsburgerrijk in 1896, de Venetiaanse hoogtijdagen in 1609, en zo door naar het Andalusië aan het einde van de Conviviencía in de 14/15de eeuw. Wat al deze periodes kenmerkt is een hoge graad van etnische en religieuze verscheidenheid, waarbij vele volkeren en religies die samenleven. Het gaat een tijd goed – sterker nog: vele bloeiperiodes gingen vooraf aan deze turbulente tijden – en daarna krijgt een groep de overhand die verzuimt rechtvaardigheid te blijven handhaven.

Brooks zet niet overal even sterk de zaken neer. Soms past een element net te goed, is het verhaal net te voorspelbaar – maar vaak is het gewoon een feest om te lezen dat er blijkbaar overal ter wereld, in de slechtste der tijden, toch nog helden zijn. Helden die niet alleen boeken maar ook mensen redden.


Meer interesse in de achtergronden bij dit verhaal? Lees ook de volgende publicaties  (of blader ze door, niet iedereen heeft zoveel tijd)
– Tone Bringa. Being Muslim the Bosnian Way. Princeton University Press, Princeton: 1995.
– Geraldine Brooks. Nine Parts of Desire: The Hidden World of Islamic Women. Anchor Books, New York: 1995.
– Geraldine Brooks. People of the Book. Penguin, London: 2008.
– Noel Malcolm. Bosnia, A Short History. Macmillan, Oxford: 1996 (2nd ed).
– María Rosa Menocal. The Ornament of the World – How Muslims, Jews and Christians Created a Culture of Tolerance in Medieval Spain. Little BRown and Company, Boston: 2002.

In het jaar dat Elvis stierf, werd Noureddine geboren. Op zijn negende kreeg hij een skateboard. Op zijn 20ste werd hij in Schotland verliefd op boeken. Op zijn 27ste werd hij moslim en vond hij zijn draai. Hij werkt in de gehandicaptenzorg en denkt soms dat hij bijna Arabisch kan lezen maar vraagt dan toch om een klinker. Hij jat de beste grappen van de missus, steun en toeverlaat sinds 2006. Af en toe vertaalt hij wat poëzie omdat het leven dan gewoon beter is.

Lees andere stukken van