Voorpagina Gastarbeiders

Volkstuintjes

Miriam Rafai is gastarbeider bij wijblijvenhier.nl

Ik heb altijd gevonden dat wij ons hier in Nederland een levensstijl hebben aangemeten die ons steeds verder verwijdert van de natuur. Mijn ouders behoorden tot een groepje fanatieke hobbyisten die een stukje grond huurden van de gemeente om hun eigen groente te verbouwen. Daardoor werd ik, met tegenzin weliswaar, deelgenoot gemaakt van het proces van zaaien en oogsten. Wanneer mijn moeder thuiskwam met een jute zak vol met tuinbonen rende iedereen naar boven. Alleen ik was dan altijd net iets te laat en kon aan de slag om tuinboontjes te gaan doppen. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ik de enige ben die, naast mijn ouders, de boontjes lustte wanneer ze aan het einde van het moeizame productieproces op het bord lagen. Ik at ze omdat anders het harde werk voor niets zou zijn geweest! 

Nu hun volkstuintje opgedoekt lijkt te gaan worden in 2010, jammer genoeg net het jaar dat mijn vader inshallah met pensioen gaat, heb ik gevoelens van nostalgie. Ik leid inmiddels zelf het bestaan van de gejaagde ouder die een negen tot vijf baan combineert met de zorg voor kinderen. Ik zie doordeweeks kantoorruimte en zaterdagochtend de supermarkt. Goh, die supermarkt, de plek waar de fabrieken hun eindproducten over ons uitstorten en waar wij als makke schapen niets anders hoeven te doen dan wagentjes volladen en afrekenen. Geen moment hoef je je af te vragen hoe het daar terecht is gekomen. Het is er en jij moet het kopen en consumeren. Simpel toch? Het probleem is dat alles wat makkelijk en simpel is zielloos en onbevredigend is. Het eten smaakte me bij mijn moeder toch echt veel lekkerder. Dat ligt echt niet alleen aan het feit dat mijn kookkunsten onder de maat zijn. Het ligt er ook aan dat mijn ouders nou eenmaal hun eten écht zelf maken. 

Maar Nederland is één grote volkstuin vergeleken met de Verenigde Staten. Mijn eerste bezoek aan dat land zal ik nooit vergeten. Van alle oorden die ik in mijn leven heb bezocht heeft geen enkele plaats mij zo’n cultuurschok bezorgd als Oklahoma City. Je zult je afvragen waarom ik dan niet naar New York, LA of San Francisco ging. Dankzij alle series die ik in mijn jeugd heb gevolgd dacht ik, zoals iedereen, aan een kosmopolitisch decor wanneer iemand begon over reizen naar Amerika. Tja, het lot wil nu eenmaal dat mijn familie zich heeft vertakt over de meest bizarre uithoeken van de wereld, zo ook Oklahoma City.

De cultuurschok zat ‘m in het grote gebrek aan enig noemenswaardige cultuur. Ik maakte kennis met elektrisch aangestuurde mensen. Haal in dat land de stekkers eruit en je ziet iedereen hulpeloos om zich heen tasten. Koken is uitzoeken wat je vanavond in de magnetron gooit, of waar je afhaalt. De auto wordt het liefst naast het bed geparkeerd zodat je ’s ochtends niet zo ver hoeft te lopen. Ga in een gemiddeld restaurant eten en je staat binnen een half uur weer buiten want ook de restaurants hoeven het eten alleen maar te ‘magnetroniseren’. De winkelcentra zijn gigantisch overdekte koelboxen. Ik zag geweren te koop staan in de supermarkten en die supermarkten lijken op reusachtige sporthallen waar je producten in ongelukkig stemmende hoeveelheden uitgestald ziet. In drie weken tijd zijn mij vier creditcards aangesmeerd. Trottoirs en fietspaden ben ik niet tegengekomen. Toen ik me met een fiets op straat begaf werd ik vreemd aangekeken. Als je het fietsen gaat missen dan besef je wel dat je Nederlandser bent dan je wilt toegeven. Terwijl ik nu mijn verbazing over alles wat ik heb gezien over de lezer uitstort besef ik dat wij toch ook wel heel hard die kant opgaan. Misschien voelde ik me daarom wel vreselijk ongelukkig daar. Wat is nu vooruitgang?


Miriam Rafai is dertig jaar, getrouwd en moeder van twee kinderen. Ze is een liefhebster van theater en film. De foto hierboven is van de Egyptische actrice die zij bewondert, Suad Husni.