Voorpagina Ervaringen, Gastarbeiders

Mijn opa, er was niemand zoals hij

Terwijl ik zuchtend de groentelade opentrek en de geur van tomaten opsnuif, besef ik dat de reukzin het meest onderschatte zintuig is. De geurassociatie wekt sterkere emoties op dan de vergeelde foto’s waar ik graag naar kijk. In minder dan een seconde overspoelt mij een gelukzalig gevoel. Het duurt niet lang voordat de herinnering aan de uitstapjes naar de enorme kassen met rijen vol onrijpe tomaten uit mijn jeugd me te binnen schiet. En wanneer ik mijn ogen even sluit, voel ik zijn grote sterke hand weer stevig om de mijne.

Twee jaar geleden is het inmiddels. Ik weet niet of ik kan en mag zeggen dat het snel is gegaan. De uren gingen langzaam, maar de het lijkt alsof de twee jaar voorbij zijn gevlogen. Ik had nooit eerder iemand zien gaan waarmee ik een bloedlijn en geschiedenis deelde. Totdat het onvermijdelijke moment aanbrak. Zijn lichaam wilde niet meer. In onze kleine gemeenschap had mijn opa in de loop der jaren voor iedereen wel eens wat betekend.

In een waas van tranen heb ik geluisterd naar de persoonlijke anekdotes die het huis vol rouwende mensen om en om vertelden. In een tijd dat men nog weinig te besteden had, trok mijn opa er op uit om iedereen van groente en fruit te voorzien. Hij liet het leven als een geliefd en gerespecteerd man. Niet alleen vanwege zijn zachte karakter, maar vooral ook dankzij zijn geweldige gevoel voor humor.

Mijn opa had een afkeer van twee dingen: pantalons en zijn kunstgebit. Ik heb hem nooit anders dan in zijn lange, altijd stralend witte dishdasha, met een tandeloze grijns van oor tot oor gezien.

Mijn opa miste zijn rechter grote teen. Jarenlang heb ik gespeculeerd over hoe die zou zijn verloren. De wildste scenario’s gingen door mijn hoofd. Uiteindelijk bleek dit in de fabriek waar hij tijdens zijn beginjaren in Nederland als gastarbeider werkte te zijn gebeurd. Een arbeidsongeluk.

Mijn opa hield van Nederland. Hij hield van de mensen en de mensen hielden van hem. Hij was een goedlachse harde werker die bijna tot aan zijn laatste adem met zijn rollator op de markt te vinden was. Mensen gingen graag bij zijn kraampje langs. Al was het maar om hem de hand te schudden of om wijze raad te vragen.

Mijn opa deed zijn gordel nooit om en werd regelmatig verrast door een boete wegens het overschrijden van de snelheidslimiet. Hij was de trotse eigenaar van een Opel Stationwagon. Hoewel hij van snelle auto’s hield, was dit vervoersmiddel bij uitstek geschikt om elke week zijn kleinkinderen naar koranles te vervoeren. Hoewel deze auto bedoeld was voor vijf personen en één hond, overdrijf ik niet wanneer ik zeg dat het eerder regel dan uitzondering was dat we er met z’n vijftienen en een doos met groenten in zaten. Weliswaar al kibbelend en happend naar adem door zuurstof- en ruimtegebrek.

Mijn opa en ik waren twee handen op zijn ronde bolle buikje. Ik was zijn eerste kleinkind en alles wat ik deed vond hij prachtig. Vaak tot grote ergernis van mijn ouders, die vonden dat hij me teveel verwende. Toen ik klein was gingen we altijd samen op pad. Dan kocht hij softijsjes voor mij. Tijdens zijn laatste verblijf in het ziekenhuis haalde ik er één voor hem. Terwijl hij moeizaam glimlachte zei hij: “Nu is de cirkel rond.”

Mijn opa was een levensgenieter. Hij hield van het leven en kon van de kleine dingen heel gelukkig worden. Toen ik net mijn rijbewijs had gehaald, was het eerste wat ik deed hem ophalen voor een rondje langs het strand. Met zijn rollator in de achterbak en een grote zonnebril van mij op zijn hoofd, reden we langs het water. Nadat hij zijn hand op mijn schouder had gelegd en vertelde hoe trots hij op me was, gaf hij aan moe te zijn en koers richting huis te willen zetten. Hij bedankte me en zei dat we in de zomer terug moesten komen. Want dan voelde hij zich vast beter en waren er meer mooie vrouwen. Lachend deed ik hem de belofte die ik nooit heb kunnen waarmaken.

Ik mis het aaien en kussen van zijn zachte, kale hoofd.
Ik mis zijn prachtige, gedetailleerde geschiedenis verhalen.
Ik mis mijn held.

Mijn zjeddie, in heel Europa was er zonder twijfel niemand zoals hij!

avatar

Toen zij ooit vol frisse moed begon als rechten- studente, werd Fatiha in een overvolle collegezaal gevraagd waarom ze jurist wilde worden. Zonder na te hoeven denken luidde het antwoord: "Onrechtvaardigheid sucks. Daarom ga ik de wereld een betere plek maken!" En hoewel eens heimelijk dromend van een grootse zangcarrière, beproeft deze ketchup-chips liefhebber bij gebrek aan heus zangtalent, momenteel haar geluk als actrice. Daarnaast bekleedt ze een functie in het bestuur van een islamopleiding. Overdag draagt ze bij aan het bestrijden van de jeugdwerkloosheid. Haar resterende schaarse vrije tijd brengt deze Zeeuwse graag al etend door met haar dierbaren. Wat Fatiha erg eigenaardig maakt is dat ze haar gevoel voor humor van ongekend hoog niveau vindt en daarom hard om haar eigen grappen lacht. Ja, zelfs wanneer niemand anders dat doet..

Lees andere stukken van Fatiha