Voorpagina Politiek

AEL, CIDI en de onvolwassenheid van het OM

Steeds vaker zie ik mijn vermoedens van jaren terug bevestigd worden, dat voor moslims andere parameters lijken te gelden in het maatschappelijke debat over de vrijheid van meningsuiting dan voor niet-moslims. De laatste onhandige actie van het OM is voor mij wederom het bewijs dat de ruimte waar moslims zich in mogen bewegen kleiner wordt. Het is niet alleen een gevoel vanuit mijn hongerige onderbuik tijdens deze heilige vastenmaand, maar er zijn concrete aanwijzingen dat de grenzen van de vrijheid van meningsuiting voor moslims ergens anders zijn komen te liggen. De ene gevoeligheid is kennelijk de andere niet meer, maar wie heeft het recht om te bepalen wat gevoelig is voor iemand anders.

Het is bijna niet uit te leggen aan in Nederland geboren tweede en derde generatie allochtone (moslim)jongeren dat het OM het ene heilige huisje afbreekt om de vrijheid van meningsuiting te kunnen garanderen. Tegelijkertijd een ander in stand houdt met wankele argumenten. Ik volg de lijn die het OM heeft gekozen in de cartoonoorlog niet. Ik ben even in de veronderstelling geweest (en gelukkig weer gelijk wakker geschud) dat je in Nederland alles mag zeggen wat je denkt. Dat is de erfenis van Fortuyn geweest aan dit land, maar of je altijd alles moet zeggen wat je denkt zoals de wijlen heeft gesproken, is nog een tweede. Waarmee ik niet zeg, dat het aan de ontvanger van de boodschap is om te bepalen waar de grens van het vrije woord ligt.

Dat er in een beschaving als de onze ook andere (ongeschreven) regels gelden, buiten alle wetten en regels die zijn vastgelegd op papier, toont juist de volwassenheid en onvolwassenheid van de Nederlandse samenleving aan. Het is aan de verzender van de boodschap om het vrij beschikbare woord met gevoel en verstand te consumeren. Geenszins aan de ontvanger van de boodschap om de verzender zijn beelden of woorden te laten inslikken. Die intimiderende houding verwacht ik ook niet van het OM.

De actie van het Openbaar Ministerie om de gewraakte AEL-cartoon over Joden weliswaar strafbaar te stellen, maar niet te vervolgen, is voor een redelijk denkend wezen niet te begrijpen. Ergens is het gewoon een laffe bedoeling geweest. Als het OM denkt dat het gelijk aan haar kant staat, moet zij de Arabisch-Europese Liga (AEL) gelijk voor de rechter slepen. Het OM weet dat het bot zal vangen bij de rechter. Zij is niet consequent in haar denken en handelen. Vooal als het gaat om de (rationele) benadering en beoordeling van de omstreden AEL-cartoon. Ik vind de AEL-cartoon van weinig smaak getuigen eerlijk gezegd, maar moet bekennen dat de AEL wel degelijk een fundamentele discussie aansnijdt waar rechters in dit land niet langer omheen kunnen. Wat u ook moge vinden van de smakeloze cartoons over Joden, of de Holocaust wel of niet heeft plaatsgevonden volgens de cartoonist, of de maker anti-Israël is of niet en of het aantal van zes miljoen wel of niet schromelijk is overdreven… niemand blijft gespaard in een land waar schreeuwerige politici als Wilders het absolute vrije woord verkondigen.

Ik heb de politieke boodschap van de AEL zonder satellietschotel in mijn Nederlandse huiskamer ontvangen. Voor mij is deze helder: het is niet aan het OM om te bepalen wat gevoelig is en wat niet. Of een individu zich beledigd voelt of een heel volk. Dat het OM de ene gevoeligheid strafbaar stelt en de andere niet is, vergeef haar, de onvolwassenheid van het OM . Zij hoort op geen enkele wijze partij te kiezen in deze heikele cartoonkwestie. Dat doet zij wel en met weinig overtuigende argumenten, die juist de vrijheid van meningsuiting aantasten. Het laatste woord in deze zaak is immers ook aan de rechter.

avatar

Mijn liefde voor dit land is groter dan die van Geert Wilders. Ik ben verwikkeld in een polemische strijd met populisten, die zogenaamd het beste voor hebben met dit land. Ik ben Ata, beetje burgerlijk ongehoorzaam en al heel wat lentes jong. Mijn naam is seculier, mijn pen messcherp en voel me gelukkig nog altijd thuis in dit land. Ook ik blijf hier!

Lees andere stukken van Ata