Voorpagina Algemeen

Gevaarlijke politieke spelletjes: Gemeente Rotterdam zet zijn grondrechten in de uitverkoop

Nourdin el Ouali reageert op de recente ontwikkelingen in de Rotterdamse politiek. Hij reflecteert op de handelingen van gemeente Rotterdam, die ondanks de onwettige verklaring van de rechtbank, een discriminerend beleid probeert door te zetten. Gemeente Rotterdam voert namelijk een grote campagne naar de bijstandsfraude onder Rotterdammers van alleen Marokkaanse afkomst, die door de rechter als ‘discriminerend’ is beoordeeld.

De uitspraak van de rechter over de ‘onwettige’ en ‘discriminerende’ aanpak van de gemeente versterkt voor menig Rotterdammer het vertrouwen in onze onafhankelijke rechters. Tegelijkertijd voedt het ook het wantrouwen en de ongeloofwaardigheid richting de politiek. Het is een ernstig en onomwonden vonnis. Maar partijen als Leefbaar Rotterdam, PvdA, CDA, VVD en D66 leggen zich er niet bij neer en steunen de wethouder om tegen de rechterlijke uitspraak in hoger beroep te gaan. “Als dit soort beleid niet mag, verwordt de gemeente immers tot een ‘tandeloze’ overheid”, aldus de schrikbarende opmerking van Ingeborg Hoogveld (Leefbaar Rotterdam). Laat staan dat deze partijen hun fout erkennen en excuses maken, zoals NIDA, SP, GL en PvdD het college gisteren opdroegen te doen.

Voor alle duidelijkheid, het gaat hierbij helemaal niet om de vraag of wij bijstandsfraude moeten aanpakken. Deze discussie is overbodig. Waar het wel om gaat is de vraag of het beleid, en de handelingen die daaruit voortvloeien, conform de uitgangspunten van onze rechtsstaat zijn. De centrale vragen zijn of de gemeente Rotterdam haar burgers heeft gediscrimineerd, en of sommige Rotterdammers als gevolg hiervan door het college in hun grondrechten zijn aangetast? Zoals gezegd, het antwoord van de meervoudige kamer van de Rotterdamse rechtbank is helder. Maar politieke partijen als Leefbaar Rotterdam, PvdA, CDA, D66 en de VVD leggen zich hier niet bij neer.

Het hebben van een bijstandsuitkering en de Marokkaanse afkomst, kan en mag natuurlijk nooit aanleiding zijn voor verdachtmakingen en onderwerping aan verhoormethodes, die gebruikt worden tegen criminelen. Dit is absurd, maar het is wel gebeurd.

Iedereen is onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Een burger wordt pas verdacht als hier een concrete aanleiding voor is. Iedereen is voor de wet gelijk; een onderscheid op basis van ras en/of etniciteit is bij wet verboden. Niemand mag aangepakt worden als onderdeel van een groep, maar slechts als individu en staatsburger. Dit zijn principes van onze rechtstaat, die wij allen dienen te koesteren en beschermen. Vooral de gemeenteraad; die het college van burgemeester en wethouders dient te controleren op hun uitvoering van de macht.

Het is pijnlijk om te zien dat raadsleden zich in deze principiële kwestie in allerlei onbegrijpelijke kronkels wurmen om de fouten die door de eigen partij gemaakt zijn, niet te hoeven erkennen. In aanloop naar de vergadering leek de PvdA onze motie nog te steunen, maar minder dan een kwartier voor de vergadering trokken zij zich (na een intern overleg) opeens terug. Met in ruil daarvoor een nietszeggende motie, een schijnbeweging, waarin ze het college vragen om een evaluatie van de aanpak (terwijl de vier rechters deze aanpak reeds hebben veroordeeld tot ‘onwettig’ en ‘discriminerend’) en zonder überhaupt het woord discriminatie te noemen, gaan zij mee in het hoger beroep tegen de rechterlijke uitspraak.

Onder het mom van ‘het benoemen van problemen’ proberen politieke partijen op een panische wijze haast ieder probleem in de stad te verklaren en aan te pakken vanuit iemands etnische achtergrond. Politieke partijen zijn hierin enorm doorgeschoten. In het woordgebruik, in de toon, in de analyses en in het beleid. Dit komt echt niet alleen van extremen. Dit wordt in de politiek breed gedragen. De Raad van Europa sprak in 2013 niet voor niets over een discriminatoir politiek klimaat in Nederland. Ook wij in Rotterdam dragen hier een steentje aan bij. Helaas is dit niet de eerste keer dat de gemeente Rotterdam niet alleen de grenzen opzoekt met zijn beleid, maar deze ver heeft overschreden. We moeten een andere kant op. Een gemiste kans voor met name al die partijen die zeggen discriminatie te willen bestrijden, maar zodra ze er zelf iets mee te maken hebben, hun kop in het zand steken. Met alle discriminerende, polariserende en segregerende gevolgen van dien. Institutionele discriminatie is een kwaadaardig gezwel binnen onze democratie. Zeker wanneer degene die er wat aan kunnen doen tandeloos zijn.

 

avatar

Nourdin El Ouali is politiek leider van NIDA, een op de Islam geïnspireerde Rotterdamse partij.

Lees andere stukken van Nourdin