Voorpagina Jouw Dagelijkse Dosis, Jouw Dagelijkse Dosis 2014 / 1435

Juz’ 1 – Ik weet wat jullie niet weten

Dit is deel 1 van Jouw Dagelijkse Dosis. Iedere dag in Ramadan schrijft een team van schrijvers een reflectie over de juz’ die praktisch de hele oemmah die dag leest. Alle lezers worden uitgenodigd hetzelfde te doen, en hun eigen reflectie op de juz’ van de dag in de reacties te plaatsen. Iedere dag kiest een jury de beste reflectie. De winnaar krijgt een exemplaar van De Levende Koran thuisgestuurd.

[NB: Een deel van de oemmah begint vandaag al met vasten. Overdag leest deze groep in theorie dit deel van de Qur’an, terwijl de groep die morgen begint met vasten hetzelfde deel vanavond in tarawieh (de extra gezamenlijke nachtgebeden in Ramadan) leest. Iedereen leest het in principe dus nog op dezelfde dag (volgens de Gregoriaanse kalender althans; volgens de islamitische kalender begint de volgende dag natuurlijk na zonsondergang). Omwille van de eenheid beginnen we vandaag met de serie.]

Een gewaardeerde leraar zei weleens dat je de Koran het beste kunt lezen als een theaterstuk. Allah is de Regisseur, voert interessante personages op met diepte en complexiteit, laat ze spannende, ontroerende, ontregelende dialogen voeren, en voorziet de luisteraar van poëtische intermezzo’s vol beeldspraak.

In de eerste juz’ zit een passage vol drama waarvoor dat zeker geldt. Allah kondigt de engelen aan dat Hij een nieuw wezen zal scheppen, die voor Hem de aarde zal beheren en cultiveren: een khalifa (vaak vertaald als ‘rentmeester’ of ‘plaatsvervanger’). De engelen zijn verbaasd: gaat Allah nu iemand op aarde plaatsen die niets dan ellende en bloedvergieten zal brengen? Allah antwoordt mysterieus: “Ik weet wat jullie niet weten.” (Q2:30)

Deze dramatische theaterscene heeft tafsirgeleerden heel wat hoofdbrekens bezorgd. Hoe konden de engelen van te voren al weten dat de mens maar wat zou aanmodderen? Wat betekent het eigenlijk dat de mens khalifa is? Betekent de zinsnede “ik zal een khalifa op aarde plaatsen” dat Allah al bij de schepping van de mens voorzag –of zelfs wilde- dat Adam zou zondigen en zodoende de Tuin voor het aardse moest inruilen? Wat betekent dat dan voor de status van de zonde van Adam, als Allah het bepaald heeft? En, kifesh, profeten zondigen toch niet? En, misschien wel de grootste vraag, wat wist Allah dat de engelen niet wisten? Waarom vond Allah het de moeite waard de mens te scheppen ondanks de ellende die het teweeg zou brengen? Welke diepe wijsheid zit daarachter die wij niet zien? Moeilijk, moeilijk.

Een andere gewaardeerde leraar, Jawdat Said, heeft zo zijn eigen draai aan dit verhaal gegeven. De sleutel tot “Ik weet wat jullie niet weten”, stelt hij, dient te worden gezocht in het vers dat er direct na komt: “Hij leerde Adam de namen van alle dingen.” (Q2:31) Wat de mens onderscheidt van andere wezens is het vermogen om dingen namen te geven en zo in concepten te denken! Muhammad Asad heeft iets soortgelijks over dit vers opgemerkt in zijn koranvertaling. Zowel Jawdat Said als Muhammad Asad hebben deze notie overgenomen van de antropoloog Claude Lévi-Strauss, die opmerkte dat primitieve volkeren een passie hebben voor namen geven en classificeren van dingen. Dit zit heel diep in de mens en kan als één van onze belangrijkste onderscheidende eigenschappen beschouwd worden.

Het is precies die eigenschap die de mens de waardigheid geeft om de khalifa van Allah op aarde te zijn. De mens zit echter zelf nog vast in de negatieve verwachting die de engelen van hem hebben, en is zich nog niet bewust van de ongelofelijke potentie die Allah in hem voorzien heeft.

Wat Allah wist wat de engelen niet wisten, is dat de mens door zijn vermogen tot conceptueel denken en communiceren op termijn haar conflicten die tot zo pijnlijk bloedvergieten leiden op kan lossen met woorden in plaats van met geweld. De mens zal een wezen worden dat ellende en bloedvergieten weet te overwinnen en uit te bannen. Alle Menschen werden Brüder.

Geweld is daarmee voor Jawdat Said niet nou eenmaal in de mens ingebakken en iets dat we als realiteit moeten accepteren. Neen, het is een tragische historisch bepaalde conditie die de mens moet en kan overwinnen. Allah heeft de mens het gereedschap daarvoor gegeven middels zijn vermogen tot namen geven en denken in concepten.

Direct na deze aangrijpende scene brengt Allah een nieuw drama ten tonele in het theater van de Koran. Iblis (Satan) weigert de bijzonderheid van dit nieuwe schepsel te erkennen en buigt niet voor Adam. Hij verleidt Adam van de boom te eten, wat tot zijn verwijdering uit het Paradijs leidt. Maar dan brengt Allah een bijzondere plotwending: waar Iblis volhardt in zijn arrogantie en zijn zondigheid niet erkent tot het einde der tijden, voelt Adam direct spijt en toont hij, middels door Allah gegeven woorden, berouw. (Q2:34-37)

Ook daarin, stelt Jawdat Said, schuilt het bewijs dat de mens een waardige khalifa kan zijn voor Allah op aarde. De mens heeft het vermogen gekregen zijn fouten in te zien en zijn gedrag te verbeteren. Hij biedt ons een positieve antropologie: het kwaad in de mens is niet structureel onderdeel van haar wezen, het is accidenteel. Door onze fouten in te zien en erover te spreken, kunnen we ons verbeteren, en een uitweg vinden uit de vicieuze cirkel van list, bedrog en geweld.

Hoewel het een nogal onconventionele benadering is zonder expliciet extra-koranisch tekstuele ondersteuning, en daarmee voor sommigen onder ons wellicht over ’t randje gaat van wat nog legitieme exegese is, heeft zijn uitleg toch mijn sympathie. Omdat het antwoord gewoon zo aansprekend en hoopgevend is. Omdat ik stiekem gewoon fan ben van mensen die zich zo vrij tot de Koran verhouden, op zoek zijn naar zijn eigen interne tekstuele dynamiek, dat combineren met hun beschouwingen van mens en wereld, en niet bang zijn ongebaande paden op te zoeken.

Jouw Dagelijkse Dosis:

Jouw Dagelijkse Dosis 2014 / 1435:

avatar

Pasha Cayman is dol op tafsir. Hij leest zich dan ook ’n slag in de rondte, van middeleeuwse commentaren tot moderne interpretaties. Maar het leukste vindt hij de Qur’an te lezen met ‘n blik op de toekomst, en de aayaat al-aafaaq wa’l-anfus, de tekenen van de schepping en de menselijke geest, te verbinden met God’s eeuwige woord. Pasha gelooft dat de Qur’an als elektriciteit is: als jij er geen fouten mee maakt, gaat de waarheid zijn natuurlijke weg. Hij krijgt dan ook regelmatig stroomschokken, maar overleeft het vooralsnog.

Lees andere stukken van Pasha