Voorpagina Jouw Dagelijkse Dosis, Jouw Dagelijkse Dosis 2014 / 1435

Voor hen het wereldse, voor ons het hiernamaals – Juz’ 22

Dit is deel 22 van Jouw Dagelijkse Dosis. Iedere dag in Ramadan schrijft een team van schrijvers een reflectie over de juz’ die praktisch de hele oemmah die dag leest. Alle lezers worden uitgenodigd hetzelfde te doen, en hun eigen reflectie op de juz’ van de dag in de reacties te plaatsen. Iedere dag kiest een jury de beste reflectie. De winnaar krijgt een exemplaar van De Levende Koran thuisgestuurd.

Soms hoor je moslims wel zeggen over welvarende landen: “Laat hen het wereldse (dunya) maar hebben, het hiernamaals (akhira) is voor ons.”

De verhalen van Dawud en Sulayman in soera Saba’ leren ons dat deze houding problematisch is. Het kan leiden tot extreme wereldverzaking en lethargie, en tot gebrek aan dankbaarheid en respect voor wereldse gunsten die Allah gegeven heeft. Dat ondermijnt uiteindelijk juist je religie en daarmee je hiernamaals.

Over imam al-Shaadhili wordt verteld dat één van zijn leerlingen bewust koel water in de zon zette, zodat het warm en onaangenaam om te drinken werd, en hij het wereldse genot kon verzaken. Imam al-Shaadhili bekritiseerde hem daarop, en stelde dat iedere vezel in zijn lichaam Allah zou prijzen wanneer hij van het koele water zou genieten.

Wat Allah ons geeft in het wereldse leven horen we juist als gunst te zien en horen we te cultiveren. De kunst is om dit wereldse leven tussen je handen te hebben, maar niet in je hart: daar behoren het gedenken van Allah en het hiernamaals te zitten. Geniet van God’s zegeningen in het wereldse binnen de grenzen van wat Hij toegestaan heeft, wees dankbaar voor wat Hij je geeft, en gebruik het om te werken voor het hiernamaals.

Dawud werd een mooie stem gegeven, waarmee hij Allah op de beste wijze kon prijzen en aanbidden. De stem was zo mooi, dat zelfs de vogels er ontzag voor hadden:

“O bergen, verheerlijk Allah samen met hem, en ook de vogels!” (Q34:10)

Zijn stem was mooi in dunya, er werd van genoten in dunya, maar het ultieme doel was Allah en akhira.

Ook werd hem de gunst verschaft om met ijzer te werken:

En Wij hebben het ijzer voor hem zacht gemaakt. “Maak maliënkolders van volle lengte en meet de schalmen af. En verricht goede daden. Ik zie alles wat jullie doen.” (Q34:10-11)

Hij cultiveerde deze gunst van Allah –ijzer- om het in dienst te stellen van het goede voor de mensen in zijn koninkrijk. Hij kon alleen een goede en rechtvaardige leider zijn door de macht die deze industriële vaardigheid hem verschafte. Door dit aspect van het wereldse leven (dunya) goed te benutten, kon hij een leider zijn die ervoor zorgde dat zijn volk goede werken kon verrichten, kon werken voor het hiernamaals (akhira).

Ook het verhaal van Sulayman laat zien dat hij zijn wereldse macht goed benutte om ook wereldse zaken voor elkaar te krijgen die tot ieders nut waren, zoals waterreservoirs en kookpotten. Het uiteindelijke doel was niet het wereldse zelf, zo leert het Qur’anvers ons, maar hemzelf en zijn volk tot dankbaarheid aan Allah te brengen. Dat was het werkelijke doel van de wereldse macht en politieke orde die hij bewerkstelligde met de gunsten van Allah. Zelfs de jinn’s werkten voor hem, en

zij maakten voor hem wat hij ook wenste: hoge gebouwen en beelden, en schalen [zo groot] als waterreservoirs en vastgeketende kookpotten. “Werk, o familie van Dawud, in dankbaarheid.” Slechts weinigen van Mijn dienaren zijn dankbaren. (Q34:13)

Dat de gunsten van Allah niet je hart moeten beheersen, en op de eerste plaats tot dankbaarheid aan Allah horen te leiden, illustreert het verhaal van het volk van Sabaʾ (Q34:15-21). Allah gaf hun grote welvaart, maar ze toonden daarvoor geen dankbaarheid. Ze gebruikten dunya niet omwille van Allah en akhira, maar het nam bezit van hun harten. Allah nam vervolgens hun welvaart en voorspoed van hen af.

Deze verzen leren ons iets over het doel, de telos, van de wereldse macht. In de klassieke politieke filosofie, en ook in het islamitisch denken, was het doel van een sociale en politieke orde (in ieder geval in theorie) vrijwel altijd om de ingezetenen optimaal te ondersteunen in het nastreven van het goede en juiste. Het wil iets hogers van de mens, en ervoor zorgen dat de mens het goede in zichzelf kan maximaliseren. In de moderne politieke filosofie (grofweg vanaf Hobbes) is die telos verdwenen. Het mensbeeld en daarmee ook de macht is cynischer en leger geworden. Politiek heeft geen werkelijk transcendente grondslag of hogere waarde meer na te streven dan het brengen van orde en voorkomen van chaos en willekeur. Het heeft alleen nog het overleven van de mens tot doel, niet meer morele en zedelijke vervolmaking. Om dat te bereiken mag een machthebber zelfs immoreel handelen.

Dit is iets waar moslims diep over na horen te denken. Deze verandering van het denken over de mens, en daarmee over samenleving en politiek is iets waar wij moeite mee behoren te hebben en in zekere zin zelf het meest onder lijden (de dictaturen in moslimlanden zou je Hobbesiaans kunnen noemen), en waarin we een verandering teweeg zouden moeten proberen te brengen. We hebben daarvoor moslims nodig die op het hoogste niveau deelnemen aan filosofieonderwijs en –onderzoek om de impliciete conceptuele en filosofische fundamenten van de sociale en politieke werkelijkheid goed te kunnen begrijpen en analyseren, en daar ook vanuit positief engagement zelf een serieuze bijdrage aan te leveren. We horen niet alleen andermans denken te consumeren, maar zelf ook denken voort te brengen dat de gehele mensheid tot nut is en naar het goede en juiste kan brengen.

Toen ik een tijdje filosofie studeerde, schaamde ik mij na een tijdje om dat tegen andere moslims te zeggen, omdat ik steeds negatieve reacties kreeg en mensen constant behoefte voelden me ‘nasiha’ (oprecht advies) te geven. Er is een diepgewortelde opvatting onder ons moslims dat filosofie iets is dat enkel tot dwaling en ongeloof leidt. Ik zie filosofie liever als het ijzer dat aan Dawud gegeven is: het is een gunst van Allah, om te smelten tot een krachtig wapen en schild, dat je moet proberen te gebruiken voor het goede. Het ware gevecht van deze tijd wordt niet geleverd met kalashnikovs op een obscuur slagveld in de periferie, maar op het niveau van ideeën en concepten in het centrum van de hedendaagse wereldse macht. Waar Dawud maliënkolders van ijzer nodig had om de integriteit van zijn volk te beschermen en ze naar het goede te leiden, is vandaag de dag denkkracht nodig. Door (geschiedenis van de) filosofie en genealogie van ideeën en concepten te bestuderen, kunnen we begrijpen welke ideeën ten grondslag liggen aan de sociale en politieke orde waar we deel van uitmaken, waarom we vandaag de dag zijn wie we zijn, geloven wat we geloven, wat seculariteit precies is, wat het concept ‘soevereiniteit’ inhoudt, wat een ‘tekst’ eigenlijk is etc.

Dat zou m’n boodschap zijn aan degenen die deze moeilijke dagen ‘t lijden van hun medemoslims niet meer aan kunnen zien en zich machteloos voelen: toon denkkracht en praat met diepgewortelde principes mee op plaatsen waar beslissingen genomen worden, of leef op andere wijze waarachtig en constructief naar je capaciteiten, verwerf invloed zonder je ethiek te verliezen, wees ambassadeurs van ‘t goede, dien de mensheid met wat Allah je gegeven heeft in dit wereldse leven. We willen niet alleen het beste in het hiernamaals. Ook in het wereldse willen we in vrede, veiligheid en voorspoed leven.

Moge Allah ons het beste geven in dunya en akhira en ons dankbaar maken. O Allah, geef ons dunya stevig tussen onze handen, en breng akhira in onze harten.

Foto: Uwe Schwarzbach

Jouw Dagelijkse Dosis:

Jouw Dagelijkse Dosis 2014 / 1435:

avatar

Pasha Cayman is dol op tafsir. Hij leest zich dan ook ’n slag in de rondte, van middeleeuwse commentaren tot moderne interpretaties. Maar het leukste vindt hij de Qur’an te lezen met ‘n blik op de toekomst, en de aayaat al-aafaaq wa’l-anfus, de tekenen van de schepping en de menselijke geest, te verbinden met God’s eeuwige woord. Pasha gelooft dat de Qur’an als elektriciteit is: als jij er geen fouten mee maakt, gaat de waarheid zijn natuurlijke weg. Hij krijgt dan ook regelmatig stroomschokken, maar overleeft het vooralsnog.

Lees andere stukken van Pasha