Voorpagina Recensies

Recensie: Afghanistan blijft Verbazen

Thee met de Taliban, Deedee Derksen, Uitgeverij De Geus, Breda, 2010, isbn 978-90-445-1672-2

“Heela is een paar dagen geleden gevlucht uit Tarin Kowt. Haar helderblauwe ogen zijn meestal neergeslagen terwijl ze praat. Als ze opkijken, staan ze intens droevig. In haar terugkerende nachtmerries ziet ze nog altijd de gemaskerde mannen voor het raam lopen. Dan wordt ze wakker, schreeuwend. [..]”


“Ze geeft de lezer een schat aan informatie over een samenleving waar we veel te weinig van afweten”


“Heela’s ouders hadden haar al jong in de steek gelaten, dus werd ze opgevoed door haar grootmoeder en grootvader. [..] Haar grootmoeder was diep religieus en conservatief, maar haar grootvader ambieerde een modern leven voor zijn kleindochter. Voor Heela geen boerka. Hij huwelijkte haar uit, aan dokter Mohammad Ibrahim Miskinyur. Een goede partij, vond hij, want dokter is een gerespecteerd beroep. Waarmee Heela’s grootvader geen rekening had gehouden, was dat Miskinyur uit een van de conservatiefste provincies van Afghanistan kwam: Uruzgan. De provincie waar alle vrouwen sinds mensenheugenis boerka’s dragen.

In het begin van de jaren negentig, in de tijd dat Kabul onder vuur lag van de moedjahedien (de verzetsstrijders tegen de Russen), vluchtten Heela en haar echtgenoot naar zijn geboortedorp in Khas Uruzgan, in het noordoosten van de provincie. Heela’s echtgenoot bezat daar vele hectares vruchtbaar land. Ze leefden van de opbrengsten van het land en van Miskinyurs inkomsten uit zijn praktijk als dokter en apotheker. Hij verbood Heela om te werken.

Opmerkelijk genoeg ging Heela wel aan het werk onder het talibanregime, dat internationaal berucht werd mede vanwege het verbod op werk voor vrouwen. Vroedvrouwen waren immers altijd nodig, en zo kwam het dat Heela verpleegster en vroedvrouw werd in Khas Uruzgan. Op verzoek van de taliban. [..]

Het was een goede tijd onder de taliban, vindt Heela. Iedereen hield zijn handen in zijn zakken, want dieven verloren hun grijpgrage ledematen aan de beul. Dat veranderde na de komst van de Amerikanen en president Hamid Karzai. Er ontstond onrust. Tijdens zijn werk voor de presidentsverkiezingen in 2004 werd Miskinyur vermoord. Op klaarlichte dag, toen hij stembiljetten aan het uitdelen was, werd zijn auto onder vuur genomen. Hun oudste zoon, die ook in de auto zat, raakte ernstig gewond. Heela weet wie er achter de moord zit: een van de lokale bestuurders die banden heeft met de taliban.

Sinds de moord op haar echtgenoot wordt ze niet meer met rust gelaten. De bedreigingen begonnen meteen na de begrafenisceremonie. Elke dag kwamen er mannen naar haar huis met dreigementen. Ze vluchtte met haar drie gezonde zonen naar Tarin Kowt en liet alles achter. [..]

In Tarin Kowt ging ze aan de slag voor een Afghaanse hulporganisatie. Ze gaf naailes aan vrouwen. Ze vertelde hun ook over hygiëne, en ze lazen samen de Koran. Soms gaf ze schrijfles, in het geheim. De taliban hadden het verboden. Ook al waren ze niet officieel aan de macht, ze lieten wel hun invloed gelden. Ineens stonden er daarom gemaskerde mannen voor de deur. Heela raakte in paniek. Ze bleef hele nachten wakker, uit angst dat de mannen zouden binnenkomen terwijl ze sliep. Uiteindelijk gaf ze het op. Ze vluchtte weer. Nu naar Kabul.”

In Afghanistan is niets wat het lijkt. Westerse journalisten zijn vooral aangewezen op de officiële informatie van ambassades en het leger en kunnen maar moeilijk in contact komen met de lokale bevolking en ‘de vijand’. Ook weten ze vaak niet wat de verkregen informatie waard is, zoals uit het bovenstaande fragment blijkt. Buitenlandse troepen zouden voor meer veiligheid zorgen, maar in plaats daarvan is het geweld toegenomen en zijn de taliban diep met het lokale bestuur verweven geraakt. Wie de vijand werkelijk is, wordt steeds minder duidelijk. Taliban, Al Qaida, lokale bestuurders van het bewind van Hamid Karzai, de lokale bevolking.. Alles lijkt in elkaar over te lopen. Vandaar ook het grote aantal burgerslachtoffers. Nederlandse troepen blijken steeds weer samen te werken met de verkeerde krijgsheren in een oorlog die niet te winnen is. Het lijkt er sterk op dat de Nederlandse aanwezigheid in Uruzgan meer bedoeld was om de Amerikanen te plezieren dan dat het werkelijk bijdraagt aan vrede en veiligheid voor de lokale bevolking.

In een persoonlijk relaas neemt Deedee Derksen, journaliste van De Volkskrant, ons mee op haar moeizame zoektocht naar ‘de waarheid’ en komt tot de conclusie dat die er eigenlijk niet is. Gedurende de drie jaar dat Deedee permanent in Afghanistan gestationeerd was, raakte ze eigenlijk steeds meer in verwarring. Net zoals westerse machthebbers hun eigen waarheid schiepen voordat ze Afghanistan binnenvielen, lezen westerse lezers in de gefragmenteerde berichtgeving toch wat ze graag willen lezen omdat ze de plaatselijke omstandigheden niet kennen.

Het boek is vlot en spannend geschreven. Het is soms wat rommelig en bevat nogal wat herhalingen, een gebruikelijk probleem bij journalisten die een boek proberen te schrijven. Desondanks is het het lezen meer dan waard. Deedee is eerlijk over haar intenties en twijfels. Ze beschrijft op de manier van Joris Luyendijk de dilemma’s van een journalist in een oorlog waar zij – anders dan in een klassieke oorlog – mede doelwit is. Ze geeft de lezer een schat aan informatie over een samenleving waar we veel te weinig van afweten en laat zien hoe betrekkelijk verslaggeving in zo’n complexe situatie is.

avatar

Hendrik Jan Bakker is bestuurslid van de Stichting Groene Moslims en neemt deel aan islamitisch-joods overleg dat moet leiden tot meer dierenwelzijn in religieuze slachthuizen.

Lees andere stukken van