Voorpagina Algemeen, Maatschappelijk, Politiek

De macht van je winkelwagentje

In een wereld die steeds meer door globalisering wordt gekenmerkt, is de aanwezigheid van multinationals niet weg te denken. Multinationals voorzien miljoenen mensen van een baan en inkomen, nemen beslissingen die nationale overheden direct raken en beïnvloeden ons dagelijks leven, vaak zonder dat wij ons daar bewust van zijn. Het handelen, en daarmee de macht van deze multinationals, laat zich niet zoals nationale overheden door landsgrenzen beperken.

Wat betekent deze veranderende machtsverhouding? Kunnen multinationals naar believen handelen, zonder maatschappelijke, sociale, morele en ethische verantwoordelijkheid te nemen? Of kunnen burgers, jij en ik, de macht van multinationals beperken en de balans herstellen, daar waar nationale overheden soms in tekort schieten? Vragen die vooral gezien de oproepen tot boycot van Israëlische producten relevant zijn, óók nu de directe aanvallen gestopt zijn. Misschien zelfs juist nu, omdat een lange adem op langer termijn meer oplevert.

Op het eerste gezicht lijkt de burger een machteloze actor ten opzichte van grote multinationals met zeer veel economische macht. Met behulp van de Orbis database, een globale database met financiële informatie over private bedrijven en staatsbedrijven, werd in 2011 voor het eerst data van meer dan 43 000 bedrijven geanalyseerd om deze macht in kaart te brengen. De conclusie? “Het komt er op neer dat minder dan 1% van de bedrijven in staat is om 40% van het totale mondiale netwerk te controleren.’’

Multinationals hebben naast deze economische macht ook structurele macht. Bij structurele macht wordt invloed uitgeoefend zonder dat er sprake is van intentioneel handelen. Andere actoren zoals nationale overheden (h)erkennen de macht van multinationals, houden daar van tevoren rekening mee en laten zo hun eigen handelen daar mede door bepalen. Een voor de hand liggend Nederlands voorbeeld is Shell, niet voor niets werd het ministerie van Buitenlandse Zaken door de Groene Amsterdammer omgedoopt tot het ministerie van Shell-zaken.

Verder gebruiken multinationals hun positie ook bewust en openlijk om politieke macht uit te oefenen. Dit doen zij door onder andere politici en hun campagnes te sponsoren of de publieke opinie te beïnvloeden. In de Verenigde Staten is dat vaak zichtbaarder; zo kon Obama bij de verkiezingen van 2008 rekenen op de steun van oliebedrijven, omdat zij zich wilden aansluiten bij het groene beeld dat hij schetste voor een beter imago. Na de verdubbeling van de brandstofprijzen gedurende zijn presidentschap was het tij echter gekeerd. De oliebedrijven gebruikten hun financiële macht om Obama tegen te werken bij de volgende verkiezingen, en daarmee verdere uitvoering van het door hem gewenste beleid te belemmeren. Daarvoor was door deze bedrijven ruim 153 miljoen dollar vrijgemaakt om in advertenties en reclamespotjes het beleid van Obama in twijfel te trekken, en zo de publieke opinie te beïnvloeden.

Deze transacties zijn dan wel legaal, maar het ligt niet in de aard van winstgerichte ondernemingen om iets voor niets te geven; met geld wordt actie en invloed gekocht. Toen bijvoorbeeld aan Charles Keating, hoofd van een Amerikaanse spaarbank, werd gevraagd of de 1.3 miljoen dollar die hij had gedoneerd aan de campagnes van vijf senatoren hun gedrag had beïnvloed, antwoordde hij: ‘Dat mag ik toch hopen’. Duidelijk.

Multinationals kunnen door deze verschillende soorten economische en politieke macht het handelen van nationale overheden beïnvloeden en soms zelfs overschaduwen. Dit betekent echter niet dat de burger als individu nu machteloos staat. Integendeel; het komt steeds vaker voor dat burgers het heft in eigen hand nemen om de macht en het handelen van multinationals op zijn minst kritisch ter discussie te stellen. Dat is niet zo verwonderlijk; zij hebben als consument een belangrijke troef in handen. Als consumenten vinden dat een multinational onethisch en onverantwoordelijk handelt, dan kunnen zij weigeren diens producten af te nemen. Deze consumentendruk zorgt ervoor dat multinationals, in hun eigenbelang, meer verantwoordelijkheid zullen nemen. Een burger die zijn consumptiepatroon aanpast, omdat hij het niet eens is met het beleid van een bepaalde onderneming, oefent zo met zijn winkelwagentje politieke macht uit.

Het fenomeen ‘macht uitoefenen met je winkelwagentje’ is niet nieuw. In 1792 was de eerste bekende consumentenboycot. In dat jaar besloten de Engelsen niet langer Caribische suiker te kopen omdat kolonisten daar slaven voor te werk stelden. Op het hoogtepunt van de boycot zou de verkoop met de helft gedaald zijn en vervangen door ‘slaafvrije’ suiker. Dergelijke consumentenboycots zijn sindsdien steeds gangbaarder geworden, al is het alleen omdat er meer hulpmiddelen zijn die de drempel tot actie verlagen. Zo kan met de app Buycott binnen enkele seconden middels de barcode bepaald worden in hoeverre het product aansluit bij de ethische wensen van de consument.

De op winst gerichte multinationals zijn gevoelig voor dergelijke afwegingen die het consumentpatroon, en daarmee uiteindelijk de omzet, beïnvloeden. Ze hebben onder druk van de publieke opinie verantwoordelijkheden geïnternaliseerd en leggen zichzelf soms ethisch beargumenteerde beperkingen op. Om hun doelstellingen te kunnen bereiken, is het noodzakelijk dat zij positief gewaardeerd worden door de consument. Zo wordt onder andere morele en maatschappelijke verantwoordelijkheid onderdeel van het kapitalistische spel, en dat is nodig in een wereld waarin het economisch handelen steeds meer domineert en politici en nationale overheden soms machteloos staan.

De consument die betaalt, dat is degene die uiteindelijk, ook buiten zijn burgerschap, mee bepaalt. Jij en ik, cent voor cent. Onderschat je invloed niet. Boycot.

Bron afbeelding: Flickr.

avatar

Kauthar is. Van alles en nog wat. Soms teveel, soms te weinig. Daar leert ze van. Graag.

Lees andere stukken van Kauthar