Voorpagina Algemeen, Buitenland, Kunst

Hoe Engelse musea een kostbaar steentje bijdragen aan de wereld van vandaag

Gallery 33, Mughal India - The Ashmolean Museum of Art and Archaeology University of Oxford

Een van de vele voordelen waar ik van geniet als student in Engeland, is dat bijna alle musea gratis toegang verschaffen aan alle kunstliefhebbers uit alle lagen van de bevolking (arme Nederlandse studenten meegerekend).

Zo was ik onlangs in het Ashmolean Museum in Oxford, tevens het eerste universiteitsmuseum in de wereld, waar ik fameuze kunstcollecties mocht bewonderen van heel veel verschillende dynastieën die in de menselijke geschiedenis de meest fascinerende kunstvoorwerpen hebben weten voort te brengen. Bijna iedereen die dit museum bezoekt, zal iets weten te vinden waarmee zij of hij zich kan identificeren. Kunst raakt iedereen, het is universeel. Dit museum stelt voorwerpen ten toon die oorspronkelijk afkomstig zijn van plaatsen die vaak zelf niet in staat meer zijn hier recht aan te doen. Engelse musea zijn dan ook bijzonder rijk aan verschillende exemplaren door hun koloniale verleden.

Gallery 33, Mughal India – The Ashmolean Museum of Art and Archaeology University of Oxford

In Engeland hebben musea meer vrijheid om zaken te doen met landen waar hun overheid niet mee op goede voet is. De grondleggers van de musea wisten dat deze vrijheid een belangrijke rol zou spelen. Dit werpt vandaag haar vruchten af. Een raad van bestuur wordt aangesteld om toezicht te houden op de activiteiten en financiën. In Europa, daarentegen, worden musea meestal beheerd door de overheid (vaak door de Ministerie van Cultuur), dus is het moeilijker voor musea om hun eigen beleid uit te voeren als het op internationale samenwerkingen aankomt; dat kan alleen met bevriende naties. Zo bekeken hebben Britse musea een unieke maatschappelijke waarde en culturele vrijheid door hun autonome grondlegging, waardoor tentoonstellingen organiseren in controversiële landen zoals Irak, Rusland, China en Libië ook tot de mogelijkheden behoren.

Neil MacGregor, directeur van het British Museum, erkent dat veel van de kostbare kunstvoorwerpen niet alleen uit Engeland komen, maar uit landen uit de hele wereld en dus ook zo wereldwijd ten toon moeten worden gesteld om recht te doen aan hun origine. Enkele grote schatten in het bezit van Engeland zijn afkomstig van grote roofacties uit de koloniale tijdperk, zoals de wereldberoemde Kohinoor diamant die tot vandaag de dag nog steeds wordt teruggeëist door de Indiase regering. Maar het British Museum, ook eigenaar van bijvoorbeeld enkele kostbare Griekse en Ottomaanse schatten, weigert deze terug te geven aan het land van herkomst van de kunstvoorwerpen omdat ze volgens de wet de objecten niet mogen onteigenen. (Vast stiekem ook een beetje omdat een dagje uit naar het museum een stuk minder gedenkwaardig zal zijn).

Daar waar het ene land het historisch erfgoed goed beschermd, zijn er ook landen in de wereld waar het erfgoed vaak groot gevaar loopt. In landen waar er oorlog heerst, is het culturele erfgoed in de musea het laatste waar internationale aandacht aan wordt gegeven. Vaak vallen deze musea ten prooi aan de lokale bevolking die uit wanhoop vaak kostbare objecten roven en doorverkopen zodat ze hun gezin, met de schamele opbrengsten, kunnen onderhouden. Een recent voorbeeld hiervan is Syrië, waar leden van de terreurorganisatie ISIS schatten van het verleden roven en illegaal verhandelen, om mede hiermee hun propaganda en misdadige terreuracties te financieren. Ook wordt gemeld dat aan de lokale bevolking toestemming verleend wordt om archeologische terreinen op te graven voor kostbaarheden. Martin Roth, directeur van het Victoria and Albert Museum in Londen, heeft, na een bezoek aan het Syrische vluchtelingenkamp en het horen van deze verhalen, besloten om stappen te ondernemen om het voor ISIS onmogelijk (of in ieder geval moeilijker) te maken kostbare voorwerpen het land uit te smokkelen om te verkopen op de kunstmarkt.

Het is altijd pijnlijk om verhalen te horen over mensen in oorlogsgebieden, want niet alleen hun leven is in gevaar, hun toekomst staat eveneens op het spel, als ze het er al levend vanaf brengen. Ethisch gezien zijn materiële zaken zoals kunstobjecten uiteraard niet meer waard dan een mensenleven. Maar in sommige gevallen zijn deze bezittingen niet alleen een tastbare herinnering uit het verleden, maar een deel van hun identiteit, een inspiratie voor de toekomst. Het is fijn om te zien dat Engelse musea een kleine, maar bijzondere bijdrage kunnen leveren op het gebied van internationale betrekkingen tussen landen met kostbare kunstcollecties. En zo stond ik daar dan, in de Mughal India 1500-1900 Gallery van het Ashmolean Museum, een beetje eigenheid in keramiek te bewonderen dat zo’n 8000 kilometer van huis was.

Foto: Gallery 33 Mughal India – The Ashmolean Museum of Art and Archaeology University of Oxford

avatar

Altijd gewapend met een Parker pen, 'chai ka cup', en sarcasme.

Lees andere stukken van Nazir Bibi