Voorpagina Algemeen, Charlie Hebdo

Hoe anderen precies weten hoe ik Parijs moet herdenken

Dag 1: “Als het maar geen moslim is, deel honderd”
Woensdagmiddag, vage berichten over een Frans blad waar het merendeel van Nederland nog nooit van gehoord had. Tien doden, nog voor je kunt denken: als het maar geen.. hoor je iemand zeggen: “Het schijnen moslimextremisten te zijn.” Wat je voelt: machteloosheid. Wat je nog veel meer voelt: een déjà vu. Alsof we weer in 2003 of in 2004 zijn. “Theo van Gogh, twaalf keer,” zei iemand op tv over de aanslag op Charlie Hebdo. Dat dacht ik dus ook. Net als in 2004 hoop ik dat het ook geen moslim is. En dat dan twaalf keer zo erg.

Een filmpje van een journalist van Al-Jazeera komt voorbij. Hij staat in Parijs en hij huilt. Het gaat heel moeilijk worden voor de moslims, zegt hij snikkend. Mijn Arabisch is niet heel goed, maar de hele middag hoor ik de journalist in mijn hoofd ‘saab, saab’ herhalen. Ik denk rare dingen. Zoals: “Nu werd islamofobie door die aanslagen op moskeeën in Zweden en enge groepen in Duitsland eindelijk serieus genomen, en nu is die sympathie voor moslims meteen weg.” Raar, omdat mensen om me heen, niet-moslims, helemaal niet bezig zijn met moskeeën op dat moment. Alleen maar met de slachtoffers en de persvrijheid. Ik heb helemaal geen ruimte in mijn hoofd om na te denken over de slachtoffers.

’s Avonds als je thuis komt zijn er ontwikkelingen. Veel ontwikkelingen. Een van de gedode agenten blijkt een moslim te zijn. Een vreemd soort oplichting gaat door je heen. “Zie je nou, er is ook een moslim gedood!.” Alsof moslims in Europa het nu minder ‘saab’ gaan krijgen.

Alsof de hashtag #killallmuslims er minder trending van wordt.

Dag 2: “We moeten weer afstand nemen”
Een nieuwe aanslag in Parijs. Op een agente dit keer. Maar het wordt ondergesneeuwd door de nasleep van de dag daarvoor. Een nieuwe fase in het omgaan met een aanslag als moslim, is aangebroken. De uitgekauwde, frustrerende en eigenlijk ronduit belachelijke discussie over afstand of geen afstand nemen. Er zijn moslims die zelf afstand nemen middels een initiatief als #nietmijnislam. En er zijn moslims en niet-moslims die vinden dat andere moslims afstand moeten nemen van de aanslag. Breivik, die gast uit Alphen aan de Rijn, Volkert van der G. en de Ku Klux Klan in drie, twee, een seconden denk je, voordat je begint aan het lezen van een reeks columns, geschreven door mensen die weigeren afstand te nemen. Maar die dat zo overdreven weigeren, dat het bijna afstand nemen wordt. Ik zag zelfs iemand op Facebook trots verkondigen ‘nog steeds geen afstand genomen’ te hebben.

Ondertussen nemen alle moslimorganisaties die Nederland kent afstand, gaan er daadwerkelijk moslims naar de herdenkingen in de grote steden, heeft de #nietmijnislampagina al 10.000 likes en betogen ’s avonds nog steeds mensen dat moslims afstand moeten nemen. Bij deze is mijn standpunt in het afstand nemen van terreurdaden dan ook niet principieel, maar eerder praktisch. Het heeft toch geen zin, dus waarom zou ik moeite doen om een filmpje te uploaden of een blog te schrijven om mij te distantiëren?

Dag 3: Angst
De daders zijn gepakt/gedood. Dubbele angst maakt zich meester van de moslim. IS laat weten dat morgen andere westerse landen aan de beurt zijn. Je zou bang moeten zijn voor zo’n dreigement, nou eigenlijk moet je je nooit bang laten maken, maar als je dan toch bang bent, dan zou je bang moeten zijn als Nederlander. Dat je ook als Nederlander wellicht te maken krijgt met een aanslag. Maar als je een hoofddoek draagt is de angst voor autochtone radicalen veel reëler. Een ‘hijabi’ werd geslagen, een ander kreeg bier over haar hoofddoek gesmeten, een derde werd in de supermarkt weggestuurd, nog een ander werd tijdens haar werk achter de kassa belerend toegesproken. Ze had die hoofddoek vandaag wel even af kunnen doen.

Ik draag geen hoofddoek en ik weiger te buigen voor terroristen door bang te zijn voor hen. Dus ben ik vooral kwaad vandaag. Ik ben kwaad, omdat mijn onschuldige zusters worden aangevallen door vreemden vanwege een hoofddoek, ik ben kwaad omdat #killallmuslims nog steeds trending is, kwaad omdat extreem Nederland dit aangrijpt om nog verder te polariseren. Van enge PVV-mannetjes tot enge anonieme en minder anonieme islamitische reaguurders die olie op het vuur gooien door de aanslag goed te keuren. En op de krant die dat publiceert, terwijl er ook nog een miljoen andere Nederlandse moslims voor handen waren om te citeren.

Dag 4: Openbaring
Pas op de vierde dag besef ik dat ik de hele situatie heb beleefd door hoe anderen willen dat ik de situatie beleef. Te beginnen bij het überhaupt de situatie te beleven. De hele samenleving heeft mij verteld, hoe erg ik dit moest vinden. De plek die het nieuws innam (voorpagina van kranten, speciale tv-uitzendingen, trending topics op twitter, eindeloze Facebookupdates) vertelde mij: “Jij moet hier iets van vinden, want dit is heel erg schokkend.” Terwijl er toch echt elke dag helaas doden vallen. Ook dode journalisten.

Maar goed, dat leerde ik al in het eerste jaar van de school voor journalistiek: het aantal doden delen door het aantal kilometers en je weet hoe belangrijk het nieuws is.

Ik schrok vooral van de rest. En dan vooral van mezelf. Dat ik bedacht of ik naar de herdenking zou gaan en toen dacht: “Zou ik er goed aan doen om daar als moslim mijn gezicht te laten zien?” In plaats van: “Wil ik als mens mijn steun betuigen aan andere mensen?” Of: “Als journalist aan andere journalisten?” Nooit eerder heb ik mezelf zo laten reduceren tot een naamloze deelidentiteit.

Daarom: Je suis Sheily Belhaj, een mens die gruwelt van dood en geweld, maar niet toekwam om alle slachtoffers te herdenken.

avatar

Sheily Belhaj verhuisde op haar 18e naar haar favoriete stad Utrecht, maar komt waarschijnlijk nooit meer van haar Haarlemse R af. Ze studeerde journalistiek én Arabische Taal en Cultuur en volgt nu een master Islam aan de Universiteit Utrecht. Ze is kritisch, serieus, heel erg onhandig en stiekem ook wel een betweter. Sheily is verder een typisch product van de multiculturele samenleving. Van haar Tunesische vader en Nederlandse moeder kreeg ze het beste van twee culturen mee. In de praktijk betekende dit dat ze op zondagochtend in een balletpakje Kinderen voor Kinderenliedjes aan het zingen was, om daarna met een hoofddoekje naar de moskeeschool te gaan. Omdat de Westerse en Islamitische culturen bij haar thuis zo vanzelfsprekend door elkaar heen liepen, gelooft ze dat dit in de rest van Nederland ook kan.

Lees andere stukken van Sheily