Voorpagina Interviews, Verhaal van

Verhaal van: Tunahan Kuzu

Jij hebt ze, en ik heb ze ook. Verhalen. Herinneringen, gebeurtenissen en levenslessen die ons hebben gevormd tot de persoon die we vandaag de dag zijn. Verhalen kunnen anderen raken, en daarmee helpen te worden wie ze morgen de dag willen zijn. Ik zoek die verhalen op en sprak Tunahan Kuzu: politicus, vader en anti-integratie. Dit is zijn verhaal. Één daarvan.

Van Maassluis naar Rotterdam
‘Ik ben opgegroeid in Maassluis, een stad tussen Rotterdam en het Westland in. Toen ik in de tweede klas van de middelbare school zat, kwam ik eens thuis met een heel slecht rapport. Toen mijn vader dat zag, pakte hij mij bij mijn oor en zei: ‘Tunahan, als je nog eenmaal met zo’n rapport thuis komt, dan ga je naar het westen om er in de kassen te werken. Als je je best doet, dan kun je naar Rotterdam voor een kantoorbaan.’ Ik ben me toen van kleins af aan bewust geweest van deze woorden, en ik ben toen ook meer mijn best gaan doen op school. De ambitie werd dan ook een kantoorbaan het oosten.’

‘Je moet je dan dus voorstellen dat je in een gemeenschap leeft, waarin het hoogst haalbare voor de kinderen een kantoorbaan was. Aan de ene kant is het afschuwelijk dat dat als het hoogst haalbare werd gezien, aan de andere kant is het mooi om te zien dat er velen zijn die dat uiteindelijk wel hebben bereikt.’

Van kantoorbaan naar de politiek
‘Ik ben opgevoed met de gedachte om naar Rotterdam te gaan, en de eerste mogelijkheid die ik kreeg om naar Rotterdam te verhuizen greep ik dan ook aan. Dat was ook het jaar waarin de aanslagen op de Twin Towers plaatsvonden, en daaropvolgend verschillende aanslagen in Europese steden. Ook zag ik in de stad dat de verschillen tussen verschillende mensen veel meer zichtbaar waren. Ik vroeg me altijd af hoe het toch kon dat mensen in een hoekje werden gedrukt waar ze eigenlijk niet thuis horen. Ik verzette me daartegen, en wilde daar graag verandering in brengen. Een instrument om verandering in de samenleving te bewerkstelligen is toch de politiek. De politiek is ook zo interessant, dat ik nu ook constant denk mijn opdracht hier nog lang niet klaar is. En zo ga je dan ook door.’

We moeten af van integratie
‘Onze opdracht en boodschap is dat we mensen in Nederland moeten aanzetten tot denken, het integratiebeleid zoals we dat momenteel insteken werkt gewoon niet. Daarbij zorgen we door beleid dat verschillende groepen uit de samenleving juist verder van elkaar af komen te staan. We hebben een generatie die in Nederland is geboren en getogen, en in allerlei sectoren werkzaam is. Hoe kun je nou van Kauthar vragen dat ze nog verder moet integreren? We moeten daar gewoon vanaf, we moeten af van integratie. We willen ook af van de term allochtoon, waardoor we constant in dat frame denken blijven hangen waarbij over twee verschillende groepen wordt gesproken. We moeten werken naar een inclusieve samenleving, waar we het hebben over rechten en plichten die voortkomen uit staatsburgerschap. Als burger heb je rechten en plichten, en daar hebben we helemaal geen termen als allochtoon en autochtoon voor nodig. Het concept van staatsburgerschap zou veel meer centraal moeten zijn, en voor elke Nederlander gelden. We moeten van integratie naar wederzijdse acceptatie.’

Zijn wie je bent
‘Het mooie van Nederland is dat je op papier zou moeten kunnen zijn wie je bent. Dat je het recht hebt om je religie te belijden, om je mening te uiten en om je te verenigen. Al die rechten zijn verankerd in de Grondwet, en in die zin heeft Nederland misschien wel één van de mooiste constituties ter wereld. Wat je echter ziet is dat die rechten steeds meer onder druk komt te staan. Iedereen was recentelijk bijvoorbeeld Charlie, maar het gaat er niet vaak genoeg om over degenen die Charlie niet willen zijn. Dat is een beetje vreemd in onze samenleving, en dat is iets waar we aan willen werken. We willen mensen een spiegel voorhouden om na te denken.’

‘Wij hebben misschien tweemaal zo hard moeten werken om een gelijke positie te krijgen als onze buurman. Ik wil niet dat mijn kinderen hetzelfde moeten doen, in Nederland moeten we structureel werken aan gelijke rechten en uitgangspunten. Dat is hetgeen waardoor wij gedreven worden in de politiek, en bij ons staat de mens centraal. Sommigen zien jou bijvoorbeeld als dat ene meisje met een hoofddoek, maar ik zou jou in eerste instantie altijd benaderen als mens, en daar horen dan verschillende aspecten bij.’

Streven naar het goede
‘Ik haal mijn inspiratie uit verschillende dingen in het leven, en een van die dingen is mijn geloof. Het belangrijkste daarbij is dat het gaat om het streven naar het goede, en het wegblijven van het kwade. Dat is voor mij de essentie van de islam, en dat draag ik dagelijks bij me. Al amroe ‘enie elma’rouf, wa nnehjie ‘anie elmoenkar. Op het moment dat ik echter moet stemmen over bijvoorbeeld een natuurwet, dan haal ik er niet alle verzen en hadeeth bij die daarover gaan. Dat is misschien omdat de kennis daar dan tekort schiet, maar de basis is dat je streeft naar het goede en wegblijft van het kwade. Daarmee kom je al een heel eind. Óók bij natuurwetten.’

‘Wij hebben in november een en ander meegemaakt, en er werd ook veel over ons geschreven. Sommige dingen waren waar, anderen niet en daar maakte ik me toen wel zorgen over. Totdat ik op dit Koranvers stuitte: wa la yahzoenannaka qawloehoem. Treur niet om hetgeen zij over  jou zeggen. Vooral voor dat moment was het heel toepasselijk, en dit Koranvers staat dan ook dicht bij mijn hart.’

Wie ik ben
‘Je ouders hebben veel invloed op de manier waarop je in het leven staat. Mijn vader heeft jarenlang gewerkt in de Rotterdamse haven en is imam, mijn moeder is een zorgzame huisvrouw geweest. Van mijn vader heb ik altijd geleerd dat je een achterstand kunt inhalen door keihard te werken, en te laten zien waar je voor staat. Van mijn moeder heb ik geleerd dat ik nooit moet vergeten waar ik vandaan kom, en wie ik ben. Wat dat betreft zijn dat mijn twee grootste voorbeelden tijdens mij jeugd geweest. Mijn zoon is ook een inspiratiebron, hij heeft me geleerd geduld te hebben, en te accepteren dat ik niet altijd resultaat krijg als ik ergens energie in steek. Mijn zoon heeft namelijk autisme, en ook dan krijg je na inzet niet altijd meteen resultaat. Ik heb veel van hem geleerd, dat is echt fantastisch.’

Weegschaal
Als ik vraag naar het voorwerp waar Tunahan over zou willen vertellen, loopt hij de kamer uit om even later terug te komen met een bijzondere weegschaal. Aan elke kant staat een hoeveelheid schaakstukken, gelijk in gewicht. De boodschap? Balance is key. ‘Dit is de rechterkant, en hier heb je de politieke partijen die gericht zijn op repressie. Laten we als voorbeeld de reacties na de aanslag op Charlie Hebdo nemen.’ Tunahan verplaatst een schaakstuk naar rechts. Tik.  ‘PVV: ‘We moeten het leger inzetten.’’ Het volgende schaakstuk volgt. Tik. ‘CDA: ‘We moeten een gedachtepolitie hebben.’’ Tik. ’VVD: ‘We moeten agenten van mitrailleurs voorzien.’’ Tik. ‘CDA: We moeten een registratieplicht invoeren.’’ Tik, tik, tik. Het ene stuk volgt het andere, en de weegschaal helt over naar rechts. ‘Dit is wat er gebeurt, terwijl de essentie elders ligt: we moeten de voedingsbodem weghalen. We moeten ervoor zorgen dat jongens en meisjes zich niet buitengesloten voelen, dat we de jeugdwerkloosheid terugdringen en dat iedereen zich hier thuis voelt. Zo is er weer balans, en daar draait het uiteindelijk allemaal om.’ Ik kijk naar de weegschaal. De stukken zijn verplaatst, en de schalen staan weer gelijk. Evenwicht.

avatar

Kauthar is. Van alles en nog wat. Soms teveel, soms te weinig. Daar leert ze van. Graag.

Lees andere stukken van Kauthar