Voorpagina Ingezonden, Maatschappelijk, Politiek, Samenleving

Aboutaleb en de oranje olifant

Vorig jaar liep ik op Koningsdag samen met mijn beste vriendin door het centrum van Rotterdam. Van de Heemraadsplein over de Nieuwe Binnenweg naar het centrum. Overal kwamen we mensen, feestelijk uitgedost en in opperste stemming, al dan niet in het oranje, tegen. Dit was geen blanke invasie die ons even kwam laten zien hoe het moet. Nee, het waren de locals zelf van allerlei verschillende etnische afkomsten. Het was Koningsdag voor iedereen: bruin, zwart, blank, geel en alle mogelijk ‘tinten’ daartussenin. Op zo’n moment denk ik: hoeveel haat moet je in je hart hebben om dit te negeren zodat je kunt klagen over gebrek aan integratie? Hoe blind wil je zijn?

Ook dit jaar kwam dezelfde vraag weer bij me op terwijl ik met diezelfde vriendin dezelfde route liep. Met de woorden van Aboutaleb in mijn achterhoofd en het aanzien dat hij daarvoor kreeg. Aanzien van mensen die burgemeester Aboutaleb zien als het voorbeeld van integratie, maar niet door hebben dat ze daarmee de rest een tweederangs burgerschap aanpraten. Mensen die burgemeester Aboutaleb zien als de uitzondering die de regel bevestigt. Een alibi voor hun racisme.

Ik dacht: dit multiculturele bonte feestelijke Rotterdamse tafereel laat burgemeester Aboutaleb met een one-liner verdwijnen. Als een illusionist die de olifant in de kamer laat verdwijnen. Niet omdat Aboutaleb zo geweldige is, maar omdat zijn publiek de olifant gewoon negeert. Het is gewoon dom om te denken dat als je geboren en getogen bent in Nederland je niks kunt weten over de Nederlandse taal, geschiedenis en rechtsstaat alleen omdat je ouders ergens anders zijn geboren. Integreren doe je voor jezelf, assimileren voor een ander.

Ondanks de festiviteiten werd ik met de harde werkelijkheid geconfronteerd. Ik stond naast een groep politieagenten toen er een Marokkaans jongetje op ze af kwam. Een agent ging door zijn knieën om met het mannetje te praten. Wat lief, dacht ik, tot ik hoorde wat hij zei: ‘Je hoeft niet bang voor ons te zijn, je kan altijd bij ons terecht als je je papa kwijt raakt. Alleen als je stout ben, moet je bang zijn voor de politie.’ Wat kan een jongetje van vijf doen om bang te zijn voor de politie? En is het niet schrijnend dat het kennelijk normaal is dat allochtonen angst hebben voor de politie? Er kwam ook een autochtone jochie en die kreeg een ander verhaal: ‘Heb je nog boeven gevangen?’ vroeg de agent. Angst voor de autoriteit heeft niks met integratie te maken, maar met tweederangs burgerschap. Tweederangs burgerschap die burgemeester Aboutaleb met zijn retoriek faciliteert.

Als ik burgemeester Aboutaleb zie, dan zie ik gewoon een Marokkaanse overheidsambtenaar. Wanneer ik burgemeester Aboutaleb hoor, denk ik aan zo’n maqadam in Marokko die iedereen, naar aanleiding van een aanstaande bezoek van de koning, op de route waar de koning zal langsrijden, dwingt zijn huis te witten. Die de mensen met bussen ophaalt om langs de weg te gaan staan zwaaien wanneer de koning voorbijkomt. De maqadam die er voor zorgt dat de Koning nooit te weten zal komen wat het volk echt wil en denkt. De maqadam die met zijn tirannie naar de koning toe wil zeggen: als u mij toch niet had?

Ik had tranen gelaten bij dit filmpje, niet alleen omdat ik spontaan huil wanneer ik iemand zie huilen maar omdat ik dacht: deze mensen zijn uit zichzelf gekomen, deze mensen zijn niet gedwongen door overijverige ambtenaren met een ‘na mij de zondvloed’-mentaliteit. Zou koning Mohammed VI ook zo emotioneel zijn als hij zeker wist dat iedereen vrijwillig kwam uit respect en liefde voor hun leider? Zou onze Koning Willem-Alexander ook emotioneel worden bij het aanschouwen van de multiculturele bonte Rotterdamse taferelen?

Ingezonden door: Saïda Agourram

Saïda is geboren en getogen in Rotterdam. Ze is kinderleidster van beroep. Verder geeft ze Koran en Arabische les aan kinderen.

Foto: Koningsdag 2014 in Park Rozenburglaan door Jeroen Kransen

avatar

Wij Blijven Hier werd in 2005 opgericht, omdat ze vonden dat ze er nog niet waren. Inmiddels zijn ze 3000 bijdragen rijker, die vrijwillig door beginnende én gearriveerde verhalenvertellers worden geschreven. Verschillend van columns, persoonlijke ervaringen tot verborgen nieuwsfeitjes. Ze kijken op hun eigen manier tegen de wereld aan, en vertellen zélf het verhaal. Wie zijn ze? Kijk om u heen. Want ze zijn hier. Zij Blijven Hier!

Lees andere stukken van de WBH Redactie