Voorpagina Nakba, Palestina

Erkenning van de Nakba is ware Palestina-solidariteit

‘Met honing vang je meer vliegen dan met azijn.’ Ik heb dit altijd al een intrigerend spreekwoord gevonden. Je vraagt je dan soms ook af hoe zo een gezegde tot stand is gekomen. Wie hield zich vroeger zo fervent bezig met het vangen van vliegen (vreemde culinaire interesse, lijkt mij) dat het de moeite waard was er een strategie voor uit te stippelen?


Gekkigheid, uiteraard. Ik begrijp natuurlijk wat ermee wordt bedoeld, maar ook als we het in de meest abstracte zin opvatten blijf ik mijn vraagtekens houden. Als we het in het extreme trekken, wil het zoveel zeggen als: niet confronteren, maar slijmen. Als we het wat subtieler invullen wordt het: niet uitdagen, maar voor je winnen. En in de meest zuivere vorm betekent het: zachtheid is effectiever dan scherpte.

Er zijn zeker situaties waar dit op van toepassing is, al ligt slijmen een beetje te ver van mijn karakter af om me al te veel met dit spreekwoord te kunnen vereenzelvigen. Ik geef toe: ik ben geen goede vliegenvanger. Ik wil er echter ook aan toevoegen: mijn affiniteit met die veelal zwarte, soms glanzend groenblauwe rondrazende brommers is niet erg groot. Met andere woorden: als je teveel water in de wijn doet, in dit geval teveel honing in je azijn, is wat je binnenhaalt niet altijd een triomfantelijke high-five waard.

Voldoende allegorieën voor nu, maar ik wilde met deze inleiding een opstapje maken naar een veelal onbesproken, onder het vloerkleed geveegde etnische zuivering waar de meest toegewijde supporters van Palestina in elke meimaand aandacht aan besteden. Het gaat om de Nakba, de etnische zuivering van Palestina in 1948, waarbij meer dan 800,000 Palestijnen uit hun land werden verdreven. In de daarop volgende jaren werden 531 van hun verlaten dorpen door de zionistische invasiemacht met de grond gelijk gemaakt en van de landkaart gewist. Kleinigheidje? Voor mij geenszins. Naar alle maatstaven van het internationaal recht en menselijke compassie was dit een gruwelijke misdaad tegen de menselijkheid.

Ik heb gehoord dat sommige mensen vinden dat ik mij gewoonlijk hier wat te scherp over uitlaat, en zal een poging wagen me wat vriendelijker en wat meer uitnodigend op te stellen. Ik ben zelf ook heel benieuwd of mij dat zal lukken.

Al jarenlang wordt het publiek in het Westen voorgelogen met verdraaiingen van de geschiedenis van de staat ‘Israel’. Er werden verschillende mythen aan het volk verkocht om de raadselachtige wijze te verklaren waarop Europese joden ineens een staat konden oprichten in het door Arabieren bevolkte Midden-Oosten. Het was ‘een land zonder volk voor een volk zonder land’, zei men. Als dan het duizelingwekkende aantal Palestijnse vluchtelingen verklaard moest worden zei men: ‘ze werden door de Arabische regimes opgeroepen om hun huizen en hun land te verlaten’. Hierbij werd geen aandacht besteed aan de tegenstrijdigheid van deze mythe met de voorgaande. Ook is er geen enkele gedocumenteerde oproep van deze aard voorhanden, en is ook de geloofwaardigheid van deze onzin op logische gronden niet overeind te houden.

Een andere, nog steeds populaire en hardnekkige mythe, evenmin op feiten gestoeld, is die van de ‘verkoop van land aan joden door Palestijnse groot-grondbezitters’ waarmee de indruk gewekt diende te worden dat zionisten zich niet door middel van geweld en verdrijving, maar door legale aankoop meester hadden gemaakt van Palestijnse landerijen. In werkelijkheid betreft dit zo een minimaal percentage land, dat het in het grote plaatje geen naam mag hebben, en alleen gehanteerd wordt om de gruwelijke waarheid van de zionistische agressie te verdoezelen.

Aan al deze fabeltjes werd in de jaren negentig een einde gemaakt door Israëlische historici, die vanwege hun oprechtere analyse van de geschiedenis bekend werden als de ‘New Historians’. Sommigen van hen waren toegewijde zionisten, zoals Benny Morris, die de etnische zuivering als geschiedkundig feit erkende, maar vooral vond dat de volksverdrijving niet grondig genoeg was uitgevoerd. Er bleven immers voldoende Palestijnen in Palestina over om vandaag de dag door het racistische zionistische bestel als ‘demografisch probleem’ te worden beschouwd.


Een andere Israëlische historicus, Ilan Pappé, schrijver van het wereldbekende boek ‘The Ethnic Cleansing of Palestine’, stuitte op dezelfde geschiedkundige feiten als Benny Morris, maar deed hierna afstand van alle zionistische idealen die hij in zijn opvoeding had
meegekregen. Net zoals Morris legde hij in zijn boek duidelijk uit hoe de etnische zuivering van Palestina een doelbewuste strategie was, in overeenstemming met het zogenaamde ‘Plan Dalet’ (1947), het plan voor de gewelddadige ontruiming van Palestina. Ook dit plan kwam niet uit de lucht vallen: het was gebaseerd op de visie van de grondlegger van het Zionisme, Theodor Herzl, zoals uiteengezet in zijn boek ‘Der Judenstaat’ (1896). Terwijl Morris echter deze etnische zuivering als een ‘noodzakelijk kwaad’ opvat, beschouwt Pappé deze als een misdaad tegen de mensheid, hetgeen hem de bijnaam ‘most hated Jew in Israel’ heeft opgeleverd, meerdere doodsbedreigingen, en een publiekelijke veroordeling in de Knesset (het Israëlische parlement).

De discussie over de ontstaanswijze van de zionistische staat is dan ook officieel allang gesloten, nu zowel vanuit zionistische als vanuit anti-zionistische hoek de feiten al bijna twintig jaar onweerlegbaar op tafel liggen. ‘Israel’ is opgericht door een bloedige etnische zuivering, ingeleid door de massamoord in het dorp Deir Yassin, en opgevolgd door een reeks andere massamoorden in onder andere de dorpen Qaysaria, Dahmash, Beir Daras en Dawayma. Deze slachtingen hadden als doel de Palestijnse bevolking massaal op de vlucht te doen slaan, en werden uitgevoerd door zionistische terreurgroeperingen zoals de Haganah, de Irgun en de Palmach. Deze terroristen werden de latere regeringsleiders van de joodse kolonistenstaat die op de ruïnes van een etnisch gezuiverd Palestina werd opgericht.

Er zijn echter nog steeds veel zionisten die ondanks de onthullingen van de New Historians de geschiedkundige feiten blijven ontkennen, net zoals er ook nog steeds zeer veel mensen in het Westen zijn die in de ouderwetse verdraaiingen van de geschiedenis blijven geloven. De cognitieve dissonantie tussen wat ze in hun opvoeding hebben meegekregen, en wat de feiten overduidelijk laten zien, is voor velen te groot om te bevatten. Het kan voor hen simpelweg niet zo zijn, dat het ‘Israel’ wiens ‘heldendom’ ze met de paplepel ingegoten hebben gekregen, een onmiskenbare schurkenstaat is. Zonder een massale misdaad tegen een ander volk, onder Palestijnen bekend als de Nakba (‘De Catastrofe’), zou deze op etnische superioriteit gestoelde kolonistenstaat echter nooit tot stand hebben kunnen komen.

Hiermee komen we terug bij de vliegen en de honing van het begin van dit verhaal. Nakba-ontkenning blijft in het Westen wijd en zijd verbreid, ondanks het feit dat de onstaansmythen van de zionistische kolonie allang zijn ontmaskerd. Met welke honing zijn deze ‘vliegen’ dan binnen te halen? Is het denkbaar dat mensen wiens gezond verstand niet toegankelijk is vanwege diep gezaaide emoties, door zachtaardige taal kunnen worden aangespoord om door het bord voor hun kop heen te slaan en de waarheid onder ogen te zien? Zijn zij dan bereid gebleken te luisteren naar Ilan Pappé, een welbespraakte en rustige joodse Westerling, die al sinds 2006 via zijn boek en vele media-optredens probeert het ware verhaal door de massa omarmd te zien worden? Tonen de koppig aan het Israel-ideaal vasthoudende burgers überhaupt interesse als hun verraderlijke heilige huisjes ter discussie worden gesteld?

Je kunt het me dan ook nauwelijks kwalijk nemen dat ik regelmatig mijn ‘azijn’ in de strijd gooi. Niet alleen omdat honing mijn specialiteit niet is, en vliegen niet op mijn menu staan. Je doet er maar mee wat je wil, maar ontkenners van de Nakba zijn medeplichtig aan oorlogsmisdaden op dezelfde wijze waarop zij die andere misdaden tegen de mensheid vergoelijken of ontkennen, mee helpen bouwen aan een onrechtvaardige en misdadige wereld.

Er zijn vele vormen van Nakba-ontkenning: het erkennen van de zionistische staat zonder de eis te stellen dat de regering van ‘Israel’ verantwoordelijkheid neemt voor haar gepleegde misdaden tegen de Palestijnen. Een andere vorm van Nakba-ontkenning is het bestrijden van het Recht op Terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen, vervat in resolutie 194 van de Verenigde Naties. De normalisatie van de staat ‘Israel’ door toenadering te zoeken tot zionistische groeperingen en individuen, en hen te steunen in hun wens tot verdediging van het bestaansrecht van hun koloniale entiteit op gestolen land: Nakba-ontkenning. Het uitsluiten van Palestijnen in dialogen, discussies en debatten, en het stellen van voorwaarden voor hun deelname eraan: Nakba-ontkenning. Oproepen tot vrede tussen Israelis en Palestijnen, via kunst, cultuur, of andere gezellige projecten, zonder hierbij enige aandacht te vragen voor rechtvaardigheid, is ook Nakba-ontkenning. De lijst is langer, maar omdat veel mensen die dit lezen zich al aangesproken beginnen te voelen, en ik beloofd had aardig te proberen te blijven, hou ik de rest van mijn azijn voorlopig nog even bij me.

De ware sympathisant van Palestina heeft de Nakba centraal staan in zijn of haar belevingswereld, en is zich terdege bewust van alle geschiedkundige feiten daaromtrent. Hij of zij is in het dagelijks leven bezig een steentje bij te dragen aan het bestrijden van Nakba-ontkenning, door mensen op deze feiten te wijzen. Ieder jaar in mei zijn wij er weer, en doen we iets aan Nakba-educatie, dit jaar precies op 15 mei, de Internationale Dag van de Nakba. Was je erbij in de zomer van 2014, toen goede mensen en masse de straat op gingen om zich tegen de bloedige voortzetting van de Nakba in de 21e eeuw uit te spreken? Was je woedend over de massa-slachtingen van Palestijnse mannen, vrouwen en kinderen in Gaza? Dan kan het eigenlijk niet anders dan dat je hier ook bij wil zijn. Ik zeg dit nu voor mijn gevoel op zo een vriendelijke en zachtaardige manier, dat ik de honing zelf al proef (lekker), en de vliegen al op me af zie komen (okee, minder). Wees erbij in Amsterdam, op 15 mei: met Dyab Abu Jahjah (Belgie), Appa, Abbas Hamideh (USA), Mohanad Abusultan en mijzelf (UAE).

avatar

Tariq Shadid bleef niet hier. Hij vertrok naar de Emiraten waar hij hoofd is van een chirurgische afdeling in een middelgroot ziekenhuis. Ondanks deze drukke baan blijven zijn twee andere passies intact: zijn land Palestina, en muziek. Bij een indrukwekkend aantal aanhangers op Facebook staat hij met zijn muzikale intifada beter bekend als Doc Jazz, met songs die vooral over Palestina gaan.

Lees andere stukken van