Voorpagina Islam, Jouw Dagelijkse Dosis 2015 / 1436, Ramadan

Rust in je hart – Juz’ 16

Dit is deel 16 van Jouw Dagelijkse Dosis. Iedere dag in de Ramadan schrijft een team van schrijvers een reflectie over de juz’ die praktisch de hele oemmah die dag leest. Alle lezers worden uitgenodigd hetzelfde te doen, en hun eigen reflectie op de juz’ van de dag in de reacties te plaatsen. Iedere dag kiest een jury de beste reflectie. De winnaar krijgt een presentje thuisgestuurd.

Toen mij gevraagd werd een reflectie te schrijven op een deel van de Koran voor Jouw Dagelijkse Dosis ging ik zonder erover na te denken akkoord. Toch is het schrijven van een reflectie makkelijker gezegd dan gedaan. Je kunt er namelijk alle kanten mee op: er is zoveel wat er geschreven kan worden. En natuurlijk, het scheelt dat het om slechts een dertigste deel van de Koran gaat, maar toch.

Om u een idee te geven wat ik bedoel met “je kunt er alle kanten mee op”: het zestiende deel van de Koran bestaat uit 269 verzen vanuit drie verschillende hoofdstukken. Er valt te lezen over dertien profeten en drie bekende personen die het geloof in Allah verwerpen. Ook is er aandacht voor het paradijs en de hel, de Namen en Eigenschappen van Allah en de gunsten die Allah aan de mensheid schenkt. Het mag dan ook duidelijk zijn; aan onderwerpen en verhaallijnen is er geen gebrek.

Zodra ik hoofdstuk 19 begin te lezen vallen mijn ogen op een bijzondere situatieschets. Een situatieschets die mij meer raakt dan anders; het is de profeet Zakaria in een moment van volle verbazing. Hij (Zakaria) had de wens kinderen te krijgen en vroeg aan Allah om hem deze te schenken. Toen hij als reactie op zijn smeekbeden de openbaring ontving een zoon te krijgen stond hij perplex. Verrast vroeg hij zich hardop af “hoe kan ik een jongen krijgen terwijl mijn vrouw onvruchtbaar is? En waarlijk, ik heb een hoge leeftijd bereikt.” (Koran, hoofdstuk 19:7-8)

Met andere woorden; Ik vraag wel om een kind, maar de inwilliging van dat verzoek ligt niet in de lijn van mijn verwachtingen en doet me versteld staan. Het is een reactie waarbij het verstand eerder in de woorden is terug te horen dan de dankbaarheid jegens Degene Die zijn ouderschap mogelijk zou maken: Allah. Sterker nog; In plaats van het uiten van zijn dankbaarheid zien we hem zeggen “O mijn Heer, geef mij een Teken (bewijs dat ik vader zal worden).”

We hebben vervolgens de bladzijde nog niet omgeslagen of we lezen in een nieuwe verhaallijn al over Maria die, vol verbazing, hoort dat zij een zoon zal krijgen. Zij vraagt zich op haar beurt hardop af hoe dit mogelijk is gezien “geen mens mij heeft aangeraakt en ik geen onkuise vrouw ben”. (Koran, hoofdstuk 19:16-40)

Twee van de meest vrome personen die beide een openbaring krijgen van Allah. Veel betrouwbaarder kan het niet worden zullen we maar zeggen. Toch komen zowel Zakaria als Maria met een opvallende reactie; “Hoe is dit mogelijk terwijl….?”. Hoe komt het dat deze twee vooraanstaande gelovigen een dergelijke reactie geven?

Voor we het antwoord daarop gaan bekijken; laat me u zeggen dat ze niet alleen zijn in hun verbazing en hun verlangen naar bevestiging van wat zij geopenbaard hebben gekregen. We zagen Mozes een soortgelijke opmerking maken richting Allah toen hij zei “Mijn heer, toon U aan mij” (Koran, hoofdstuk 7:143)

Het voelt zo onnatuurlijk aan, Zakaria, Maria en Mozes, deze drie vrome personen die we zien als lichtpunten van het geloof. Dat juist zij het zijn die zulke opmerkingen maken. Hoe kan het dat zij vrij vertaald zeggen “geef ons een bewijs van de waarheid van wat wij geopenbaard kregen”?

Het antwoord op die vraag is terug te vinden in de Koran. Zakaria, Maria en Mozes treden met hun opmerkingen namelijk in de voetsporen van de profeet Abraham waarover we eerder deze maand al lazen in hoofdstuk twee vers 260: “En toen Abraham zei: “Mijn Heer, toon mij hoe U de doden doet leven.” Hij (Allah) zei: “Geloof jij dan niet?” Hij zei: “Jawel, maar (laat het me zien) opdat mijn hart tot rust komt.”

Dat is het antwoord, dat is de reden dat zij om een bewijs vragen. Het is de behoefte om datgene wat zij te horen hebben gekregen te kunnen bevatten. Het is de behoefte een bevestiging te krijgen van wat ze al zeker weten zodat hun hart rust verkrijgt bij de ontvangen openbaring.

Hier zou ik dan ook graag een parallel willen trekken met onze huidige tijd en onze persoonlijke situaties. We hebben allemaal een last te dragen, of dit nu op religieus, fysiek, sociaal, mentaal, financieel of enig ander vlak is. Er overkomen ons zaken die we, om het zoals het in de genoemde verzen is omschreven, niet kunnen bevatten.

Soms kan die last zo zwaar gaan wegen dat we ten einde raad zijn. Het is in die momenten dat we verlangen naar een teken, een teken dat het allemaal goed zal komen, een teken dat ons hart gerust stelt.

Gezien wij geen boodschappen ontvangen van engelen is de vraag natuurlijk: hoe kunnen we ervoor zorgen dat een dergelijk verlangen gestild kan worden? Wanneer we eerlijk zijn tegenover onszelf beseffen we daarnaast ook dat niet alle zaken goed zullen komen. Overleden geliefden komen niet terug, chronische ziekten verdwijnen niet als sneeuw voor de zon en financiële problemen los je niet zomaar op.

Hoe onze situatie ook is, en of het probleem nu op te lossen is of niet, een hart dat tot rust kan komen zorgt voor een lichaam en geest die kracht hervinden om door te gaan. En een gerust hart krijgen? Hoe we dat kunnen bewerkstelligen lezen we in hoofdstuk dertien van de Koran (vers 28); “Door het gedenken van Allah komen de harten tot rust.”

Of dat nu is middels het prijzen van Hem, het bidden tot Hem of het smeken van Hem; het brengt het hart tot rust. En mochten we dat niet zo ervaren, dan is dit de maand bij uitstek om daar iets aan te doen. Wat is DE manier om daaraan te werken? Door ons vast te houden aan de belangrijke basisregel; om rust te krijgen middels het gedenken van Allah, dienen we Hem in alle rust (zonder te haasten) te gedenken.

Bron afbeelding: Flickr.

Jouw Dagelijkse Dosis 2015 / 1436:

avatar

In 2005 bekeerde hij zich tot de islam, en sindsdien timmert hij druk aan de weg. Zijn motto? Wens geen verandering, wees verandering. Vanuit die gedachte is hij betrokken geweest bij de opzet van het LPNM, bekeerlingen.nl en waaromislam.nl. Hij studeerde af als islamitisch pedagoog met een verdieping in religieuze diversiteit. Na zijn studie richtte hij het S-L-M op; een organisatie die zich richt op islamitische pedagogiek, huwelijk en de begeleiding van bekeerlingen.

Lees andere stukken van Abdullah