Voorpagina Maatschappelijk, Persoonlijk, Samenleving

Lief moslimmeisje?

Column Khadim Zaman | Ik leg me erbij neer: liefde kun je niet afdwingen

Gisteren schreef Ari Vogelaar een open brief: ‘Lief moslimmeisje‘. Kauthar schreef een reactie.

Yo Ari. Dit is in sprookjes vast niet de manier waarop een exotische prinses een brief begint, al denk ik dat ik middels dit virtueel schrijven überhaupt de plank mis sla. Beter had ik je een handgeschreven brief moeten sturen, gefrankeerd met een mysterieus zegel en omhuld met de geur van musk. Ik had nog ergens een stukje perkament liggen, maar dat heeft de voorjaarsschoonmaak niet overleefd. Helaas.

Ach. Zal ik toch maar wat beter mijn best doen met de aanhef? Om maar in de toon van jouw schrijven te blijven: lieve Noord-Europese prins met goudblond haar, roomblanke huid en koelblauwe ogen (?), ik krijg de kriebels van je stuk. En geloof me: het zijn niet de goede.

‘Lief moslimmeisje.’ Met zo’n aanhef heb je mijn aandacht, maar dan lees ik door en kruipt bijna ongemerkt mijn linkerwenkbrauw op. Je schrijft over wie ik ben, zonder mij te kennen. Mijn identiteit is constant in ontwikkeling, de verkenning daarvan is een bijzondere en mooie, maar soms ook zware reis die ik de rest van mijn leven zal blijven afleggen. Soms samen, soms alleen. Ik kijk mijn ogen uit en weet nog niet precies waar ik terecht zal komen.

Wat ik wel weet, is dat ik moslima ben, in de breedste zin van het woord. Soms voel ik me een meisje. Soms kijk ik naar de wereld en besluit ik het meisje thuis te laten. Een vrouw met precies hetzelfde uiterlijk als het meisje van gisteren stapt dan buiten. Soms ren ik onbekenden op het station na om te vragen welk boek ze in hun handen hebben, soms ben ik op datzelfde station liever alleen en zie ik niet meer dan noodzakelijk. Soms ben ik stijlvol gekleed. Soms. Ehm. Niet.

Puzzelstukjes die constant veranderen en soms beter bij elkaar passen dan op andere momenten. Dat ben ik, en met mij vele andere moslima’s. We zijn allemaal verschillend, zowel innerlijk als uiterlijk, maar in jouw stuk lijkt daar geen ruimte voor te zijn. Vooral niet voor het innerlijk trouwens…

Je spreekt in enkelvoud met mij vele anderen aan. Hoe divers dat lieve moslimmeisje is blijkt alleen al uit de reacties op je stuk. Sommige van mijn vriendinnen plaatsten hartjes bij je stuk, sommige niet. Ik denk dat inmiddels wel duidelijk is tot welke categorie ik behoor. Met de beste bedoelingen sla je virtueel een arm om me heen, maar ik voel me verstikt. Je duwt in hokjes. Ja, jij ook. Zachtjes, maar toch. Ik ben je exotisch meisje niet. Ik ben je Jasmine niet. Ik ben je projectie niet. Laat me alsjeblieft zelf ontdekken wie ik ben. Soms zal ik daarbij op teentjes trappen, misschien zoals nu op de jouwe. Sorry, maar ruimte maken voor elkaar is niet altijd even leuk, ik krijg ook vaak genoeg een elleboog in mijn zij. Dat is niet zo erg, zolang we maar bezig zijn om die hokjes waar we in zitten te verruimen. Samen. Ik hoop dat je daarvoor open staat.

Ari, ik denk dat je een sympathieke gast bent. Echt waar, maar als ik dat Rotterdamse meisje was geweest, dan had je met dit stuk mijn dag niet gemaakt. Dat doe je niet door me te vertellen dat ik er mag zijn en net zo leuk en Nederlands ben als jij. Ik ben er al, hoe en wat laat ik liever niet door onbekenden op afstand dicteren. Ik vind het mooier om dat gaandeweg met anderen te ontdekken. En weet je, soms ben ik misschien gewoon niet leuk en Nederlands op de manier die een ander zou definiëren, maar laat me alsjeblieft zijn.

Gewoon, net als jij.

Dit stuk verscheen eerder op Mindshakes.

avatar

Kauthar is. Van alles en nog wat. Soms teveel, soms te weinig. Daar leert ze van. Graag.

Lees andere stukken van Kauthar