Voorpagina Islam, Jouw Dagelijkse Dosis, Jouw Dagelijkse Dosis 2016/1437, Ramadan, Spiritualiteit

Kom tot één woord – Juz’ 3

Dit is deel 3 van Jouw Dagelijkse Dosis. Iedere dag in de Ramadan schrijft een team van schrijvers een reflectie over de juz’ die praktisch de hele oemmah die dag leest. Alle lezers worden uitgenodigd hetzelfde te doen, en hun eigen reflectie op de juz’ van de dag in de reacties te plaatsen.

‘Tilka’r-Roesoel’, zo begint de derde Juz’ van de Koran:

‘Van deze boodschappers begunstigden Wij sommigen boven anderen. Tot sommige van hen sprak Allah, anderen verhief Hij in rang ..’ (Baqara:253).

Waarna ik mijn lievelingen ga doden, want de schitterende Aya al-Kursî – het Troonvers en de mooie verzen direct daarna, die beginnen met: ‘Allah is de Vriend van hen die geloven…’, sla ik over. (Baqara:255-257).

Ook ‘Amana Rasoelo’, en de laatste verzen van soera Baqara, sla ik over. Die verzen bevatten de troost dat ‘geen ziel wordt belast boven haar vermogen.’ Maar er staan ook enkele woorden die in tegenspraak lijken met wat hierboven over de boodschappers wordt gezegd: ‘Wij maken geen onderscheid tussen ook maar één van Zijn boodschappers.’ Eerst wordt in vers 253 iets over het verschil tussen Anbiyâ – profeten en Roesoel boodschappers gezegd. Wel of geen geopenbaard boek, lokale of mondiale boodschap, wel of niet met name genoemd in de Koran.. Waarna in vers 285 wordt gezegd dat alle boodschappers gelijk of gelijkwaardig zijn. In de ogen van Allah. In essentie één taak: tot één woord komen. Tot overeenstemming komen. Mensen tot elkaar brengen.  

Dit zijn verzen die iedereen kent en vaak in de gebedsnis van een moskee heeft horen reciteren. Of zelf heeft gereciteerd en hopelijk meditatief gelezen Je geliefde verzen in je gebed reciteren, maakt je tot ervaringsdeskundige van de Koran. Religieuze ervaring is iets heel anders dan theologische muggenzifterij over de Koran. Iemand die de Koran in zijn gebeden heeft leren kennen, kan schrikken van sommige vreemde vertalingen. Wie kan er tussen mij en Allah komen als ik de Koran in zijn oorspronkelijke taal lees? Niemand.

De derde Juz’ begint na 34 verzen van soera Al-Baqara met soera Âl ‘Imrân. Deze soera bestaat uit 200 verzen, die werden geopenbaard in Medina. Vrijwel alle koranexegeten hebben de ontmoeting van de boodschapper van Allah met een christendelegatie uit Nadjrân, als rode lijn in soera Âl ‘Imrân benoemd.

Die delegatie bestond uit zestig mannen te paard, waaronder veertien van hun belangrijkste voorgangers. Een van hen werd de Âqib genoemd en zijn opinie werd nooit weersproken. Hij heette ‘Abd al-Masîh, wat dienaar van de Messias betekent. Een ander heette al-Ayham, die Sayyid, of heer werd genoemd en een van de leiders van het volk was. De derde heette Abû Haritha b. ‘Alqamah. Deze werd beschouwd als hun religieus leider en hoofd van de Midras, hun religieuze school. Hij genoot groot aanzien onder de christenen. Zelfs de Byzantijnse koningen eerden hem en financierden de bouw van kerken voor hem. Het eerste dat zij wilden doen was het verrichten van hun gebeden en de profeet Mohammed gaf hen toestemming om in de moskee te bidden. Zij baden in de richting van het oosten. Daarna spraken hun drie woordvoerders met de profeet. Tijdens dat gesprek zei de profeet: ‘Aanvaard de Islam!’ Zij antwoordden: ‘Lang voor u waren wij al moslims!’ De profeet zei toen: ‘Jullie vertellen de waarheid niet. Jullie beweren dat God een zoon heeft, aanbidden het kruis en eten varkensvlees. Dat weerhoudt jullie ervan moslims te zijn.’ Hun weerwoord was: ‘Indien Jezus niet de zoon van God is, wie was dan zijn vader?’[1]

Zo begon de eerste dialoog in de geschiedenis van de Islam. We kunnen dit met een gerust hart ‘dialoog’ noemen, want de profeet Mohammed respecteerde de christenen en zij respecteerden de profeet. Zij luisterden naar elkaar en namen elkaars argumenten serieus. Toen ze niet tot overeenstemming konden komen, ontving de profeet Mohammed een openbaring, waarin hij ertoe uitnodigde dat wél te doen:

‘Zeg: ‘Mensen van het Boek, laat ons tot één woord komen dat wij gemeenschappelijk hebben: dat wij niemand dan de ene God aanbidden, dat wij niets met Hem vereenzelvigen en dat niemand van ons anderen dan God als heer neemt.’ Indien zij zich afwenden, zeg dan: ‘Getuig dat wij moslim zijn.’’

Het gaat om een woord dat we met elkaar delen. In de Koran is dat: Lâ ilâha illallâh – ‘God is één’. Dan hebben we het over Kalima Tayyiba als Kalima Sawâ: het goede woord als punt van overeenstemming.

De term Kalimatin Sawâ’in – ‘een gemeenschappelijk woord’ of – ‘overeenstemming’, wordt dus voor het eerst genoemd in deze passage in de Koran. ‘Een gemeenschappelijk woord’ is een woord waarmee je positief contact met andere mensen maakt. Allah schenkt ons een Kalima of woord om tot Hem te komen, maar Hij schenkt ook woorden om tot de mensen te komen. Wij hebben als taak om met goede woorden de harten van de mensen te bereiken. En dat kunnen we alleen als die woorden bij ons uit ons hart komen. De profeet Mohammed zei: ‘Hij die in Allah en de Laatste Dag gelooft dient het goede te zeggen of te zwijgen.’

Er wordt niet van moslims gevraagd om met wapens te kletteren en de mensheid angst aan te jagen. In de Koran wordt van ons gevraagd een bijdrage te leveren aan de problemen waar de hele mensheid voor staat. De negatieve aandacht voor terroristen is helaas veel groter dan de positieve aandacht voor het zoeken naar gezamenlijkheid. De economische en ecologische crises, waarover we kunnen zeggen dat we niet van onze fouten leren, krijgen ook van moslimzijde aandacht. Er worden op papier en in overlegsituaties door moslims wetenschappelijke bijdragen geleverd, maar die bereiken zelfs de eigen achterban niet.[2]

De wereld is zo klein geworden dat we er al heel lang global village tegen zeggen, toch zijn we niet in staat tot Eén Vreedzame Wereld Orde te komen, waarin schaarse goederen rechtvaardig worden verdeeld.

Zoals de profeet ruimte maakte in zijn moskee voor de delegatie uit Nadjrân, dienen wij moslims ruimte in onze agenda’s, dat wil zeggen tijd en aandacht, vrij te maken voor de echte wereldproblematiek.

Volgens sommige apocalyptische scenario’s, die ons op de rand van de afgrond zetten, dienen we ons voor te bereiden op overbevolking, onvoorstelbare chaos, rampen, dood en destructie. Wij hebben als mensheid en als moslims echter de innerlijke kracht om tot één woord en daarmee tot gedeeld gezond verstand te komen. Dat wil zeggen dat we pro actief dienen te werken aan algemene instemming om ons voor het algemeen belang in te zetten. Als afleidingsmanoeuvre van alles wat we als mensheid fout doen, krijgen moslims de rol van zondebok. Toch dienen we in plaats van segregatie gezamenlijkheid na te streven De opdracht om tot één woord te komen gaat vooraf aan het moment dat we tot één wereld komen. Met zijn oproep om tot één woord te komen staat de Koran midden in de actualiteit. Religie als inspiratiebron om gezamenlijk het goede te doen.


[1] In overleveringen en commentaren van geleerden op deze gebeurtenis, wordt onderling verwezen naar elkaar. Tabarî citeert Wâhidî, op gezag van Ibn Ishâq, die op zijn beurt op gezag van Muhammad b. Djafâr b. al-Zubayr rapporteert. Raadpleeg hiervoor bijvoorbeeld de tafâsir van Ibn Kathîr (Tafsîr al-Qur’ân al- ‘Azim) en Tabarî (Djâmi’ al-Bayân an Ta’wîl Ây al-Qur’ân), etc.

[2] Zie bijvoorbeeld: Aref Nayed. (2009). Growing Ecologies Of Peace, Compassion And Blessing. A Muslim Response To ‘A Muscat Manifesto’.

 

Jouw Dagelijkse Dosis:

Jouw Dagelijkse Dosis 2016/1437:

avatar

Abdulwahid van Bommel was geestelijke verzorger voor moslims bij het Medisch Centrum Haaglanden, voorganger van het Moslim Informatiecentrum in Den Haag en directeur van de Nederlandse Moslim Omroep. Nu is hij docent geestelijke verzorging en schrijver.

Lees andere stukken van