Voorpagina Islam, Jouw Dagelijkse Dosis 2016/1437, Ramadan, Spiritualiteit

Leg gewicht in die schaal! Juz’ 1

Dit is deel 1 van Jouw Dagelijkse Dosis. Iedere dag in de Ramadan schrijft een team van schrijvers een reflectie over de juz’ die praktisch de hele oemmah die dag leest. Alle lezers worden uitgenodigd hetzelfde te doen, en hun eigen reflectie op de juz’ van de dag in de reacties te plaatsen.

Bismillah. We beginnen deze serie van Jouw Dagelijkse Dosis in de Naam van God, de Barmhartige, de Erbarmer.

Voor elke moslim die wil leren bidden of die voor het eerst de Qur’an opent, ligt er een bijzondere ontmoeting voor hem of haar in het verschiet. De sleutel tot het leren van het gebed ligt namelijk in het leren van het allereerste hoofdstuk uit de Qur’an: soerat al Faatihah.

De naam is een ‘sleutel’ in zichzelf want het deelt de wortelletters F-T-H met het Arabische woord voor sleutel, miftaah. Met deze sleutel open je de deur naar de Qur’an, maar ook naar je gebed. Daarmee is het een mooie manier om aan je relatie met je Schepper te werken. Muhammad al Ghazali zei in deze context ooit:

“Het is een verfrissende, regeneratieve en intieme vorm van communicatie tussen mensen en hun Heer. Het is een manifest van fundamentele waarheden en idealen en een ouverture (inleiding van een gedicht of ode) van nederigheid van een bescheiden en apologetische dienaar aan de Almachtige Heer en Meester.”

Zoals gezegd is al Faatihah meestal het eerste dat je tegen het lijft loopt als je het gebed wil leren. Je leert het gebed het beste met een docent maar 13,5 jaar geleden was ik volledig aangewezen op boekjes en mijn persoonlijke observaties in de moskee. Ik heb erg warme herinneringen aan de Kleine Moslims serie, waarin de basis van islam werd uitgelegd op kinderniveau. Maar ook Abdulwahid van Bommels Kom tot het Gebed is nog steeds een vast referentiepunt in mijn boekenkast. Destijds was het bijzonder moeilijk om mensen te vinden die mij in het Nederlands konden begeleiden dus deze boekjes waren mijn steun en toeverlaat. En al Faatihah heb ik mede dankzij hen geleerd.

Al Faatiha is het deel van de Qur’an dat ongetwijfeld het meest gereciteerde hoofdstuk onder moslims is, want elke gebedseenheid begint ermee en een gebed bestaat uit meerdere gebedseenheden. Met de vijf verplichte, dagelijkse gebeden kom je dan al gauw uit op minimaal 17x al Faatihah reciteren: 2 in de vroege ochtend, 2×4 in de middag, 3 in de avond en nog 4 in het voorportaal van de nacht. En dan zijn er nog best veel mensen die daar hun vrijwillige gebeden aan vast plakken. Dat zijn behoorlijk wat alhamdullahs, Alhamdulillah!

Er wordt in de Qur’an dan ook naar al Faatihah verwezen als “de zeven vaak herhaalde verzen” (QS al Hijr 15:87). De titel wordt ook wel vertaald als De Opener. Sommige geleerden hebben gezegd dat dit hoofdstuk de gehele inhoud van de Qur’an samenvat met betrekking tot tawhied (de theologische uitleg van de eenheid van Allah) regelgeving, de levenswegen van de kinderen van Adam (as) en andere zaken. Je kunt het ook omdraaien en zeggen dat de Qur’an een uitleg is van soerat al Faatihah. Vanuit de soennah weten we dat om deze reden dit hoofdstuk ook wel Oemm-ul-Qur’an of Oemm-ul-Kitaab genoemd wordt (Moeder van de Qur’an of van het Boek) (Sahieh al Boekharie 772 & Sahieh Moeslim 395).

Anas ibn Maalik heeft ook overgeleverd dat de Profeet (s) heeft gezegd: “Van de soeras uit de Qur’an heeft Al Fatihah het meeste overwicht.” (Sahieh al Hakim & al Bayhaqi)

Al Faatihah heeft bijzondere eigenschappen: naast het feit dat het de Qur’an opent, is het een pilaar van het gebed (wat op zijn beurt weer een pilaar van islam is!) en het kan ook als roeqya dienen (behandeling van de zieke door recitatie van koranverzen, smeekbeden en dhikr). Dit blijkt bijvoorbeeld uit de volgende overlevering, waarin de Profeet (s) zei tegen degene die het uitsprak over iemand die gestoken was door een schorpioen en vervolgens genas: ‘hoe wist jij dat het [al Faatihah] een roeqyah is?” (Sahieh al Boekharie 2276 & Sahieh Moeslim 2201)

Al Faatihah begint zoals bijna alle hoofdstukken in de Qur’an met de Basmallah, het uitspreken van de Bismillah. Lees Ronalds prachtige stuk van vorig jaar om hier meer over te weten te komen.

Als we vervolgens kijken naar de verzen die hierop volgen dan kunnen we de volgende uitspraak van de Profeet (s) als uitgangspunt nemen:

“Ik heb het gebed tussen Mijzelf en Mijn dienaar in tweeën verdeeld, en Mijn dienaar ontvangt waar hij om vraagt. Als Mijn dienaar zegt:” Al-hamdoe lillahi Rabbi Al’aalamien,” zegt Allah ( de Almachtige en Verhevene):”Mijn dienaar heeft Mij geprezen.”En als hij zegt: Ar-Rahmaanir-Rahiem,” zegt Allah (de Almachtige, de Verhevene): “Mijn dienaar heeft Mij verheven” en als hij “Maaliki yawmid-dien” zegt, zegt Allah:”Mijn dienaar heeft Mij verheerlijkt”- en bij een gelegenheid zei Hij: “Mijn dienaar heeft zich aan Mijn macht onderworpen.” En als hij zegt: “Iyyaka na’boedoe wa iyyaka nasta’ien”zegt Hij: “Dit is tussen Mij en mijn dienaar en Mijn dienaar krijgt wat hij vraagt. En als hij zegt: “Ihdinas-Siraatal-moestaqiem, siratal-ladhiena an’amta ‘alaihim ghairil-maghdoebi ‘alaihim wa laad-daallien” zegt Hij: “Dit is voor Mijn dienaar en Mijn dienaar zal krijgen wat hij vraagt.” (Sahieh Moeslim 395, hadith qudsi)

In deze overlevering van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden met hem zijn) is terug te lezen dat Allah, Verheven zij Hij, al Faatihah heeft onderverdeeld in een gedeelte voor Hemzelf en een gedeelte voor Zijn dienaar: 1-3 zijn voor Hem (lofprijzing), 4 is dan het scharnierpunt tussen Allah en Zijn dienaar (U alleen vragen/aanbidden), 5-7 zijn voor Zijn dienaar (verzoek om leiding).

Wanneer we op deze manier soerat al Faatihah indelen dan zien we dat vers 4 inderdaad een soort scharnierpunt is: “U alleen aanbidden we en U alleen vragen we om hulp.” We zien hier dat alles en iedereen de hulp van Allah nodig heeft en Zijn gunsten. Zelfs de Profeet Mohammed (saw), van wie je zou kunnend denken dat zijn kostje in het hiernamaals gekocht zou zijn, stond erom bekend dat hij het niet naliet om Allah te vragen: “Help mij om U indachtig te zijn, U te danken en U te aanbidden, zo goed als ik kan.” Het is ook overgeleverd dat hij (saw) adviseerde: “Als je iets specifieks nodig hebt, vraag Allah dan om het je te schenken, en wanneer je hulp tekort komt, vraag het dan aan Allah.” (Abu Dawud en An-Nasaa’i in hun Sunan).

De aanbidding waarover wordt gesproken is enkel bedoeld voor Allah. Het is het levensdoel van de mens om alleen Hem te aanbidden. In de Qur’an zegt Allah swt hierover: “En ik heb de djinn en de mensen slechts geschapen om Mij te aanbidden.” (Soerat adh Dhaariyaat 51:56) De mens verricht deze aanbidding op de nederigste wijze: in het dagelijkse gebed geven wij ons volledig over, stellen wij ons fysiek zo kwetsbaar mogelijk op, enkel en alleen voor Allah. Aanbidding bevat hier zowel ‘pure’ aanbidding zoals zaken als het gebed, de aalmoezen, het vasten in ramadan, als ook aanbidding door het nakomen van geboden en het vermijden van geboden, en in het algemeen alles waar Allah swt tevreden mee is en waarbij je Hem gedenkt.

Let op dat je bij het vragen om hulp aan Allah swt niet die soorten hulp bedoelt die ook door mensen geschonken kan worden – dat is sadaqah. Allah zegt hierover in de Qur’an: “En help elkaar in deugdzaamheid en in vroomheid, help elkaar niet in zonde en overtreding.” (Soerat al Maa’ida 5:2)

Zoals de Profeet (s) zei: “Het helpen van iemand met zijn rijdier door hem hierop te helpen of zijn bagage hierop te laden, is een liefdadigheid.” (Sahieh al Boekharie 2989 en Sahieh Moeslim 1009). Met andere woorden: iyyaaka nasta’ien slaat op die soorten hulp die je niet van andere mensen kunt krijgen. Je kunt een schepsel enkel om hulp vragen waar hij of zij jou kunnen helpen. Alle andere vormen van hulp zijn voor Allah swt en voor niets of niemand anders. Vragen zoals: voorspoed, gezondheid, genezing, leiding, etc. Wij vragen dit enkel aan Allah swt omdat de vraag aan iets of iemand anders stellen, feitelijk shirk (afgoderij) zou inhouden, de grootste zonde!

In het derde deel van soerat al Faatihah zien we 3 soorten mensen terugkomen: degenen met wie Allah tevreden is, degenen op wie Zijn toorn is nedergedaald en degenen die dwalen. Over de eerste groep zegt Allah in de Qur’an:

“Degenen die Allah en de Boodschapper gehoorzamen; zij behoren tot degenen aan wie Allah genade heeft geschonken van de profeten en de oprechten en de getuigen [martelaren] en de goeden. En wat een goed gezelschap zijn zij!” (Soerat an Nisaa’4:69)

Naast de groep van de geleide mensen, zijn er nog twee groepen mensen: degene op wie de woede/toorn van Allah rust en degenen die dwalende zijn. Degenen die uit hoogmoed of koppigheid van het rechte pad afwijken, zijn degenen op wie de woede van Allah rust. Degenen die uit onwetendheid van het rechte pad afraakt, zijn de dwalende mensen. Wij vragen Allah dus om niet alleen geleid te worden, maar ook om te voorkomen dat wij uit hoogmoed of onwetendheid alsnog het pad kwijtraken. Moge Allah ons behoeden.

Al Faatihah is de sleutel tot een rijke relatie met de Qur’an en tot een liefdevolle en respectvolle omgang met Allah. Zoals Muhammad al Ghazali zei:

“We reciteren deze gezegende smeekbeden en lofprijzingen omdat ze voorspoedig zijn voor onze ziel, net zoals wassen noodzakelijk is voor de gezondheid van ons lichaam. De hierdoor verkregen voordelen rechtvaardigen de regelmaat en repetitie van de recitatie. Een lichaam blijft niet schoon wanneer je het slechts nu en dan wast. Het moet regelmatig gewassen worden gedurende je hele leven. Op dezelfde manier worden menselijk temperament en gedrag niet gecorrigeerd door een enkel kort gebed, achteloos herhaald en vlug weer vergeten. Je moet zo vaak mogelijk voor Allah staan, omdat menselijke roekeloosheid en onvoorzichtigheid, en de influisteringen van de sjaitaan, nooit stoppen of grenzen kennen. Gebed, smeekbede en overgave aan Allah dienen gehouden te worden en als gewoonte worden verricht.”

Gezegende ramadan aan allen. Laat die letters van de pagina spatten met recitatie, overpeinzing, Godsvrucht en plezier.

Bron afbeelding: Flickr.

Jouw Dagelijkse Dosis 2016/1437:

avatar

In het jaar dat Elvis stierf, werd Noureddine geboren. Op zijn negende kreeg hij een skateboard. Op zijn 20ste werd hij in Schotland verliefd op boeken. Op zijn 27ste werd hij moslim en vond hij zijn draai. Hij werkt in de gehandicaptenzorg en denkt soms dat hij bijna Arabisch kan lezen maar vraagt dan toch om een klinker. Hij jat de beste grappen van de missus, steun en toeverlaat sinds 2006. Af en toe vertaalt hij wat poëzie omdat het leven dan gewoon beter is.

Lees andere stukken van