Voorpagina Algemeen, Islam, Jouw Dagelijkse Dosis, Jouw Dagelijkse Dosis 2016/1437, Ramadan, Spiritualiteit

Het einde als begin – Juz’ 30

In de naam van Allah, de Barhartige, de Genadevolle.

Aan mij de eer om enkele gedachten op papier te zetten rondom de laatste juz’ van de Qur’an, juz’ 30, ook wel Juz’`Amma genoemd. Zoals de titel van mijn schrijfsel al aangeeft is juz’ 30, ondanks dat zij als laatste vermeld staat in de Qur’an, toch vaak de eerste waar een moslim mee in aanraking komt zodra hij zich begint te verdiepen in zijn geloof. Het zijn namelijk de zogenaamde ‘korte soera’s’, die men vaak memoriseert om tijdens de vijf dagelijkse gebeden te reciteren, na soerat al Fatiha. En wat een Wijsheid van Allah schuilt hierachter! Tabarakallah!

Van de 36 soera’s die juz’ 30 bevat zijn de meeste namelijk geopenbaard aan het begin van de Mekkaanse periode, toen de moslimgemeenschap nog klein was en nog niet naar buiten getreden, in een tijd waarin afgoderij en onrecht in de samenleving de norm waren. Het gaat hier dus om het begin van de openbaringen en tevens het begin van de zuivering van de harten van de mensen en het opbouwen van een sterke imaan, de fundamenten dus van de islam.

Hoe belangrijk is dit om ons te realiseren! Om een bouwwerk te kunnen bouwen zal je eerst veel aandacht moeten besteden aan de ondergrond waar je het gebouw op wilt plaatsen, om te voorkomen dat dit bij het minste geringste instort door factoren van binnen- of buitenaf! De Profeet besteedde maar liefst 13 jaar van zijn profeetschap aan het opbouwen van deze basis, de `Aqieda, voordat hij in de laatste 10 jaar van zijn leven, toen de moslims de eerste islamitische staat gevestigd hadden in Medina, de Sjariah implementeerde. Welke zaken behoren nu eigenlijk tot deze basis en in welke soera’s kun je dat terugvinden?

Wie is Allah?
Allereerst staat er in Juz’ 30 een soera die volgens een overlevering van de Profeet (v.z.m.h.) gelijk staat aan een derde deel van de Qur’an. Het gaat hier om Soerat al Ichlaas. Deze soera laat ons kennismaken met de belangrijkste eigenschappen van Allah, namelijk dat Hij Één is, dat Hij as Samad is (Hij is absoluut onafhankelijk van wat dan ook, terwijl Zijn schepselen allen van Hem afhankelijk zijn), dat Hij geen kinderen heeft en dat Hij Zelf ook niet is verwekt en dat niets of niemand in de hemelen of op de aarde met Hem te vergelijken is.

De soera bevat eigenlijk een bevestiging en een verdere uitleg van de geloofsgetuigenis die iedere moslim dagelijks meerdere malen aflegt tijdens de tasjahhoed, een onderdeel van het gebed, namelijk dat niets of niemand anders het recht heeft om aanbeden te worden dan Allah. Het geloven in en handelen naar deze getuigenis is een voorwaarde om in het leven hierna in Paradijs te komen. Om te kunnen handelen naar deze getuigenis is het essentieel om de Handleiding des Levens, de Qur’an, die Allah naar de mens gestuurd heeft via de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) te accepteren als Leidraad, evenals de leiding van het beste voorbeeld voor de mensen, namelijk de soenna van de Laatste Boodschapper van Allah. Het is namelijk niet mogelijk om de Qur’an in de praktijk te brengen zonder de wijsheid, het goede gedrag en het juiste voorbeeld van de Profeet (v.z.m.h.) te volgen.


In soerat an Naba, de soera waarnaar Juz’ `Amma is genoemd (deze soera begint namelijk met het vers ‘Amma yatasaa’ aloen…) laat Allah de mens nadenken over het wonder van Zijn schepping en spoort Hij de mens aan om Hem te erkennen als Enige Schepper.
Dat wij eerst en vooral op Allah moeten vertrouwen en bescherming bij Hem moeten zoeken voordat wij op de hulp van iemand anders vertrouwen vinden we terug in soerat al Falaq en an Naas, de laatste twee soera’s van de Qur’an.

Vrije keuze, respect voor ieder keuze en de eigen verantwoordelijkheid
Hoewel moslims ervan overtuigd zijn dat een mens van Allah en Zijn Laatste Profeet Mohammed (v.z.m.h.) moet getuigen (hetgeen overigens inhoudt, dat men ook in alle eerder gezonden profeten en boeken gelooft, waaronder de profeten Abraham, Mozes, David en Jezus en de heilige boeken de Thora, de Psalmen en het Evangelie) om in het hiernamaals in het Paradijs terecht te komen, wordt in een andere soera van juz’ 30 door Allah duidelijk gemaakt dat een ieder in zijn leven een vrije keuze heeft om te geloven of niet en dat een ieder slechts verantwoordelijk is voor zijn eigen keuze en niet voor de keuze van een ander. In soerat al Kafiroen wordt gesproken over een dialoog tussen de Profeet (v.z.m.h.) en mensen die niet in de islam geloofden. Daarin wordt duidelijk gemaakt dat de levensovertuiging van een moslim weliswaar anders is dan die van een niet-moslim en andersom, maar dat dit zogezegd ‘ok’ is. Hoewel het uitnodigen tot de islam een onderdeel is van zijn geloof, mag een moslim dus nooit geweld uitoefenen om iemand te ‘overtuigen’. De juiste houding ten opzichte van mensen met een andere overtuiging of een andere mening vinden we in de slotaya van deze soera: “Voor jullie jullie geloof en voor ons ons geloof.” Het is alleen Allah die bepaalt of iemands hart geopend wordt voor de islam en mocht dat via jou gebeuren dan is dat een grote gunst (soerat an Nasr)! Als iedereen, moslim of niet, dit principe zou toepassen, hoe anders zou de wereld er dan uitzien!

Goede daden en de Beste Beloning
In Juz’ 30 wordt de moslim herhaaldelijk aangespoord tot het doen van goede daden als dankbaar zijn, het verrichten van de salaat (soerat al Kawthar), het goed zijn voor wezen, armen en behoeftigen (soerat al Maa`oen, al Lail en ad Doehaa), het elkaar aansporen tot de Waarheid en geduld (soerat al `Asr, ad Doehaa en asj Sjarh), het betalen van de zakaat (soerat al Bayyinah), het opdoen van kennis (soerat al `Alaq) en de beloning daarvoor in het Paradijs. Het Paradijs wordt in prachtige bewoordingen beschreven in verschillende soera’s als al Moetaffifien, an Naba’ en al Ghasjiah:

“Er zijn op die Dag gezichten die verheugd zijn. Over hun streven voldaan. In een hooggelegen Paradijs. Je hoort daarin geen zinloos gepraat. Daarin is een stromende bron. Daarin zijn verhoogde rustbanken. En gereedgezette bekers. En in rijen gezette kussens. En uitgerolde tapijten…”
Soerat al Ghasjiah (88), 8-16

Een waarschuwing
Tenslotte wijst Allah ons in juz’ 30 telkenmale op de realiteit die ons te wachten staat: de tijdelijkheid van dit huidige leven, de komst van het Laatste Uur, de Vereffening op de Dag des Oordeels en het eeuwige leven hierna, waarin we de gevolgen zullen ervaren van onze keuzes en daden in dit wereldse leven. Zo leidt Allah ons in deze laatste Juz’ langs de hele essentie van de islam: van het erkennen van de Schepper en Onderhouder van de werelden, via de Qur’an en de Soenna, door middel van aansporen tot het doen van goede daden en ons te waarschuwen voor de gevolgen van onze keuzes in het hiernamaals op de weg naar het Paradijs.

Moge wij de lessen uit Juz’ 30 als een leidraad nemen voor ons leven en moge Allah ons belonen met het Paradijs, Amien.

Jouw Dagelijkse Dosis:

Jouw Dagelijkse Dosis 2016/1437:

avatar

Asma Claassen is geboren in 1968 als Mascha Dominique Claassen in Haarlem en opgegroeid in een katholiek gezin, maar met een sterk geloof in de eenheid van God en interesse in andere religies. Na haar bekering tot de islam in 1988 is zij begonnen met de vakgroep Talen en Culturen van het Islamitische Midden Oosten, waar ze voor de richting Arabisch heeft gekozen, hetgeen nog steeds haar grote liefde is. Met een aantal collega's heeft een uitgeverij voor islamitisch onderwijs opgericht (www.suvio.nl), waar zij islamitische kinderboeken en ander materiaal uitgeven. Inmiddels werkt ze alweer 6 jaar bij de Islamitische Schoolbesturen Organisatie (ISBO) als beleidsadviseur identiteit. Asma is daarnaast erg maatschappelijk betrokken en lid van de door de islam geïnspireerde partij NIDA Rotterdam.

Lees andere stukken van Asma