Voorpagina Buitenland, Maatschappelijk, Opinie, Samenleving

Erdoğan: ‘redder’ van Nederland

Een “nazi-overblijfsel” en “fascisten” noemde Erdoğan het Nederlandse kabinet vorige week. De omstreden Turkse president nam geen blad voor de mond om het landingsverbod voor minister Çavuşoğlu te veroordelen. Waar komt dit ineens vandaan, deze ferme taal richting het kabinet?

Het mag eigenlijk geen verrassing worden genoemd. We wisten al langer dat het in Nederland electoraal niet goed ging. Sinds Pim Fortuyn (1948-2002) in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen in 2002 de doos van Pandora opende, is extreemrechts onder Wilders hand over hand opgerukt van negen zetels in 2006 naar meer dan dertig zetels (in de peilingen) in 2016. Door het electorale succes van Wilders zijn de VVD, de PvdA, het CDA, de ChristenUnie en de SGP allen in mindere of meerdere mate naar rechts verschoven in het politieke spectrum. De Nederlandse politiek was tot de verkiezingen van 2017 geleidelijk in de ban geraakt van het rechts-extremistische gedachtegoed. Allen proberen nu al jaren uit dezelfde ruif te eten, in de strijd om de zwevende kiezer.

Het rechts-extremisme is als een deken over Nederland komen te liggen. Dit laat zelfs de NOS niet ongemoeid. Erdoğan zou zelfs volgens de NOS hebben gezegd dat ‘Nederland’ een nazi-overblijfsel is. Dit is een overduidelijke interpretatie van de NOS, die al langer op de hand van haar (rechtse) correspondent Lucas Waagmeester lijkt te zijn. Erdoğan noemde niet Nederland, maar ‘hen’ (Turks: “onlar”) een nazi-overblijfsel; overduidelijk doelend op degenen die de landingsrechten van het toestel van Çavuşoğlu introkken. Het kabinet dus.

Een taboe, deze nazi-vergelijking. Zeker. Vooral diplomatisch bezien. Maar slaat het de plank retorisch dan óók volledig mis? Dat is geen uitgemaakte zaak. De kabinetten Rutte I en II – die sinds 2010 met ordinaire spierballentaal richting nieuwe Nederlanders (“je invechten in de samenleving”, “pleur op” etc.), min of meer noodgedwongen, de wind uit de zeilen van de PVV probeerden te halen – waren (onbedoeld) onder invloed van hetzelfde onderliggende sentiment als dat van het nazisme (xenofobie, antisemitisme, minderhedenhaat). Het is niet vreemd voor een ‘wereldleider’ uit een ander continent om dit sentiment anno 2017 ‘nazi-overschot’ te noemen. Het is voor ieder weldenkend mens een morele plicht om dit sentiment met hand en tand te bestrijden. Het rechts-extremisme na Fortuyn is eenvoudigweg een afzichtelijk, sluimerend virus dat onze (van oudsher) multiculturele samenleving diep heeft geïnfecteerd. Erdoğan lijkt dit te willen bestrijden. Dat is één.

En dan twee: politiek-strategisch. Erdoğan hoefde de gewraakte uitspraak in principe niet te doen. De uithaal van Erdoğan leidde er politiek gezien echter wel toe dat de zwevende (verrechtste) kiezer, waarvan een niet onbelangrijk deel in de schoot van de PVV dreigde te vallen, zich uit ontzag voor Erdoğan en de reactie van het kabinet (terug)schaarde achter premier Rutte en de VVD. De VVD liep na het incident, zo pal voor de verkiezingen, plotseling uit van 24-28 naar 33 zetels. De PVV viel terug van 24 (Maurice de Hond/EenVandaag, 14-3/13-3) naar uiteindelijk 20 zetels. Daarmee maakte Erdoğan in een voor Nederland cruciale verkiezingsstrijd een einde aan de aspiraties van de PVV. Sterker nog, de politieke herschikking die in Nederland het gevolg was, zou weleens een game changer in West-Europa kunnen zijn. De verwachting was immers dat na de Brexit en de verkiezing van Trump in 2016, Nederland de volgende dominosteen zou zijn die zou omvallen. Europa zou met de aanstaande Franse presidentsverkiezingen en de Duitse Bondsdagverkiezingen in 2017 volgens velen de Britten en de Amerikanen volgen en een ruk naar rechts maken. Nederland lijkt na dit verbale geweld in elk geval (voorlopig) de dans ontsprongen te hebben. Met dank aan Erdoğan.

avatar

Önder Kaya schrijft al sinds 2004 voor diverse media over sport, economie en politiek en is na een onderbreking van vijf jaar, sinds 2017 weer onderdeel van Wijblijvenhier. Önder droomt van een evenwichtig medialandschap en hoopt met zijn bijdragen mee te werken aan objectieve berichtgeving in Nederland.

Lees andere stukken van Önder