Voorpagina Interviews, Islam, Maatschappelijk, Media, Samenleving

Shari’a-cursus aan de VU: in gesprek met drs. Hamza Akkar

‘De tijd van het gebed is aangebroken. Zullen we daar nu even voor stoppen, of zullen we eerst de introductie afmaken en over een half uurtje naar de gebedsruimte gaan?’

Een van de vragen die drs. Hamza Akkar aan de groep stelt tijdens de eerste les van de shari’a-cursus van de Islamitische Studentenvereniging Amsterdam (ISA). Het levert geroezemoes op. Wat zou nu het ‘juiste antwoord’ zijn? De groep komt er niet uit, Hamza hakt de knoop door.

‘We zijn echt niet vromer als we nu meteen gaan bidden hoor. Weet je wat, ik maak wel de introductie af. Later zullen we ook leren dat striktheid niet per se altijd de beste optie is.’

Gewoon zelf dingen doen
Voorafgaand aan de volgende les zitten we met Hamza aan een tafeltje op de VU, de universiteit waar hij zelf ook in 2009 afgestudeerd is in Religiewetenschappen, zowel het reguliere als het islamitische traject. Daarna deed hij de Master Islamitische Jeugdzorg en de Master Geestelijke Verzorging en werkte hij zo’n vijf jaar in penitentiaire inrichtingen en in de zorg. Ook behaalde hij zijn eerstegraads lesbevoegdheid voor het vak Levensbeschouwing, maar daar stopte het studeren niet.

‘Ik heb me altijd een beetje benauwd gevoeld als het hier om religiositeit ging en hoe dat werd uitgevoerd. Er is veel oppervlakkigheid; mensen denken de waarheid in pacht te hebben en dan heb ik het niet alleen over de leken. Want tja, de leken leren het ook van iemand. Ik ben me toen gaan oriënteren om ergens anders verder te studeren en uiteindelijk werd het Marokko. Daar is een rijke traditie van bestudering van de islam en inmiddels ben ik er alweer twee jaar.

Hamza blijft zich wel betrokken voelen bij Nederland en handelt daar ook naar.

‘Je kan gaan klagen over hoe het hier gaat, maar op een gegeven moment realiseer je je dat je zelf ook verandering kunt brengen, dan ga je gewoon zelf dingen doen.’

Deze actieve houding is ook terug te zien in Hamza’s verleden; hij is een van de oprichters van ISA, de enige Islamitische studentenvereniging die officieel door de VU is erkend. De vereniging kent ruim 600 leden en een diversiteit van zowel etnische achtergrond als religieuze oriëntatie.

‘Dat vind ik erg belangrijk, dat je iedereen aanspreekt en dat iedereen zich welkom voelt. Islam is iets wat ons verbindt, en niet iets wat ons verdeelt. Vanuit een bepaalde hoek word je dan toch als vereniging bekritiseerd dat je te losjes bent, van een andere hoek weer dat je te streng bent. Maar dat is goed, want dan weet je dat je in het midden zit.’

De shari’a is niet statisch
‘Deze cursus is om een paar redenen van belang. Je ziet bij alle studies van islamitische universiteiten dat dit vak als eerste wordt gegeven, als basisvak. Alle vakken die je bestudeert, bouwen voort op basis van de shari’a, zoals tafseer en fiqh, dus zonder die basis mis je het raamwerk om je verder te kunnen verdiepen. Eigenlijk zou je het kunnen zien als een soort wetenschapsfilosofie, het verklaart de achterliggende gedachte. Het shari’a-vak is relatief nieuw, het is geen traditioneel vak zoals bijvoorbeeld tafseer of fiqh, maar kreeg vooral vorm toen universiteiten opkwamen en curricula werden opgesteld.’ 

‘Een van de huidige geleerden die daar ook een groot aandeel aan heeft geleverd is Al-Qaradawi, zijn werk gebruik ik onder andere ook voor mijn lessen. Ik ben het niet altijd met hem eens, maar dat hoeft ook niet. Het opdoen van religieuze kennis is een menselijke inspanning, mensen zijn feilbaar en staan onder invloed van verandering, daarom is een conclusie naar aanleiding van dit proces ook niet per se bindend voor iedereen. Het is geen Goddelijke openbaring.’

‘Ik denk wel dat het menselijk is om anderen te willen volgen. Ook in de psychologie zeggen ze dat er leiders en volgers zijn. Wellicht dat het voor mensen een manier is om onbewust verantwoordelijkheid van zichzelf bij een ander neer te leggen. Dat is makkelijker dan zelf de inspanning verrichten, dat vergt meer van een persoon.’ 

Hoewel de mens niet onfeilbaar is bij het opdoen van kennis, blijft het opdoen van kennis wel noodzakelijk.

‘Shari’a is Goddelijk, fiqh is Goddelijk geïnspireerd, maar het blijft mensenwerk. Hetzelfde kun je zeggen over de wet. Deze is menselijk, gebaseerd op bijvoorbeeld gewoontes, geschiedenis en tradities. Het essentiële verschil tussen fiqh en andere wetgeving zit in de Goddelijke oorsprong ervan.’

‘Heel vaak, ik denk 80 tot 90 procent, zal het Nederlandse wetboek overeenkomen met wat islamitische geleerden vinden. Natuurlijk blijft er een marge, maar het hoeft niet altijd te bijten. Als mensen dan soms zeggen dat we ‘de’ shari’a moeten ‘toepassen’, begrijpen ze niet dat deze per land of context kan verschillen: de shari’a is niet statisch.’

‘Het is de mens die er met het verstand mee aan de slag gaat en er vervolgens regels en wetgevingen uit destilleert. De uitkomst daarvan kan dus heel erg verschillen, net als met de wetscholen. Verschil was er zelfs tussen de rechtgeleide khaliefen: er waren zaken die Omar (ra) anders aanpakte dan bijvoorbeeld Abu Bakr (ra), en Othman (ra) op zijn beurt weer anders uitvoerde dan zijn voorganger Omar (ra) enzovoorts, terwijl hun regeerperiode qua tijdsperiode dicht op elkaar lag. Verschil was dus mogelijk, maar daar moet de borst ruim voor zijn.’

Misconcepties: van shari’a naar media
‘Shari’a wordt vaak gelinkt aan steniging, vrouwenonderdrukking, homo’s mishandelen… Dat vind ik een heel groot onrecht ten opzichte van de shari’a. De shari’a is niet gekomen om het leven van de mensen miserabel te maken. Zoals Allah (subhanahu wa ta’ala) in surah Taha (20), vers 2, zegt, ‘…Wij hebben de Koran niet doen neerdalen om jou ongelukkig te maken’.’

‘De Koran is juist neergedaald voor werelds geluk en geluk in het Hiernamaals. Dus als de shari’a wordt geassocieerd met ongeluk, miserabel leven, dood en verderf, dan vind ik dat het aan ons is om ons in te spannen die beeldvorming te kantelen. Bijvoorbeeld door onderwijs, maar je moet ook het gesprek aangaan. Alleen is dit nu heel lastig, omdat dit onderwerp zo beladen is. De eerste vraag gaat namelijk vaak meteen over homo’s of steniging bijvoorbeeld, dus je wordt gelijk in een hoek geduwd.’

Hamza had ook met iemand van De Telegraaf aan tafel kunnen zitten, maar daar is bewust niet voor gekozen. Toen de vereniging naar aanleiding van de aankondiging van de cursus werd benaderd door de Telegraaf besloot zij te weigeren, onder andere om de manier waarop deze krant moslims vaak negatief framet.

‘Als het gaat om media, vind ik dat je een media-kanaal moet kiezen waar jij je prettig bij voelt, je bent nergens toe verplicht. Een andere krant had ook om een interview gevraagd. Daar waren we zeker toe bereid, want het is belangrijk om transparant te zijn en het gesprek aan te gaan, maar dan wel onder bepaalde voorwaarden.’

‘Mijn voorwaarden waren dat als ik verkeerd zou worden geciteerd, ik dat zou kunnen corrigeren, dat er geen rare afbeelding naast het interview komt, bijvoorbeeld iemand met een zwaard of een zwarte vlag, want dan heb je de toon meteen gezet. En als het gaat om de kop, ik snap dat dat gevoelig ligt, maar ik wil daar wel enige inbreng in hebben. Als ik uiteindelijk vind dat een journalist zich niet aan de afspraak houdt, dan wil ik me terug kunnen trekken. Dan wordt er als weerwoord gezegd dat een journalist niet klakkeloos overneemt wat er wordt gezegd.’ 

‘Dat snap ik en dat is ook niet wat ik vraag, mijn punt is dat ik wil dat het verhaal recht doet aan mijn boodschap en degene die dat uiteindelijk het beste kan beoordelen dat ben ik zelf. Uiteindelijk kregen we geen reactie meer. Nou ja, prima. Ik praat met iedereen mits dat in redelijkheid gaat en met fatsoen. Iedereen is dan ook welkom, ik ga graag in gesprek, de Koran spreekt immers niet alleen moslims aan, maar iedereen.’

Weten en niet weten
Kennis opdoen over het geloof is belangrijk en dat geldt niet enkel voor geleerden.

‘Wat ik mensen op het hart druk is het leren van de Arabische taal. Hiermee neemt hun afhankelijkheid van een tussenpersoon af en zodoende komen ze zelf dichter bij de openbaring. Arabisch is ook niet moeilijk. Als je Frans en Duits kunt leren, dan kun je ook Arabisch leren. Vloeiend spreken hoeft niet, begrip is het belangrijkste. Dat is waar ik nadruk op leg. En waar ik ook nadruk op leg: lees elke dag een stukje uit de Koran.’

‘De Profeet (salla Allahoe aleyhi wa sallam) maakte een vergelijking tussen de gelovige die de Koran leest en een gelovige die de Koran niet leest. Je merkt het ook in iemands spreken en handelen als deze dagelijks met de Koran bezig is: je bent dan verbonden met iets Goddelijks.’

‘De surah die mij op dit moment het meeste inspireert is surah al-Hujurat (49), deze legt veel nadruk op etiquette en wat beschaving is. Deze surah benoemt waarden die universeel toepasbaar zijn als het gaat om hoe om te gaan met elkaar.’

Naast een goede omgang met elkaar pleit Hamza voor een goede omgang met kennis, met verantwoordelijkheidsgevoel en oog voor de menselijke tekortkomingen.

‘Het belangrijkste waartoe ik mensen hoop te inspireren is dat zij genuanceerder gaan denken, moslims en niet-moslims. Weten wat bijvoorbeeld shari’a überhaupt is, voor ze erover praten, en dat mensen beseffen hoe weinig ze eigenlijk weten. De informatie die wij hebben is vaak gekleurd, heel gekleurd. Ik hoop dat mensen in ieder geval een beetje op de rem gaan staan als het hierover gaat, dan zal ik al een groot doel hebben bereikt.’

‘Wat we ook moeten beseffen is: na het overlijden van de Profeet (saws) waren er meer dan 100.000 metgezellen, weet je hoeveel daarvan bevoegd waren om een fatwa te geven? Ongeveer 130. Hiervan vormden niet meer dan twintig een autoriteit, zij werden dus het meest geraadpleegd, en dit waren mensen die met de Profeet (saws) hadden geleefd. Kijk hoe serieus ze kennis van religie namen. Zelfs de Profeet (saws) beweerde niet alles te weten.’

‘Ik zou willen dat we wat voorzichtiger konden zijn en soms gewoon zouden zeggen dat we het niet weten. Het is niet erg om iets niet te weten, maar het is wel een plicht voor moslims om kennis op te doen binnen de capaciteit van elk individu. De enige die jouw capaciteit kan beoordelen ben je zelf, en daar is nu juist deze cursus voor. Ik nodig dus ook iedereen uit die wil leren om deel te nemen insha’Allah.’

De Islamitische Studentenvereniging Amsterdam organiseert verscheidene cursussen en activiteiten, op de hoogte blijven kan onder andere middels de Facebookpagina.

Volg Wij Blijven Hier! ook op Twitter



 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.