Voorpagina Algemeen, Cultuur, Ervaringen, Islam, Islamofobie, Maatschappelijk, Moslimhaat, Opinie, Politiek, Racisme, Samenleving, Vrijheid van meningsuiting

Altijd weer Die Vraag

Waarom draag je een hoofddoek, waarom draag je een hoofddoek, waarom draag je een hoofddoek, waarom draag je een hoofddoek, waarom draag je een hoofddoek? Hoe snel zouden ze die vraag zelf zat raken?

Onvermoeibaar en geduldig heb ik antwoord gegeven op die vraag. Maar ik ben tot het besef gekomen dat mijn antwoord niet zo boeiend is. Daarom wil ik het niet meer hebben over mijn beweegredenen voor mijn hijab, maar over De Vraag. En De Vraagsteller. Die obsessief de blik op ‘de ander’ werpt, en zelf angstvallig de spotlights ontwijkt.

De Vraag, die in het rijtje past tussen: mogen tot slaaf gemaakte mensen vrij zijn, mogen vrouwen stemmen, mogen homo’s trouwen, mogen gekleurde Nederlanders leuk werk doen en carrière maken?

Waarom stellen we steeds opnieuw diezelfde vragen? Het idee dat vrije mensen over de vrijheid van tot slaaf gemaakte mensen gaan, mannen wat te zeggen hebben over vrouwen, hetero’s gaan over de liefde tussen lhtb’ers, of witte Nederlanders over het succes van gekleurde Nederlanders: het is imbeciel. Imbeciel.

En zo gaat het ook met de hijab. Mensen en instituties die wensen te bepalen of wij mogen zwemmen, en of we mogen werken. En hoe. Dit allemaal in een islamofoob klimaat waarin hijabi’s op klaarlichte dag in de openbare ruimte worden uitgescholden, bespuugd en geslagen.

Dat evidente islamofobe klimaat kun je niet los zien van de discussie rondom de hijab. Het Europese Hof van Justitie probeert dat in haar uitspraken van 14/3 jl. wel, door het te hebben over ‘ogenschijnlijk neutrale bepalingen’. In de Belgische zaak ging het namelijk om een regel die de werkgever had ingesteld waarin: ‘zichtbare tekens van politieke, filosofische of religieuze overtuigingen, en elk ritueel dat daaruit voortvloeit, verbiedt’. Notabene kwam deze regel pas uit de lucht vallen nádat de werknemer in kwestie, mevrouw Achbita, een hijab was gaan dragen. En onder deze omstandigheden zou de vraag zijn of dit ogenschijnlijk neutraal is én of de hijab afdoet aan de neutrale uitstraling van een bedrijf. Dat zijn dus twee vraagstukken op het gebied van neutraliteit.

In de context waarin we steeds verder beperkt worden in constitutionele rechten en de basisbeginselen van onze rechtsstaat: het verbod op discriminatie, vrijheid van godsdienst, onderwijs, meningsuiting, privacy, de onschuldpresumptie…, basale rechten die worden ingeperkt onder het mom van ‘veiligheid’ en nu dus ook ‘neutraliteit’.
Het is er niet veiliger op geworden. Charlottesville gebeurt op kleinere schaal om de hoek.

Het kan alleen ‘ogenschijnlijk neutraal’ zijn, als je doet alsof je neus bloedt. Voor juristen en andere critici is het belangrijk te beseffen dat een kritische houding naar deze uitspraken van het Hof, en de islamofobe tendens in het algemeen, geen heldendaad is jegens moslima’s. Deze vrijheden en basisprincipes hebben betrekking op iedereen. Mij beperken in mijn vrijheden, is een beperking op jouw vrijheden.

Er valt veel te zeggen over het idee dat de hijab af zou doen aan neutraliteit. En het was één van de argumenten tegen het toelaten van hijabi’s bij een politiekorps. ‘Een hijab zou afdoen aan de neutraliteit van de politie’, werd er gesteld. Dat suggereert dat de politie op dit moment neutraal zou zijn. Vraag het jongens die etnisch geprofileerd worden of moslima’s wiens aangiften van islamofoob geweld niet worden opgenomen.

Als juriste zal ik altijd pleiten voor neutraliteit, maar dat weiger ik te doen voor de schijn van neutraliteit. Want dat is niet meer dan een schijnvertoning die de sterksten in ons land beschermt en waar de kwetsbaren niks aan hebben. En zo worden we een democratie die de meerderheid haar zin geeft, maar de minderheid niet effectief beschermd. En dat is maar een halve democratische rechtsstaat. We beschermen heilige symboolpolitiek, niet de burger.

Het zijn afleidingsmanoeuvres om het maar niet over de inhoud te hebben. Over hoe we daadwerkelijk een uitvoerende en rechtsprekende macht kunnen vormen die neutraal is. Een uniform of een toga zegt nog niks over de inhoud. Maar voor een debat over de inhoud deinsen we terug. Oppervlakkigheid is terug van nooit weggeweest.

Tijdens dat ‘politiedebat’ werd er ook geopperd dat een hijab bij een politieuniform zou afdoen aan onze scheiding van kerk en staat. Waarbij “kundige” en “neutrale” figuren opperden dat de scheiding van kerk en staat niet een klein dingetje is, maar iets waar we voor gestreden hebben. Dat is gewoon feitelijk onjuist. Het is in Nederland eind 18e eeuw ingevoerd door de Fransen. Wij hebben er echter een hele andere betekenis aan gegeven. Wij willen niet dat de kerk zich bemoeit met de staat of dat de staat zich bemoeit met de kerk. Maar we erkennen de overtuiging van individuen en de mogelijkheid om bijvoorbeeld een eed af te leggen of te scheiden van tafel en bed, wat gepaard gaat met een geloofsovertuiging. Stellen dat we in Nederland een strikte scheiding van kerk en staat hebben, is onkunde.

En door dit soort onkunde, gedreven door discriminatie, werd ik benaderd door een vrouw die gesolliciteerd had op een functie waar ze tien jaar ervaring in had. Die ervaring als accountmanager had ze opgedaan zonder hijab, nu solliciteerde ze met. Haar potentiële werkgever zei haar dat hij in haar geloofde en dat ze van absolute meerwaarde kon zijn voor het bedrijf. Eigenlijk was ze exact waar hij naar opzoek was. Dus ze mocht vragen wat ze wilde qua salaris en arbeidsvoorwaarden.

Maar die hijab moest er af.

Wat zou jij doen?

“Don’t let them fool you
Or even try to school you
We’ve got a mind of our own.
Don’t let them change you
Or even rearrange you
We’ve got a life to live”
~ Bob Marley, Could You Be Loved

Afbeelding: pixabay.

avatar

Als negenjarige riep ze resoluut dat ze advocate zou worden, en haar studiekeuze was dan ook snel gemaakt. Inmiddels heeft ze haar master privaatrecht voltooid en werkt ze naast haar baan, hard aan haar boek over het Nederlands en Marokkaans huwelijksrecht en doet ze daarnaast nog wat andere projecten. Als geboren Bredase met roots in Paramaribo en Casablanca ervaart ze zichzelf als een wereldburger die niet zwijgend toekijkt naar onrecht. Met haar hand op haar hijab salueert ze Mandela, Guevara en El Khattabi. De voor haar belangrijkste vrijheidsstrijder begroet ze dagelijks in haar gebeden, Mohammed vrede en zegeningen zij met hem. Haar strijdkreet is "Educate yourself and educate your people", en mocht je bij het juridisch advies een cupcake willen, dan ben je bij het democratisch verkozen "Food Club opperhoofd" bij het juiste adres.

Lees andere stukken van Nadia