Voorpagina Ervaringen, Maatschappelijk, Persoonlijk, Psychologie, Samenleving, Sport, World Mental Health Day 2017

Schop, ren, rij, zoek hulp en doorbreek het patroon

Het ene moment liep ik rond op het schoolplein en probeerde ik de drie jongens  van repliek te dienen, het andere moment voelde ik mezelf wankelen en gebeurde er iets in mijn hoofd. Iets schijnbaar fysieks, een smaak vanuit het binnenste van mijn hoofd, een zwart gat net voorbij mijn oor en iets boven mijn nek.

De dwingende holte nam de leiding over de spieren in mijn nek, leek mijn hoofd naar achteren te trekken en veroorzaakte een stille paniek. Ik raakte het overzicht kwijt en zag mezelf buiten mijzelf. Het gevoel ebde weg na een kwartier, half uur, uur, ik weet het niet meer. Maar het zou in de jaren erna nog terugkomen, tezamen met een intens verdriet en gevoel van verlies.

Ik probeerde het destijds aan mijn moeder uit te leggen, maar raakte verdwaald in het beperkte vocabulaire van een kind van 9: hoofdpijn, duizeligheid, iets zwarts. Moeder, vader, huisarts, alle fysieke kwalen werden uitgesloten en gezien het nog enige tijd zou duren voor ik iets dergelijks weer ervoer, werd er geen vervolg aan gegeven.

Het leven rolde door, maar naarmate ik wat ouder werd, verdween ik in dat eerder ervoeren zwarte gat. Ik kwam er heus weer uit, soms al na een paar uur, soms na een dag of wat. Nu liet ik er alleen niet al teveel van merken aan de buitenkant. Ik hing simpelweg de clown uit en ik vertelde niemand meer wat ik voelde als ik in het zwarte gat verdween.

Alsof mijn falen het de eerste keer goed te vertellen, betekende dat ik het voor me moest houden, dat er iets aan mij niet deugde. Of dat het niet echt was omdat ik het niet onder woorden kon brengen.

Op die dagen draaide ik iets luids onder de doorzichtige bedekking van de platenspeler, een beetje Black Flag, wat 7 Seconds, een riedeltje Replacements, en vervolgens dook ik op mijn bed en beet ik op mijn tanden. Een mooi pubergebaar.

Na 22,5 minuut stond ik om om de plaat om te draaien. Niemand die ik kende draaide platen, behalve misschien ouwe schaatsplankbuddies René en Robin, maar ik deed het graag. Het geluid bekoort me nog steeds. Het klinkt ‘vol’, solide en ook de hoes is fysiek en aantrekkelijk, maar nog belangrijker: het dwong me om op te staan wanneer ik niet meer op wilde staan. Het getik aan het einde van de groef maakte me onzuiver furieus. Ik moest het voor zijn.

Na een aantal verhuizingen en een volledig dieptepunt in elke familierelatie behalve die met mijn moeder, had ik mezelf rationeel alleen verklaard. Ik zou het alleen redden. Ik zou het alleen doen. Ik moest het alleen doen. En als ik het niet meer zou willen, zou er altijd nog de oplossing zijn om te stoppen. Met alles.

Mijn troost was dat ik zou stoppen met het leven wanneer ik wilde. Een rationele troost, want ik had genoeg liefde voor het leven om er emotioneel helemaal niet mee willen te stoppen. Maar ik had die stok nodig om tegenslagen te kunnen voldragen. Mijn levenslogica nam hiermee een ongezonde wending.

Toen ik op een dag volledig instortte in het bijzijn van mijn moeder, vertelde ze me dat ze had opgemerkt dat ik in cirkels leek te leven. En het was geen gezonde cirkel. Ik zou het zelf wel regelen, zei ik. Ik ging hardlopen en liep menig avond de polder stuk tussen Amstelhoek, Waverveen, Mijdrecht en de Kromme Mijdrecht.

Ik concludeerde: je kunt niet huilen als je hardloopt. Als je skateboardt trouwens ook niet.

Daarmee leek het patroon doorbroken te worden. De duisternis achterin mijn nek leek te verdwijnen wanneer ik maar hard genoeg liep, hard genoeg sparde tijdens de taekwondo-les, hard genoeg skateboardde op het verlaten marktplein. Harder leek het devies. Hardhardhard.

Mijn logica vond een tijdelijke oplossing, maar de stok achter de deur bleef. Ik vertelde niemand erover, want, hoe vertel je dat het leven draaglijk voor je is, omdat je weet dat je het kunt beëindigen?

Ongezonde logica deel je niet.

Nadat ik huis en haard had verlaten en echt voor mezelf ging beginnen, ontdekte ik hoe ongezond mijn logica ook daadwerkelijk was geworden. Ik verwaarloosde mezelf, slibde fysiek en emotioneel dicht en mijn blinde vlek werd hoe langer hoe groter. Intense huilbuien bleven me achtervolgen. De zwartheid bleef. Ik kreeg het niet voor elkaar om zelfstandig die cirkel te doorbreken, en de stok achter de deur kraakte vervaarlijk.

Uiteindelijk overtuigde mijn moeder me dat ik er zelf niet uit zou komen. Ik was als verlamd. Mijn moeder maakte een afspraak met de psycholoog en ik liep gedwee mee. Ik ging er zitten in een van de twee luie, grauwe stoelen en zag een foto van een meisje in haar dressoir staan. Hé, die kende ik van school. Ik zei er niets over, maar als ik haar tussen sessies door op school tegenkwam, liep ik heel snel de andere kant op.

De psychologe en ik praatten en praatten en heel even leek het of ik we die cirkel gingen doorbreken. Maar het was nog geen tijd. Nog niet.

Onze gesprekken duurden voort, een week of 10, en elke keer dacht ik dat we er waren. Maar dan dook de zwartheid weer op. Ik voelde de bekende afwezigheid in mijn achterhoofd en dook op mijn bed, draaide de ‘Mats en schreeuwde het inwendig uit. Die troep ging niet weg uit mijn hoofd. Er veranderde echter wel iets anders. Ik begreep het later pas, maar ik begon me over te geven aan dit soort momenten.

Ik begon stil te zitten, de duisternis toe te laten en rustiger te ademen. Ik dacht terug aan de gesprekken met de psycholoog en de weerstand die ik daar ervoer. Ik was niet voor niets met die sessies gestopt, want ergens beviel me de richting van die gesprekken niet, maar ik paste ondertussen echter wel haar logica toe op mijn gedachten. Daarmee kreeg ik  de gedachten weliswaar niet weg, maar gaf ik ze de beperkte plaats die ze te toebehoren in mijn leven, niet meer het hoofdpodium.

Ze horen bij me, maar ze definiëren me niet. Net als die clown trouwens, maar daar kom ik ook maar niet van af, zoals menig oude bekende me toevertrouwt.

In de jaren hierna is de dankbaarheid aan mijn moeder alleen maar toegenomen. Ze stond naast me en zweeg niet toen ik leek te verdwijnen in mijn hoofd. Ze was alert, luisterde en stelde een behandeling voor die ik op dat moment broodnodig had, zelfs al besefte ik het destijds niet. Ze duwde me niet weg, negeerde mijn nood niet, maar legde me ook niets op. Ze bewandelde een precair pad en dat heeft voor mij het begin van herstel betekend.

Leven met verlies, met onduidelijke duisternis, met een kant van je persoonlijkheid die je kopje-onder duwt is geen onmogelijk opgave, maar soms wel een zware. Ik heb gemazzeld: met de jaren heeft de duisternis me net niet hard genoeg geduwd.

Ik kon soms zelf terugduwen met fysieke actie -schoppen, rennen, rijden – maar nog belangrijker: op cruciale momenten kon ik me er contra-intuïtief toe zetten om hulp te accepteren en daar ben ik nog immer dankbaar voor.

Nu ik moslim ben zeggen sommigen dat mijn ‘imaan’, mijn geloof in God, voldoende is om de duisternis buiten de deur te houden. Dat geldt misschien voor de spirituele duisternis – alhoewel zelfs daar misschien ‘strijd’ wel onze centrale overtuiging als moslims is – maar het is nonsens om hetzelfde te beweren over je psychische gezondheid.

Uiteraard: islam heeft me een ruggengraat gegeven om met tegenslagen om te gaan, net als religie in het algemeen dit voor vele mensen heeft gedaan. Het kan troost bieden, het kan perspectief en diepte bieden in het leven van een mens.

Maar als je ziekte van psychische aard is – en dat kan behoorlijk diverse vormen aannemen, van het leven in een ongezond denkpatroon tot het hebben van een chemische disbalans of een gevoeligheid voor zelfmedicatie – dan is het devies: praat, zoek hulp en ga naar een arts die je hierbij kan helpen.

Ben je ziek, zoek een dokter. Geloof kan ondersteunend werken bij je herstel, maar wees verstandig. Zoals onze geliefde Profeet, vrede en zegeningen zij met hem, zei:

“Bind je kameel vast en vertrouw dan op Allah.” (Tirmidhi)

Dit artikel maakt deel uit van een reeks die wij publiceren naar aanleiding van World Mental Health Day 2017. Het volgende artikel is van Soumaya en gaat over haar ervaring met anorexia nervosa.

Afbeelding 1: pixabay.

Afbeelding 2: © Mike Vallely, met toestemming.

World Mental Health Day 2017:

avatar

In het jaar dat Elvis stierf, werd Noureddine geboren. Op zijn negende kreeg hij een skateboard. Op zijn 20ste werd hij in Schotland verliefd op boeken. Op zijn 27ste werd hij moslim en vond hij zijn draai. Hij werkt in de gehandicaptenzorg en denkt soms dat hij bijna Arabisch kan lezen maar vraagt dan toch om een klinker. Hij jat de beste grappen van de missus, steun en toeverlaat sinds 2006. Af en toe vertaalt hij wat poëzie omdat het leven dan gewoon beter is.

Lees andere stukken van