Voorpagina Islamofobie, Politiek, Samenleving

Wat is mijn stem waard?

Op 21 maart 2018 is het weer zo ver. We mogen dan onze favoriete cirkel rood inkleuren, want er zijn gemeenteraadsverkiezingen. Ik heb de gemeenteraadsverkiezingen altijd belangrijk gevonden, omdat gemeentelijk beleid over mijn directe leefomgeving gaat: natuur, verkeer, bestemmingsplannen, onderwijs… Onderwerpen waar ik dagelijks mee te maken heb. Daar heb ik ook ideeën over, de partij die met haar standpunten het dichtst bij mijn ideeën staat, daar stem ik op!

Ik heb het ongepast gevonden dat er landelijke campagnes gevoerd worden, want de landelijke standpunten zijn van een andere orde dan de gemeentelijke. Mijn stad kent een andere dynamiek en andere problematiek dan onze buursteden, een landelijke campagne slaat daarom áltijd de plank mis. Zendtijd voor politieke partijen dient er te zijn bij de regionale omroepen, niet de nationale zenders. Dat zouden politieke partijen én omroepen zelf toch ook wel inzien?

Niet dus. Wat zou moeten zijn en wat is, zijn twee uitersten in hedendaagse maatschappij. Hier werden we op donderdag 15 maart 2018 wederom mee geconfronteerd.

De PVV, “de Partij Van Vascistoïde”, heeft een campagnespotje in elkaar geknutseld welke als enige doel heeft om middels angst- & haatzaaien steun te verkrijgen voor haar strijd tegen de islam.

Dit rijst bij mij de vraag: wat kan ík hiertegen doen? Wederom aangifte tegen de PVV? Negeren? Het tegendeel bewijzen (aan wie, en moet dat wel)? Klagen op social media?

Dat de PVV de grenzen van de VVMU opzoekt en hierbij de grenzen van fatsoen ver achter zich laat, weten we met z’n allen – tot in alle uithoeken van de wereld – al. Het wordt tijd dat zowel het OM als de rechterlijke macht inzien dat de uitlatingen van de PVV leiden tot maatschappelijke ontwrichting, polarisatie en radicalisatie. Dit is niet meer dweilen met de kraan open, dit is de kraan vol open zetten en met een spons alles proberen droog te krijgen…

Ik richt mijn onvrede niet aan de PVV. Zij doen waar zij voor staan. Ik richt mijn onvrede in dit specifiek geval aan de NPO, de Nederlandse Publieke Omroep. Op de website van de rijksoverheid staat de taak van de NPO als volgt omschreven:

“De publieke omroep moet zorgen voor een gevarieerd media-aanbod. Dat staat in de Mediawet. De programma’s die worden gemaakt, moeten verder een publieke waarde hebben. Dat houdt in dat de programma’s gevarieerd zijn, een hoge kwaliteit hebben en
geschikt zijn voor alle groepen in de samenleving.

In 2016 werd de nieuwe Mediawet aangenomen. Hierin staat dat de publieke omroep zich nóg meer aan hun opdracht moeten houden. Dit is: zorgen voor programma’s op het gebied van informatie, cultuur en educatie.”

De NPO heeft wat mij betreft niet alleen haar taak onbehoren uitgevoerd, maar ook de toegekende verantwoordelijkheid onvoldoende gedragen. Door het toestaan van het filmpje van de PVV, in de uitzending voor politieke partijen, vlak voor etenstijd – waardoor de uitzending veelal gezinnen bereikt – is de NPO medeschuldig aan stemmingmakerij, polarisatie en haatzaaien jegens Nederlandse burgers die volgens de Islamitische levensbeschouwing vorm en inhoud geven aan hun leven.

Als onderwijs- & ontwikkelingspsychologe, wil ik benadrukken dat de schade die dit kinderen in hun emotionele ontwikkeling toebrengt en de negatieve impact die dit heeft op hun identiteitsontwikkeling, de voedingsbodem voor onthechting van de Nederlandse maatschappij met alle consequenties van dien, is niet te overzien. Dit raakt overigens niet alleen moslimkinderen, polarisatie werkt twee kanten op, en dit soort campagnespotjes nestelen zich ook in de voedingsbodem van rechtsextremistische radicalisering.

Om deze reden heb ik digitaal aangifte willen doen tegen de NPO. Hierop ontving een e-mail met de mededeling dat ik kon bellen met het algemeen nummer van de politie om een afspraak te maken voor de intake, want van hetgeen valt onder het kopje discriminatie kan je alleen op het bureau aangifte doen. Bijzonder vervelend om te horen, want ik had toch echt de tijd genomen om het formulier dat gewoon op de website van de politie openstaat onder het kopje “U hebt dingen gezien die wijzen op haatzaaiing, terrorisme of radicalisering” in te vullen.

Goed, ik heb dus gebeld en de dame aan de lijn kon me vertellen dat van politieke aangifte geen aangifte opgenomen wordt, dat er slechts een melding van komt. Het was haar niet duidelijk waarom ik de NPO medeschuldig acht aan bovenstaande, daar hoefde ik van haar helemaal niet mee aan te komen – dat ik dat alvast weet wanneer ik naar het bureau ga. Want wat de NPO doet valt onder “vrije nieuwsvergaring”, maar als ik het per se wil, dan komt er iets van een aantekening in een mutatie.

Mijn stem in de vorm van aangifte of melding verdwijnt dus in de prullenbak. Mijn zorgen over de maatschappelijke ontwikkelingen blijven ongehoord. De cirkel is niet te doorbreken: de rechter bepaalt wat toelaatbaar is, maar je kan de rechter niet op de hoogte stellen van wat je ontoelaatbaar vindt, waardoor de rechter zich hier niet over hoeft te buigen – en alles hetzelfde blijft.

Vergeefse moeite? Mij niet gezien, mijn stem is meer waard dan het systeem mij wil doen geloven. Langs de wegen die voor me mogelijk zijn zal ik me laten horen, wat de toehoorder ermee doet is aan hem/haar, maar mij krijg je niet zo snel stil. Sterker nog, ik ga harder roepen en ik ga gehoord worden.

Mijn stem is dat meer dan waard.

avatar

Drs. Naila Ghani-Chaudry heeft na jaren online moslimjongerencoach te zijn geweest haar visie vormgegeven in Miraah, welke staat voor het ondersteunen, versterken en waarborgen van de algehele ontwikkeling van moslimjongeren. Tevens werkt zij aan een Delftsbreed programma ten aanzien van de jeugd.

Lees andere stukken van Naila