Voorpagina Jouw Dagelijkse Dosis 2019 / 1440, Ramadan

Gewaarwording met Iqbals ‘Shikwa’ – Juz’ 10

Ik zit al een maand tegen een lege pagina aan te staren, alsof ik iets moet zeggen wat nog nooit gezegd is. Maar dan komt het besef dat dat helemaal niet nodig. We bouwen toch voort op wat onze voorgangers voor ons hebben neergelegd. Zodoende reflecteer ik deze maand voor mijn toegewezen stuk als vervolg op die van mijn broeders Ronald, Curtis en zuster Hilal, die ook eerder reflecties hebben geschreven over juz’ 10.

Ronald schreef eerder al over hoe we ons kunnen zuiveren door Zakaat en Sadaqa te geven; Curtis verwerkte zijn reflectie over hoe we vergiffenis kunnen vragen (Tawbah) en berouw tonen in een prachtig stukje spoken word; en Hilal gaat in op de historische gebeurtenissen en spreekt over de slag van Badr en hoe Allah moslims hielp tijdens deze strijd. De rode draad in al deze drie stukken voor mij is de Gewaarwording van de geest:

ذَٰلِكَ بِأَنَّ اللَّهَ لَمْ يَكُ مُغَيِّرًا نِّعْمَةً أَنْعَمَهَا عَلَىٰ قَوْمٍ حَتَّىٰ يُغَيِّرُوا مَا بِأَنفُسِهِمْ ۙ وَأَنَّ اللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ

That is because Allah would not change a favor which He had bestowed upon a people until they change what is within themselves. And indeed, Allah is Hearing and Knowing. (al-Anfāl, 8 : 53)

Allah zegt hier dat de situatie/staat van de mensen niet verandert tot de mensen zichzelf niet veranderen. Beseffen we wat dit echt betekent? Ik weet dat we maar al te snel neigen naar du’aa doen wanneer we iets tekort komen, maar hoeveel van ons zijn daadwerkelijk klaar om iets te veranderen in onze levens, in onze harten.

Wie van ons kijkt in de spiegel en kijkt wel eens naar zijn Ziel? We zijn snel om ons te labelen met uitspraken als “gelukkig zijn we moslim, Alhamdulillah”, maar beseffen we diep van binnen wat dat betekent? Ik heb het niet slechts over de vijf pilaren. Ik heb het over ingewikkelde problemen als ondankbaarheid, en zelfs het verlies van het gevoel dat we rood staan wanneer het om onze spirituele bankrekening gaat.

We denken dat we iets waardig zijn als moslims, maar eigenlijk is dat verre van waar. We gaan op in het leed van moslims die onderdrukt worden overal ter wereld, van Palestina, Syrië, Jemen, Myanmar, en China. En alles wat daar tussenin valt. Denk je dat we dit niet verdienen omdat we moslim zijn? Ik vind dat haast lachwekkend.

Het leed is niet dat wat we slechts op tv zien, van mensen in detentiekampen en hongersnood. Zelfs hier in onze redelijk veilige omgevingen zie ik mensen die zichzelf in spirituele detentiekampen hebben opgesloten. Mensen waarvan hun ziel een hongersnood lijdt die zij niet eens doorhebben.

Ik weet dat dit allemaal cryptisch klinkt zonder duidelijke voorbeelden waar ik het over heb. Maar dat is waar juz’ 10 mij aan doet denken. Zijn we trots op onszelf als Ummah? Slechts omdat we moslim zijn? Verdienen we de behandeling die moslims krijgen van het oosten tot het westen niet omdat we moslim zijn? Of omdat we niet meer weten wat gewaarwording, besef van De Waarheid is en wat dat met zich meebrengt?

Ik wil hier graag twee bekende gedichten van de Pakistaanse dichter Muhammad Iqbal (1877-1938) introduceren. Eentje was gepubliceerd in 1911 en heet “Shikwa” (Klacht/Bezwaar) en de andere werd in 1913 gepubliceerd en heet “Jawab-e-Shikwa” (Antwoord op de Klacht/Bezwaar).

In “Shikwa” schrijft Iqbal een uitvoerige klacht aan Allah  waarin hij vraagt waarom Hij de moslims alles heeft afgenomen en in de steek heeft gelaten. In “Jawab-e-Shikwa” schrijft Iqbal het antwoord wat van Allah komt waarin Allah uitlegt waarin deze generatie niet is zoals haar voorvaderen.

Deze gedichten waren geïnspireerd onder anderen door de ayah van Surah at-Tawbah 8:53, die ik eerder heb geciteerd. Het gedicht gaat over dezelfde Gewaarwording van de geest. Ik schrijf Gewaarwording met een hoofdletter omdat het niet slechts het gevoel van oppervlakkige prikkels zijn die je geest moeten doen herleven, maar soms ook subtiele en kleine onopgemerkte prikkels.

Het is alleen wel gepast als ik even een paar regels vertaal voor jullie niet-Urdu sprekenden. Het is een vrije vertaling, so don’t come at me. Geselecteerd en vrij vertaald uit “Shikwa” (Klacht/Bezwaar):

(13) Wij (moslims) wisten de pagina van onwaarheden van de wereld
Wij bevrijdden de mensheid van slavernij
Met onze voorhoofden vestigden wij Jouw Ka’bah
Wij drukten Jouw Qur’an tegen onze boezem

Desondanks, is er het bezwaar tegen ons, dat wij niet trouw zijn
Als wij niet trouw zijn, dan ben Jij toch ook niet toegenegen

(14) Er zijn ook andere gemeenschappen- andere zondaren ook
Er zijn anderen die in slechte staat verkeren- anderen die dronken zijn met de wijn van trots
Er zijn ook anderen die lui zijn, achteloos zijn, bewusten ook,
Er zijn ook honderden die onberoerd zijn met Jouw naam

Jouw barmhartigheden zijn op de huizen van Anderen
Wanneer de bliksem valt, valt het op de arme moslims!

(30) Er is geen plezier overgebleven in sterven; noch genot in leven,
Als er nog genot is, is het slechts in de kwelling van onze zielen
Hoe rusteloos zijn de littekens van mijn spiegel (=van het poetsen voor reinheid),
Hoe ver moet ik gaan om de voormalige glorie van mijn boezem te tonen!

Maar misschien is er in deze tuin geen toeschouwer,
Diegenen die wonden op (hun) harten dragen- zijn niet slechts (de kern van een) tulp.

Uiteraard is het vervolg op dit gedicht een antwoord op deze klachten. In “Jawab-e-Shikwa” (Antwoord op de Klacht), antwoordt Allah:

(9) “Hoe zwaar is de last, van het wakker worden met dageraad (=voor het gebed)!
Wanneer heb je van Ons gehouden? Het is juist slaap waar je van houdt”
“Voor een vrije ziel, is de restrictie van Ramadan zwaar,
Zeg jij het maar, is dit de regel van trouw?”

“De gemeenschap bestaat door religie; als religie niet bestaat, besta jij ook niet.
Er is geen wederzijdse aantrekkingskracht, er is geen bijeenkomst van de sterren”

(11) “Van de pagina van de wereld, wie wisten de onwaarheden?
“Wie bevrijdden de mensheid van slavernij?”
“Wie, met hun voorhoofden, vestigden Mijn Ka’bah?
Wie drukten mijn Qur’an tegen hun boezem?”

“Dat waren jouw voorvaderen, natuurlijk- maar wat ben jij?
Met je handen samengevouwen, wacht je op morgen!”

(22) “Zelfdestructief is jouw handelswijze, je bent zo arrogant en zelfzuchtig,
Je vlucht van broederschap, zij (=voorvaderen) offerde zich op voor broederschap.”
“Je bent van top tot teen praatgraag, zij van top tot teen allen karakter,
Jij kijkt uit naar de rozenknop, zij hielden zichzelf ver van de rozentuin”

“Tot de dag van vandaag herinneren gemeenschappen hun verhaal,
De stempel van hun oprechtheid staat vast op de pagina van het bestaan!”

Ramadan is de ideale maand om ons terug te keren in onszelf. Reflecteren over de Qur’an is belangrijk, maar het is ook belangrijk dat we lessen over karakter, zelf-waarde en zelf-bewustzijn leren. Dat we onszelf eens goed in de ogen kijken en onszelf nog beter leren kennen. Ook onze lelijke kant, die we nu nog kunnen verbeteren.

Dat we op dag tien zitten betekent dat een derde van de Ramadan er weer op zit. Ik hoop dat Allah ons allen de littekens in onze spiegels gunt. De wrijving van onze reflectie, op onze geest, op ons ziel. Ik wens iedereen deze Ramadan de Gewaarwording van de moslims die we ooit waren.

Bron afbeelding

Jouw Dagelijkse Dosis 2019 / 1440:

avatar

Altijd gewapend met een Parker pen, 'chai ka cup', en sarcasme.

Lees andere stukken van Nazir Bibi