Voorpagina Jouw Dagelijkse Dosis 2019 / 1440, Ramadan

Allah hoort vrouwen – Juz’ 22

In een tijd waarin Forum voor Democratie vrouwen wil reduceren tot bijzaak en gender nog steeds een van de meeste besproken onderwerpen is om de islam aan te vallen kan ik niet anders inzoomen op een van de eerste verzen in Juz 22. De kracht van het heilige Boek is dat het voor elke generatie verrassend actueel is. Steeds opnieuw.

Elk mens maakt moeilijke momenten in zijn/haar leven mee. Momenten waarop je je verraden voelt, je terneergeslagen bent, je de kracht ontnomen is, je je niet gezien of gehoord voelt en je als een schreeuwende in een onrechtvaardige woestijn voelt. Juist dan voelt dit specifieke vers niet alleen als een steun voor mannen en vrouwen, maar als een hele nadrukkelijke erkenning: goede mannen en vrouwen worden gezien. Allah ziet je en verhoort je. Allah’s steun is met je.

Geregeld wordt in de Qur’an tot de mensen gesproken, in diverse bewoordingen. Vaak is het “Ya ayyuhan-nas” (O mensen !)” of Ya Ayyuhal Lazheena Aamanu” (O jullie die geloven).  De Aya waar ik het over wil hebben gaat specifiek over wie van die gelovigen nou bedoeld worden als het gaat om de aankondiging van de “geweldige beloning”.

En dit zijn heel bewust, onomstotelijk; mannen én vrouwen. Sura al Ahzaab vers 35 lijkt door middel van die herhaling iets heel duidelijk te willen maken. Is dit gewoon een poëtische herhaling of heeft het ook een inhoudelijke waarde?

Q 33:35 “De mannen en vrouwen die zich aan God hebben overgegeven, de gelovige mannen en vrouwen, de onderdanige mannen en vrouwen, de oprechte mannen en vrouwen, de geduldig volhardende mannen en vrouwen, de nederig mannen en vrouwen, de mannen en vrouwen die aalmoezen geven, de mannen en vrouwen die vasten, de mannen en vrouwen die God veel gedenken, voor hen heeft God vergeving en een geweldig loon klaargemaakt.”

Als we gaan kijken naar de redenen van openbaring (asbab an-nuzul) wordt het duidelijk dat er hier op het niveau van inhoud/ betekenis iets duidelijk gemaakt wordt. Zoals veel van de verzen in de Qur’an, is ook dit vers n.a.v. een specifieke vraag van een gelovige uit de gemeenschap geopenbaard. En wel een vrouw.

Volgens verschillende overleveringen worden verschillende vrouwen genoemd, maar het meest heb ik zien voorkomen dat deze vraag van Oemm Salamah, de kritische vraag stellende vrouw van de Profeet s.a.w.s., kwam.

Haar eigen naam was Hind. Ze was voordat ze vrouw van de Profeet s.a.w.s werd eerder getrouwd met Abdullah ibn Abd al-Assad (Abu Salamah), een neef van Abu Talib. Zij en haar toenmalige echtgenoot behoorden tot de allereerste die zich tot de islam bekeerden. Ze behoorden tot de degene die twee keer hijra hebben verricht (zowel naar Abessinië alsook naar Medina).

Die tweede hijra bleek een flinke beproeving voor Hind te zijn, omdat haar familie haar niet zomaar uit Mekka wilde laten vertrekken en haar vasthield. Pas na een jaar werd ze met haar man en zoon herenigd. Aboe Salamah raakte gewond tijdens de slag bij Oehoed en overleed korte tijd daarna. Maar voor zijn overlijden zei hij nog tegen Oemm Salamah: “Ik vraag God om je na mij een betere echtgenoot te gunnen”.

De moslims, bedroefd over haar lot, gaven haar de bijnaam Ajjin al-Arab “Zij die haar echtgenoot verloor”. Naar aanleiding hiervan werd ook de dua “inna lillahi wa inna ilayhi radji’un” (van Allah komen wij en tot Allah keren wij terug) geopenbaard. Hind stond bekend om haar scherpe intellect, ze kon lezen en schrijven (in die tijd heel speciaal) en had een sterk geheugen.

Huwelijksaanzoeken van Aboe Bakr en Omar werden door Oemm Salamah afgewezen. En ook toen de profeet Mohammed vzmh haar enkele maanden later ten huwelijk vroeg, weigerde ze aanvankelijk. Na aanhouden van de Profeet vzmh stemde ze uiteindelijk in. Ze vergezelde de Profeet tijdens de kleine bedevaart naar Mekka en tijdens diverse veldslagen, waarbij zij de gewonden verzorgde.

Ook was ze aanwezig bij de discussie en het latere verdrag van Hudaybiyya, waar ze de Profeet vzmh doorslaggevend advies gaf. Ze overleed in 680 (62AH) en was daarmee de langst overlevende echtgenote van Mohammed. Ze heeft meerdere ahadith overgeleverd en is begraven op de Baqi begraafplaats in Medina.

Oemm Salamah was een pittige en kritische vrouw, die niet bang was om haar mening te geven en discussies met mannen niet uit de weg ging. Terug naar ons vers in Surah Ahzaab, want kritisch als Oemm Salamah was, vroeg ze de Profeet s.a.w.s op een dag: “Waarom worden in de Qur’an alleen mannen genoemd en uitspraken van mannen aangehaald en niet die van ons (vrouwen)?”

Echter noemt Muqatil ibn Hayyan een andere vrouw, hij zei over dit vers: “Mij werd verteld toen Asma ‘bint’ Umays terugkeerde met haar man, Ja’far ibn Abi Talib, uit Abessinië, dat ze naar de vrouwen van de Profeet ging en zei: ‘Is er iets van de Qur’ran over ons [vrouwen] geopenbaard?’ Ze antwoordden dat er niets over hen was geopenbaard, en dus ging ze naar de Boodschapper van Allah (vzmh), en zei: ‘O Boodschapper van Allah, vrouwen zijn teleurgesteld en zijn verloren!’ Hij zei: ‘Hoe komt dat?’ Ze zei: ‘Ze worden niet [in de Qur’an] genoemd zoals de mannen dat wel worden’.

[Als een reactie] openbaarde Allah s.w.t. vers 33:35. Qatadah zei: “Toen Allah s.w.t. de vrouwen van de Profeet noemde, gingen enkele moslimvrouwen bij hen op bezoek en zeiden: ‘Jullie worden genoemd en wij niet. Als er iets goeds in ons was geweest, zouden we genoemd zijn!’ En dus openbaarde Allah, verheven is Hij, 33:35 (zie: Asbab al-Nuzul van al-Wahidi).

Volgens een andere uitleg (in: Tanwier al-Miqbaas min tafsier ibn ‘Abbaas) was het Oemm Salamah met Nusaybah Bint Ka’b al-Ansariyyah die samen zeiden: “O Boodschapper van Allah! Allah benoemt vrouwen niet met iets goeds, het gaat alleen over mannen. Waarop Allah s.w.t. vers 33:35 openbaarde.

De Profeet vzmh had kunnen antwoorden dat grammaticaal gezien, het Arabisch meervoud mannelijk zowel mannen als vrouwen inhoudt. Als er een groep vrouwen is, en er is ook maar één man aanwezig, wordt het Arabisch mannelijk meervoud als aanspreekvorm gehanteerd. Maar hij gaf zelf geen antwoord op dat moment. Hij zei niets.

En volgens at-Tabari was het nog dezelfde dag (bij jumu’a) dat de openbaring 33:35 kwam, andere bronnen zeggen dat het drie dagen later was. Wie van de vrouwen de vraag ook stelde, en of het nou dezelfde dag of iets later was, de bronnen bevestigen allemaal dat deze openbaring naar aanleiding van de vraag van een vrouw kwam.

In aya 33:35 worden mannen en vrouwen als gelijkwaardige en goede gelovigen aangesproken. Sterker nog; dit vers wordt in het algemeen ook als bron aangehaald dat mannen en vrouwen in spiritueel opzicht fundamenteel gelijkwaardig zijn aan elkaar.

Wat mij ook opviel in de aanleiding van dit vers was de neiging van de vrouwen om aan zichzelf te gaan twijfelen vanwege dat ze tot dan toe nog niet specifiek genoemd werden in de openbaring. Oh vrouw, twijfel niet of er goeds is aan jou. Allah s.w.t. heeft jou geschapen precies zoals jij bent in jouw eigen unieke zijn. Laat dit vers direct tot je spreken: Allah ziet jou en spreekt tot je!

Oh man, twijfel ook jij niet. Laat deze radicale spirituele gelijkwaardigheid ons allen motiveren deze goede eigenschappen in elkaar naar boven te halen. Moge Allah s.w.t. ons allen helpen ons over te geven om tot dieper geloof te komen, en ons oprecht, geduldig, volhardend, nederig en vrijgevend maken. Moge de Ene onze vasten en het gedenken van de Barmhartige belonen, amien.

Bron afbeelding

Jouw Dagelijkse Dosis 2019 / 1440:

avatar

Anne Dijk (1986) is religiewetenschapper en islamoloog met een specialisatie in Islamitische Jurisprudentie (Usul al-Fiqh), Gender en Autoriteit in de islam. Zij heeft een enorme nieuwsgierigheid om alles te willen begrijpen. ‘Waarom’ is de rode-draad-vraag waar ze haar werk van heeft gemaakt. Ze is eigenaar van FAHM instituut, een onafhankelijke instituut dat zich bezig houdt met een dieper begrip (fahm) van islam-gerelateerde zaken.

Lees andere stukken van Anne