Voorpagina Jouw Dagelijkse Dosis 2019 / 1440, Ramadan

Een gevaarlijke tweeling – Juz’ 28

“We zijn goede advocaten als het gaat om onze eigen daden, maar vooral goede rechters als het gaat om andermans daden.”

Deze quote zag ik ergens voorbijkomen en ik vond hem treffend. Men is vaak geneigd om zichzelf vrij te pleiten vanwege allerlei intenties en emoties die men ervaart, terwijl deze niet te zien zijn bij anderen en wij daarom anderen vaak wegzetten als ‘slecht’, ‘zondig’ en ga zo maar door. Terwijl de daden van anderen zwaar tellen, vergeten wij vaak onze eigen fouten.

“Allah heeft het (hun daden) geteld, terwijl zij het vergaten.”

[Soerah al Moedjaadilah:6]

En dat brengt mijn besef weer terug. Wauw.. Ik heb veel misstappen gezet in mijn leven. Achteloosheid en afleiding: een gevaarlijke tweeling. Uitgerekend in de maand Ramadan pogen we meer aandacht te besteden aan onze islam. We streven naar bewustzijn en verbetering. Belangrijk hierin is rekenschap afleggen aan jezelf voordat de afrekening met Allah begint.

Wie hard en streng is naar zichzelf wat zijn daden betreft, zal Allah Barmhartig aantreffen. Degene die echter genadig is naar zichzelf zal een strikte afrekening tegemoet treden. Het is daarom niet vreemd dat de metgezel ‘Umar ibn al Khattab, moge Allah tevreden met hem zijn, zei: “Reken met jezelf af, voordat er met je wordt afgerekend!”

“En wees niet zoals degenen die Allah vergaten. Waarna Hij hen zichzelf liet vergeten. Zij zijn de verdorvenen.”

[Soerah al Hashr:19]

Met het einde van de Ramadan in zicht is het moment daar om onszelf af te vragen in hoeverre ons leven na de Ramadan zal zijn ten opzichte van hoe wij in de Ramadaan hebben geleefd. Het bewustzijn dat jou in staat stelde om de gehele dag weg te blijven van zaken die jouw lichaam nodig heeft. Zal dit sterk genoeg zijn om na de Ramadan jou te doen weg blijven van wat Allah verboden heeft verklaard?

“Allah verbiedt jullie niet om degenen die jullie niet bestrijden in de godsdienst en jullie niet uit jullie huizen verdrijven, goed en rechtvaardig te behandelen. Voorwaar, Allah houdt van de rechtvaardigen.”

[Soerah al Moemtahanah:8]

In een tijd waarin partijdigheid het makkelijk toestaat om onrechtvaardig te zijn, is het essentieel voor ons om te reflecteren op dit soort verzen die het goede aansporen. Want hoe kun je hopen op genade van Allah, als je niet in staat bent om genadig en rechtvaardig te zijn naar anderen? Wat als Allah de mate van rechtvaardigheid zou tonen die jij hebt getoond aan anderen?

“O jullie die geloven, waarom zeggen jullie wat jullie niet doen?”

[Soerah as Saff:2]

Een confronterende vraag. Een vraag waar ik geen antwoord op heb. Ik hoop deze niet gesteld te krijgen op de Dag des Oordeels, maar vrees tegelijkertijd van wel. Als wij onszelf daadwerkelijk beschouwen als praktiserende moslims, wat praktiseer je dan precies? Is het gebed voldoende om je zo te beschouwen? Of hoort er een bepaald uiterlijk bij? Of zijn het specifieke daden waar wij op letten?

Het eerste dat zichzelf dient te onderwerpen aan Allah is het hart. De tong en de ledematen volgen. De sudjoed van het hart is het jezelf nederig maken ten opzichte van Allah, waardoor hoogmoedigheid naar de schepping geen ruimte meer krijgt. Hoogmoed is immers de zonde die Iblies heeft vernietigd en het is niet zonder reden dat dit verhaal meerdere keren wordt benoemd in de Quraan. Het noemen van dit soort voorbeelden geldt als les voor ons, en uitgerekend in deze maand waarin de Quraan centraal staat biedt het ons de nodige ruimte voor reflectie.

“Dit is de Gunst van Allah, die Hij schenkt aan wie Hij wil. En Allah is de Bezitter van de grandioze Gunst.”

[Soerah al Djoemoe’ah:4]

Als geboren moslim heb ik Allah nooit gevraagd om de Islaam, ik heb het geschonken gekregen. Dit zorgt ervoor dat dankbaar zijn voor deze gunst soms moeilijk is, want immers, ik weet niet beter, toch? Zodra wij leiding beschouwen als een gunst zou het ons moeten doen trillen. We zien dagelijks dat gunsten worden geschonken en worden weggenomen.

De gunst van gezondheid verdwijnt soms tijdelijk, voor anderen definitief. De gunst van welvaart is niet voor iedereen weggelegd en stijgt en daalt met de tijd. Daarom zijn wij voorzichtig en zuinig met deze gunst. Hoe voorzichtig zijn wij dan met de gunst van leiding? Hebben wij ons ooit bedacht dat velen van ons nooit hebben gevraagd om de gunst van Imaan, maar dat Allah ons deze toch heeft geschonken? Wij vragen Allah om veiligheid.

“En Allah verleent geen ziel uitstel wanneer haar tijdstip is aangebroken. En Allah is op de hoogte van dat wat jullie doen.”

[Soerah al Moenafiqoen:11]

De tijd tikt ondertussen verder. We plannen voor onszelf na de Ramadan, terwijl deze tijd ons niet is beloofd. Het leven in het hier en nu moet ingrijpende veranderingen teweeg brengen. Ben ik tevreden met de daden die ik tot zover heb verricht? Zijn deze waardig om aan Allah te presenteren. Ben ik tevreden met de staat van mijn hart? Zou ik die op deze wijze kunnen inleveren bij Allah? Nee, ik ben niet tevreden. Wat kan ik nu meteen doen om stappen in de juiste richting te zetten?

“Vrees daarom Allah voor zover jullie daartoe in staat zijn, luister en gehoorzaam en geef uit (aan liefdadigheid). Dat is beter voor julliezelf. En degene die behoed wordt voor zijn eigen gierigheid, zij zijn degenen die succesvol zijn.”

[Soerah at Taghaaboen: 16]

Allah oordeelt niet over ons op basis van de resultaten die zijn geleverd, maar op basis van de ‘effort’ die jij hebt laten zien. Streef naar de top van jouw kunnen en ambitie. Haal het maximale uit jezelf in het verrichten van het goede en bedwing jezelf in het doen van het slecht. Hij vraagt niets dat boven jouw vermogen ligt. Als jij je best doet, zal Allah jouw schenken vanuit zijn rijkdommen van het wereldse en het hiernamaals.

“En Hij zal hem voorzien (uit bronnen) van waar hij het niet verwacht. En wie zijn vertrouwen in Allah stelt, Hij is dan Voldoende voor hem.”

[Soerah at Talaaq:3]

De essentie van liefde is vertrouwen. Als wij weten dat Allah meer van ons houdt dan een moeder van haar eigen kind, denk je dan werkelijk dat Hij het slechte met je voor heeft? Heb vertrouwen dat wat jou overkomt goed is, al kun je het niet direct zien.

“O jullie die geloven, toon berouw aan Allah met oprecht berouw. Wellicht zal jullie Heer jullie slechte daden voor jullie kwijtschelden en jullie Tuinen doen binnentreden waaronder rivieren stromen. De Dag waarop Allah de profeet en degenen die (samen) met hem geloven niet zal vernederen. Hun licht zal vóór hen en aan hun rechterzijde voortbewegen. Zij zullen zeggen: ”Onze Heer, vervolmaak voor ons licht en vergeef ons. Voorwaar, U bent tot alles in staat.””

[Soerah at Tahriem:8]

Bron afbeelding

Jouw Dagelijkse Dosis 2019 / 1440:

avatar

Umair Bantvawala is een islamitische prediker. Hij is een vaste spreker bij jongerenorganisatie Moslimjongeren Almere en docent bij het islamitische onderwijsinstituut Dar al-Fahm.

Lees andere stukken van Umair