Voorpagina Jouw Dagelijkse Dosis, Jouw Dagelijkse Dosis 2021/1442

Mijn vijand als mijn beste vriend – Juz’24

Ik weet nog dat ik op de achterbank van de auto zat toen ik mijn opa toezuchtte: “Ik wou dat het altijd vakantie was…” De herfstvakantie was bijna voorbij en voor ik het wist zou ik weer met frisse tegenzin in de schoolbanken zitten. Mijn opa draaide zich om en zei tegen me: “Je kan alleen vakantie hebben als je daarna weer naar school gaat lieverd, anders is het geen vakantie meer. Dan zou ‘vakantie’ gewoon normaal zijn, en dan is het niet meer leuk.” Dat antwoord sloeg in als een bom. Zou het echt waar zijn? Dat iets stoms nodig is om iets leuks mogelijk te maken?

In surah Ghafir lezen we hoe Farao zijn plan uitspreekt om de profeet Mozes, vrede zij met hem, te vermoorden, omdat hij vreest dat Mozes de tradities van het land zal veranderen en verderven (40:26). Farao was een tirannieke overheerser die zijn volk strak onder de duim hield. Toch waren er onder zijn naasten mensen bij wie, ondanks Farao’s onderdrukking, een zaadje van geloof was ontkiemd bij het horen van de boodschap van Mozes. Over één van die mensen lezen we dat hij het dappere besluit nam om zijn geloof niet langer verborgen te houden, maar op te staan en openlijk Mozes te verdedigen (40:28).

Deze man heeft zijn eigen leven gewaagd om het leven van Mozes te redden. Hij heeft het kwaad van de Farao beantwoord met het goede.  

En het goede en het kwade zijn niet gelijk: beantwoord (het kwade) met wat beter is, dan zal degene met wie je in vijandschap leefde als een oprechte vriend worden. (41:34)

Voor zijn vertrouwen en zijn verdediging van Mozes lezen we dat God hem heeft beschermd tegen het kwaad van Farao (40:45). Toch lijkt het hoogst onwaarschijnlijk dat Farao een goede vriend van deze gelovige man is geworden: ik kan het me niet voorstellen dat ze die avond gezellig samen zijn gaan eten… Ook Mozes beantwoordde het kwaad van Farao met wat beter is, net zoals de profeet Mohammed, vrede en zegeningen zij met hem, het kwaad dat hem trof altijd beantwoordde met wat beter is. Toch is Farao vijandelijk gebleven tegenover Mozes, en bleef ook Mohammed (v.z.m.h) weerstand kennen van vijanden. Wat betekent het dan dat degene met wie je in vijandschap leefde als een oprechte vriend zal worden? Wellicht zit een diepere wijsheid verscholen onder de letterlijke betekenis van deze woorden?

Het kwaad van Farao gaf de gelovige man de kans om met goedheid te handelen, om op te staan voor waar hij in geloofde en om te beschermen wie hij liefhad. Enkel omdat Farao het leven van Mozes bedreigde, kon de gelovige man zijn leven redden. Het licht van goedheid wordt pas zichtbaar tegen de duisternis van het kwaad, zoals het licht van de sterren pas zichtbaar wordt tegen de duisternis van de nacht. Als het kwade niet zou bestaan, zouden we het ook niet kunnen beantwoorden met wat beter is. In die zin geven onze vijanden ons iets wat onze vrienden nooit zouden kunnen: de mogelijkheid om het kwaad te beantwoorden met goed, om met sabr, geduld, en akhlaaq, goede manieren te kunnen handelen. Ze geven ons de mogelijkheid om de balans van rechtvaardigheid, de mizaan, die zij hebben overschreden, te herstellen en de vruchten van die goede daad te plukken.

Maar dit wordt slechts gegeven aan degenen die geduldig zijn en dit wordt slechts gegeven aan de bezitter van een geweldig geluk. (41:35)

Als het ons gegeven is om op deze manier naar onze vijanden te mogen kijken, kunnen we dat enkel als een groot geschenk zien. Het is niet makkelijk om dankbaar te zijn voor wat onze vijanden ons geven, zeker in een situatie van onderdrukking, zoals in de situatie van Mozes en Farao. Wanneer we voor de zoveelste keer geconfronteerd worden met islamofobie, beledigingen en bedreigingen is het ontzettend lastig om dat kwaad te blijven beantwoorden met goed. Zodra we dat echter niet meer doen en het kwaad beantwoorden met kwaad, dan pas wordt onze vijand daadwerkelijk onze grootste vijand. Het duister van de nacht heeft nog nooit een ster minder fel doen schijnen. Als wij degenen die ons tegenwerken met goedheid kunnen behandelen, zal hun kwaad de brandstof van onze goedheid zijn.

Met die blik verandert die vervelende collega in een dierbare vriend, verandert dat rode stoplicht in een wijze leermeester over geduld en verandert die tegenslag in een grote zegening.

En zo gebeurde het, in dat moment, achter in de auto. Vanaf dat moment was school niet langer enkel mijn vijand die mij vroeg uit mijn bed trok, lastige sommen liet maken en stil op mijn stoel liet zitten. Niet omdat ik inzag dat naar school gaan, leren, een grote zegen is. Nee, die wijsheid is mij en mijn klasgenootjes nog lang ontgaan. School werd mijn vriend, omdat ik inzag dat ik het aan haar ‘tirannie’ te danken had, dat ik een heerlijke vakantie zou hebben.

Wietske Merison

Jouw Dagelijkse Dosis:

Jouw Dagelijkse Dosis 2021/1442:

avatar

Een masteropleiding in geestelijke verzorging en internationaal recht, dat lijkt op het eerste oog wellicht een vreemde combinatie. Voor Wietske is het echter zo logisch als wat. Als geestelijk verzorger probeert ze op persoonlijk niveau recht te doen aan haar medemens en als mensenrechtenjurist op maatschappelijk niveau. Hoe ze aan haar eigen hart recht doet? Met haar geloof, kunst, de natuur en slechte humor.

Lees andere stukken van Wietske