Voorpagina Ervaringen

London Calling, Part Two

Read Part One

…Gelukkig kwam de bus meteen aan en vol enthousiasme gingen we op weg naar de lekkere tandoori gerechten! Althans, dat dachten we. Want in al onze opwinding vergaten we bij de juiste halte uit te stappen en hadden we geen idee waar we nou weer waren aangekomen. Het was toen al half elf en we hadden geen tijd meer om East Ham op te zoeken. Het noodlot had weer toegeslagen. In een staat van verwarring gingen we deze uitdaging van het lot aan en renden de hele buurt af om een geschikte eettent te vinden. Na een aantal bijna-dood-ervaringen (bij het oversteken keken we naar links, terwijl de auto’s van rechts kwamen) vonden we toch gelukkig 3 restaurant: Kebabish (fastfood), een Bengaalse eettent en Zeera (een chique Indiaas restaurant). De keuze was dus snel gemaakt: Zeera!

Toen we Zeera binnenkwamen, kregen we meteen al een vreemd gevoel; het was zo rustig, zo formeel, te chique voor ons en er zaten allemaal vreemd soort mensen (zeg maar van die homofiele haarstylisten-achtige types). En hoewel het menu er wel goed uitzag, konden we daar niet ons zelf zijn en voelden we ons gewoon niet prettig. Begeleid door verbaasde gezichten van de obers en de andere gasten, vertrokken we 2 minuten later weer quasi-nonchalant uit Zeera. Sorry, wrong restaurant..

Dan maar snel naar Kebabish, onze tweede keus. Umar zei toen onderweg nog dat als het lot echt gemeen was het ons ook dit niet zou gunnen. ‘Your wish is my command’, moet het lot gedacht hebben, want daar aangekomen troffen we slechts een gesloten deur aan. Het Bengaalse restaurant was onze laatste optie, anders zouden we met een lege maag deze nacht afsluiten. Een restaurant is misschien een te groot woord, want het was een vrij achterstallig tentje met Bengalen die geen Engels spraken, omgekeerde niet-roken-stickers, tafels en stoelen die in staat van ontbinding waren, máár wel 5 medewerkers achter de toonbank terwijl de zaak verder zo leeg was als de staatskas van Bangladesh.

Met z’n vijven hadden ze wel in een mum van tijd onze bestelling klaar gemaakt en konden we eindelijk toch Aziatisch eten in Londen. En tegen alle verwachtingen in was het eten fantastisch, echt heerlijk, heavenly delicious! We genoten er zo erg van dat we zelfs nog een tweede ronde bestelden. Met een gerustgestelde buik en tevreden gezichten concludeerden we dat het allemaal uiteindelijk toch goed was gekomen. Op naar de Arabische lounge nu, want daar stonden de muntthee en waterpijp op ons te wachten.

Om Edgware Road te bereiken, moesten we eest met de metro naar Oxford Circus en daar overstappen op een andere metro. Het was al kwart voor 12, dus we waren gelukkig nog net op tijd. Op het station van Oxford Circus aangekomen, moesten we wel erg lang wachten op de metro. Het wilde maar niet komen. Pas na een half uur kwam het aansukkelen en omdat het de laatste metro was, was het gelijk propvol. In de metro hadden we nog even een beraad wat we het beste konden doen: gewoon nog de hele nacht chillen in de Arabische lounge of toch maar door naar het hotel en dan op zondag chillen. Umar besloot in al zijn wijsheid dat we het laatste moesten doen, want de zondag zou ook een vermoeiende dag worden. Ok, dan maar naar het hotel en morgen zouden we wel verder zien..

We hadden het besluit nog niet genomen of de mededeling kwam dat we allemaal de metro moesten verlaten, want het zou wegens werkzaamheden op de lijn niet verder rijden. Daar stonden we dan buiten het Queen’s Park station, precies tussen Edgware Road en ons hotel bij Wembley. Geen metro’s meer en geen nachtbus te bekennen. Het was al ongeveer kwart voor 1 en we stapten een avondwinkel binnen om na te vragen welke kant we op moesten lopen richting Wembley. De man achter de kassa lachte ons uit en zei dat het wijzer zou zijn om de nachtbus te pakken een paar straten verder.

10 minuten later kwamen we dan aan bij een bushalte, maar zagen nergens staan dat die naar Wembley zou gaan. Met moedeloze gezichten stonden we daar te discussiëren wat we nu moesten doen, toen vanuit het niets een Somalische man in een wit pak verscheen en vroeg:

"Where are you going?"
"We want to go to Wembley"
"Follow me"

En hij brabbelde wat onverstaanbaars over een nachtbus, ‘two-ninety-seven’ en dat hij zelf ook naar Wembley moest. Na een tijdje kwam een bus aan en met een handgebaar gaf hij aan dat we in moesten stappen. De chauffeur nam niet eens de moeite om onze kaartjes te checken en we volgden vol vertrouwen de Somalische man in het witte pak.

Het leuke is dat je als toerist gewoon Nederlands kan praten zonder dat iemand je verstaat. En dus discussieerden we of we hem wel moesten vertrouwen, want hij gaf dan wel aan dat we hem moesten volgen, maar stond nu lekker te slapen in de bus. "Volgens mij is het gewoon een engel die naar ons toe is gestuurd om ons veilig naar ons hotel te brengen, dus laten we hem gewoon volgen", zei één van ons. Na ongeveer 20 minuten kwam de bus aan op het eindpunt en iedereen stapte uit. Toen we buiten waren, zagen we de Somalische man in het witte pak al helemaal aan het einde van de straat lopen en dachten dat hij ons al weer vergeten was. Hij keek echter gelukkig achterom en riep ons naar hem toe. Hij gaf aan dat we 2 straatjes verder op bus 297 moesten pakken, die ons precies voor ons hotel zou afzetten. En net zo plotseling als hij kwam, was hij ook weer ineens verdwenen. "Huh, hij moest toch ook naar Wembley, zei ie?"

We waren al een half uur aan het wachten op bus 297, maar die kwam maar niet. Toen keken we toch maar even op de dienstregeling en zagen dat ie pas weer om 5 uur ’s ochtends zou rijden. Had de Somalische engel ons dan toch geflasht? Het was nu al bijna half 3 ’s nachts en we hadden geen idee waar we nou waren. Iets verderop zagen we een Turks kebab-winkeltje en van al dat lopen en reizen hadden we weer honger gekregen. We bestelden dus weer wat broodjes en liepen terug naar de bushalte in de hoop dat er misschien toch wat zou komen. We aten de niet-zo-lekkere (understatement) broodjes en probeerden te bedenken wat het verstandigste zou zijn om nu te doen.

We liepen toen maar een beetje rond om de buurt te verkennen en misschien zouden we wel iemand tegenkomen die ons kon helpen. Een paar straatjes verder zagen we wat ongure figuren op een hoek wat lawaai maken en ze liepen steeds een huisje in en uit. Toen we dichterbij kwamen, zagen we dat er achter de deur van dat huisje een soort van loket was, waarachter 2 donkergetinte mannen beetje verscholen achter het glas zaten. We liepen erop af en toen bleek het een illegale taxicentrale te zijn. We vroegen of die ons naar Wembley kon brengen.

"How many guys are you?"
"Five"
"You need a mini-van. Go outside"

Na deze korte en merkwaardige conversatie gingen we naar buiten en ineens stond er een busje voor ons neus. Het zag er allemaal heel vreemd uit en waar ineens de mini-van vandaan kwam, wisten we ook niet, maar we hadden niet echt veel keus. Faisal onderhandelde even over de prijs en uiteindelijk was de deal voor 10 pounds afgesloten, maar dan moest de brotha wel Bob Marley opdoen. “No problem, guys, step in!”

En zo kwam er onverwachts uiteindelijk toch nog een happy end aan ons avondje London. Van onze oorspronkelijke en tussentijds aangepaste plannen kwam telkens niks terecht, maar we hebben wel zo’n beetje alle buurten van Londen gezien. Doodmoe kwamen we rond half 4 ons hotel weer binnen en vielen als bakstenen op onze bedden neer. We hadden de zaterdag overleefd! Zondag moest dan onze spirituele dag worden..

avatar

ReFlex is WBH’er van het eerste uur. Geboren in de jungle van India, opgegroeid in de straten van Rotterdam-West. Het leven is een paradox, dus is hij getrouwd met een Amsterdamse Pakistaanse. Hij is apotheker van beroep, Ajax-supporter van nature. Plezier haalt hij uit zijn islamitische studies, uit zijn sport en vooral uit zijn gezin en twee kinderen! Oh ja...en zijn naam is Jilani Sayed.

Lees andere stukken van