Voorpagina Algemeen

Intern debat ritueel slachten in volle gang

De Tweede Kamerfractie van GroenLinks diende in 2008 al een motie in voor een verbod op het onverdoofd slachten van dieren door joden en moslims. In het verkiezingsprogramma van 2010 was dit punt niet meer opgenomen, maar toen de Partij voor de Dieren met een wetsvoorstel voor een verbod kwam, heeft GroenLinks dat meteen gesteund.

Omdat enkele betrokken leden van de Landbouwwerkgroep van GroenLinks zich niet in een verbod kunnen vinden, organiseerden zij op dinsdag 24 mei in het partijkantoor in Utrecht een debat waar onafhankelijke deskundigen en vertegenwoordigers van joodse en islamitische organisaties hun standpunt mochten verdedigen. Het debat werd geleid door het kersverse Eerste Kamerlid Ruard Ganzevoort.

GL: Niet op andere gedachten

Namens de Tweede Kamerfractie voerde Niels van den Berge het woord. In zijn inleiding zette hij de toon door te vermelden dat deze bijeenkomst weliswaar leuk was voor de beeldvorming, maar dat het de fractie niet op andere gedachten zou brengen. Toen er gemor uit de zaal klonk, verzachtte hij zijn stelling door aan te geven dat een ander standpunt denkbaar was als er nieuwe feiten werden aangedragen. Hij kon zich dat echter niet voorstellen, aangezien de fractie, voordat zij zich achter het voorstel van de PvdD schaarde, diverse belanghebbenden geraadpleegd zou hebben.

De organisaties die hij noemde hadden echter voornamelijk een christelijke of seculiere signatuur (o.a. het Rooms-katholieke Kerkgenootschap, de Protestantse Kerk en de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde). Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap is weliswaar schriftelijk benaderd, maar is niet verantwoordelijk voor het slachten volgens joodse voorschriften. Dat het CMO (Contactorgaan Moslims & Overheid) benaderd zou zijn, werd door CMO-voorzitter Yusuf Altuntas ontkend. Veel aanwezige leden van GroenLinks gaven aan teleurgesteld te zijn omdat de fractie onvoldoende heeft overwogen welke maatschappelijke schade een verbod zal aanrichten en dat een standpunt is ingenomen zonder overleg met de achterban en belanghebbenden. Enkelen dreigden zelfs met het opzeggen van het lidmaatschap als de fractie in haar standpunt zou volharden.

Eufemisme van verdoven

Bioloog prof. dr. Jan J. Boersema stelde o.a. dat de term ‘verdoofd’ een curieuze aanduiding is voor wat in de praktijk het doodschieten van een dier d.m.v. een pen in de kop inhoudt, waardoor het zenuwcentrum in de hersenen onherstelbaar wordt beschadigd. In de hele discussie – en zelfs in de wetgeving – zijn allerlei eufemismen doorgedrongen die het debat vertroebelen. Hoewel hij op basis van de beschikbare onderzoeken wel enige winst voor het dierenwelzijn vermoedt, vraagt hij zich af of die geringe winst wel opweegt tegen de enorme maatschappelijke schade die het met zich meebrengt. De religieuze vrijheid van twee kwetsbare groepen wordt zo sterk ingeperktdat zij feitelijk geen vlees uit eigen land meer kunnen consumeren. Gezien het politieke klimaat vindt hij een verbod op dit moment onverantwoord.

Rabbijn Lody van der Kamp, de enige gediplomeerde sjocheet (joodse slachter) die Nederland rijk is, hield een geëmotioneerd verhaal over de strenge eisen die aan de joodse slacht gesteld worden en wees erop dat die eisen vooral het dierenwelzijn dienden. Door te slachten met een vlijmscherp mes van een bepaalde lengte wordt ervoor gezorgd dat het dier zo min mogelijk pijn lijdt, waarschijnlijk minder dan door ‘verdoving’ met een kopschot. Aangezien iedere vorm van verdoven voorafgaand aan de slacht volgens de joodse voorschriften verboden is, zal invoering van de wet ervoor zorgen dat joden hun vlees moeten importeren uit landen die het mogelijk minder nauw nemen met dierenwelzijn.

Mucahid Sagsu, docent theologie aan de Hogeschool InHolland en vertegenwoordiger van het CMO, beschreef in het kort de vereisten van het slachten volgens islamitische traditie en wees ook op aspecten van dierenwelzijn die hieraan ten grondslag liggen. Tevens gaf hij aan dat het doden van dieren door middel van een kopschot eerder prettig is voor de efficientie van de bio-industrie dan dat het dierenwelzijn ermee gediend is.

Onvoldoende basis

Aanvullend stelde ik, ook aanwezig bij dit debat als voorzitter van de stichting Groene Moslims, dat de onderzoeken van de Animal Science Group van Wageningen Universiteit uit 2008 en 2010 (waar alle voorstanders van een verbod zich op baseren) onvoldoende basis bieden voor de stelling dat verdoven minder dierenleed veroorzaakt dan het toedienen van een halssnede zonder voorafgaande verdoving. In de diverse onderzoeken, die aan de conclusies van Wageningen ten grondslag liggen, wordt geen pijn gemeten, maar hersenactiviteit. Op basis van een bepaalde mate van activiteit gemeten met een EEG hersenscan, wordt pijn verondersteld, maar deze veronderstelling is niet bewezen. Daar zijn andere methoden voor nodig. Het verschijnsel dat je geen pijn voelt bij bepaalde verwondingen die onder stressvolle omstandigheden ontstaan (stress-anesthesie) is nog überhaupt niet onderzocht.

Rabbijn Van der Kamp beaamde dit. Bovendien betekent het veel gehoorde argument dat veel moslims nu al vlees consumeren van verdoofd geslachte dieren niet dat een verbod moslims minder zou raken. Er zijn inderdaad groepen moslims die een bepaalde vorm van verdoving accepteren, maar voor de meerderheid zal verdoving waarschijnlijk altijd onbespreekbaar blijven. Joden wordt overigens ook vaak in de schoenen geschoven dat verdoving acceptabel zou zijn, omdat zij dit ook accepteerden tijdens het Nazi-bewind. Dit is een wel heel pijnlijke veronderstelling nu het er sterk op lijkt dat het succes van het voorstel van de PvdD alleen maar te verklaren is door de populariteit van een niet nader te benoemen politieke groepering met een twijfelachtige reputatie.

Ronnie Eisenmann, voorzitter van de Joodse Gemeente in Amsterdam – de organisatie die de controle heeft over het slachten volgens de joodse rite zoals dat eenmaal per week in het abattoir van Amsterdam gebeurt, bracht naar voren dat de positie van de Animal Science Group van Wageningen Universiteit niet onbetwist is. Dat onderzoeksinstituut wordt voornamelijk gefinancierd door belanghebbenden in de bio-industrie en hoewel beide studies in opdracht van het toenmalige Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zijn uitgevoerd, weigeren zowel de Animal Science Group als het Ministerie informatie te verstrekken over de financiering ervan. Prof. Joe Regenstein van de Amerikaanse Cornell University constateert dat de betreffende rapporten wetenschappelijk ver onder de maat, vooringenomen en misleidend zijn. Eisenmann overhandigde een kopie van het rapport van Regenstein als ‘nieuw feit’ aan Niels ten Berge met het dringende verzoek dit aan de fractie voor te leggen.

Convenant

De initiatiefnemers van de bijeenkomst, drs. Bas Roufs en publiciste Daphne Meijer, opperden het idee van een convenant waarin alle betrokken partijen zich vastleggen op het zoeken naar mogelijkheden om bestaande slachtprocedures te verbeteren. Een wetswijziging zou dan achterwege kunnen blijven. Zowel de islamitische als de joodse organisaties gaven aan zich hiervoor op constructieve wijze te willen inspannen.

Ruard Ganzevoort besloot de bijeenkomst met zijn persoonlijke visie dat het nog maar zeer de vraag is of het wetsvoorstel het in de Eerste Kamer zal halen, mede omdat daar het negatieve advies van de Raad van State zwaarder zal worden gewogen. In ieder geval kon hij zich niet voorstellen dat hij er – met de kennis die hij op deze avond had opgedaan, zelf voor zou stemmen. Aangezien er binnen de PvdA inmiddels ook voorzichtige twijfel aan het nut van een verbod ontstaat, is het niet ondenkbaar dat tijdens de hoorzitting (die midden juni in de Tweede Kamer zal worden gehouden) blijkt dat er toch onvoldoende steun voor het wetsvoorstel zal zijn. Laten we het hopen.

Zie voor meer informatie www.groenemoslims.nl, www.kosjerslachten.nl en landbouwwerkgroep.groenlinks.nl.

avatar

Hendrik Jan Bakker is bestuurslid van de Stichting Groene Moslims en neemt deel aan islamitisch-joods overleg dat moet leiden tot meer dierenwelzijn in religieuze slachthuizen.

Lees andere stukken van