avatar

Pasha Cayman is dol op tafsir. Hij leest zich dan ook ’n slag in de rondte, van middeleeuwse commentaren tot moderne interpretaties. Maar het leukste vindt hij de Qur’an te lezen met ‘n blik op de toekomst, en de aayaat al-aafaaq wa’l-anfus, de tekenen van de schepping en de menselijke geest, te verbinden met God’s eeuwige woord. Pasha gelooft dat de Qur’an als elektriciteit is: als jij er geen fouten mee maakt, gaat de waarheid zijn natuurlijke weg. Hij krijgt dan ook regelmatig stroomschokken, maar overleeft het vooralsnog.

Kafkaëske Eisegese – Juz’ 2


 

Hoewel mijn Arabisch steeds beter wordt en ik steeds meer korancommentaren lees, vraag ik me ook steeds meer af wat ik er eigenlijk allemaal mee moet, wat God mij nou eigenlijk als opdracht meegeeft, brengt het me vaker aan het wankelen dan dat het me zekerheid geeft. Juist dat proces ervaar ik als heel waardevol, juist die fragiliteit sterkt mijn band met God, het soms voelen van boosheid en onmacht over je geliefde niet goed verstaan, zoals je dat nou eenmaal hebt in een liefdesrelatie. Juist doordat ik er steeds minder van snap wordt mijn band van intimiteit er steeds sterker mee, en wil ik er meer en meer en meer van drinken.

Leven met psychisch geweld: een boekrecensie


 

Van je partner blijf je gewoon af, van je kinderen blijf je gewoon af, en als je dat niet doet dan heeft dat consequenties. Dat is dankzij de inzet van activisten een harde rode lijn geworden in onze hedendaagse cultuur, en dat is wat mij betreft maar goed ook. Met psychisch geweld ligt dat veel moeilijker.

Boek van verleden, heden en toekomst – Juz’ 21


 

In zijn reflectie op Juz’ 21 pleit Pasha voor een historisch-kritische benadering van de Qur’an, want: “de Qur’an is intiem verbonden aan zijn context van openbaring, en alleen met intieme historische kennis van die context kunnen we de bedoelingen van het Woord van God werkelijk benaderen.”

Job, het lijden en ervaringskennis – Juz’ 17


 

De Qur’an is niet altijd zozeer een Boek dat verhaalt, soms is het eerder een Boek dat herhaalt; dat reeds bestaande verhalen in herinnering brengt, opnieuw in het collectief geheugen van een gemeenschap van gelovigen tracht te nestelen. De Qur’an (…)

Religieuze wortels en gedenken – Juz’ 21


 

In dit vers geeft Allah de mens houvast en zekerheid door ons op te dragen Hem te gedenken, onder andere door het reciteren van de Qur’an, door het verrichten van het rituele gebed, en door het doen van dhikr. Hoe tumultueus de wereld ook, hoe postmodern ook, het gedenken van God geeft houvast, rust en stabiliteit. Wanneer we onze kinderen dit weten mee te geven, samen met de adviezen van Luqman, dan weten we onze kinderen denk ik bestendig te maken tegen de snel veranderende wereld, waarin de gemeenschappelijke geest zo eenvoudig kan overslaan van het ene naar het andere.

Ik pleit mijn nafs niet vrij – Juz’ 13


 

Die nafs al-ammaara, de lagere zelf, het ego dat je tot het slechte aanzet, die moeten we dus zien te temmen. En daar heeft Allah ons onder andere deze maand Ramadan voor gegeven. In de maand Ramadan kunnen we de Satan en zijn handlangers niet langer de schuld geven, die heeft Allah tijdelijk buitenspel gezet. Het gevecht is alleen nog tussen ons en onze nafs al-ammaara.

Lijden en de almacht van Allah – Juz’ 4


 

Er is bijna geen kwestie die theologen zoveel hoofdbrekens heeft bezorgd als de kwestie waarom God het kwaad in de wereld toestaat, misschien zelfs wel schept, terwijl Hij het in Zijn almacht ook zou kunnen verhinderen, en misschien zelfs zou moeten verhinderen, aangezien Hij het beste met ons allemaal voor claimt te hebben. Je zou kunnen stellen dat dit, met het samenhangende vraagstuk van de vrije wil van de mens, hét theologische hoofdpijndossier vormt van de monotheïstische religies.

De Behoeftigen – Juz’ 29


 

‘Geloof en doe goede werken’ – deze zin, die meer dan vijftig keer herhaald wordt in de Qur’an, laat de noodzaak zien om iets te verenigen dat mensen geneigd zijn te scheiden. Het drukt het verschil uit tussen religie (‘geloof’) en moraal (‘doe goede werken’), evenals de imperatief dat ze samen behoren te gaan.

Voor hen het wereldse, voor ons het hiernamaals – Juz’ 22


 

Wat Allah ons geeft in het wereldse leven horen we juist als gunst te zien en horen we te cultiveren. De kunst is om dit wereldse leven tussen je handen te hebben, maar niet in je hart: daar behoren het gedenken van Allah en het hiernamaals te zitten. Geniet van God’s zegeningen in het wereldse binnen de grenzen van wat Hij toegestaan heeft, en gebruik wat Hij je geeft om te werken voor het hiernamaals.

De Bedekker van zonden – Juz’ 15


 

Hoewel ook wij, vooral wij, ieder moment van de dag blootstaan aan Zijn zachtaardigheid en vergevensgezindheid, vergeten we dit dikwijls en voelen we niet een constant bewustzijn van hoe Allah Zich via deze eigenschappen manifesteert in onze levens. We schieten daardoor hopeloos tekort in het lofprijzen van Hem, zoals alles in de hemelen en de aarde dat wel doet.